Ze kende VS alleen als land in angst

Het verhaal van de 9-jarige Christina-Taylor Green zit propvol symboliek.

Ze had grote interesse voor politiek en zag een open land een angstig land worden.

Christina-Taylor Green, het jongste slachtoffer van de schietpartij in Tucson, was zo’n pienter meisje dat maar een half woord nodig had om even een Excel-bestandje aan te maken. Yvonne Johnson gaf haar elke woensdagmorgen computerles, van half 9 tot half 10. Ze noemt Christina een populair maar serieus type. Zo serieus dat ze voor haar fatale ontmoeting met Congreslid Gabrielle Giffords, afgelopen zaterdag, „haar vragen op papier had gezet”.

Op de Mesa Verde school, waar ze in groep 5 zat, moesten leerkrachten maandag uitleggen dat Christina nooit meer zou komen. Het schoolhek was behangen met condoleances van rouwende kinderen. YOU ARE OUR FAMILY. ALWAYS. In de klas keken ze op tv naar de minuut stilte waartoe president Obama had opgeroepen, vertelt Todd Jaeger, lid van de schooldirectie.

Christina Greens dood bleef dit weekeinde in de schaduw van alle aandacht voor het beschoten Congreslid Giffords. Het verhaal van het meisje gaat zwanger van symboliek. Ze werd geboren op 11 september 2001. Ze had een mateloze interesse voor politiek; vandaar dat een buurman haar zou voorstellen aan Giffords. „Je wist nu al dat ze later voorzitter van de schoolraad werd”, zegt Johnson. En ze overleed door een daad die nu leidt tot een brede bezinning op het vergiftigde opinieklimaat in het land.

„Als je erover nadenkt”, zei computerjuf Yvonne Johnson, „dan is Amerika gedurende haar hele leven in oorlog geweest.”

Johnson, een Nederlandse die in de jaren tachtig naar Arizona emigreerde, zag de Verenigde Staten sinds 9/11 veranderen. Oorlog in Afghanistan, oorlog in Irak, oorlog tegen terreur. Guantánamo Bay. Een open land werd een angstig land. Het gevoel van vrijheid veranderde, zegt ze. De Amerikanen gingen leven alsof „we allemaal een inbreker over de vloer hadden gehad”.

Daartegenover stond de onbedorvenheid van kinderen als Christina Green. In 2002 werd ze als baby geportretteerd in het boek Faces of Hope. Babies Born on 9/11. Ze was de kleindochter van een beroemde honkbalcoach. Een meisje met grote bruine ogen en een eigen wil. Ze straalde verwachting uit.

Haar land kon na 9/11 zijn angsten niet beteugelen. President Bill Clinton voerde na de rechts-extremistische aanslag in Oklahoma City (1995) lichte beperkingen op het vrije wapenbezit in. Zijn grootste succes, het verbod op het verborgen dragen van wapens, maakte president Bush in 2004 ongedaan. En in Arizona, dat al weinig restricties op dit gebied kende, werd het ook toegestaan vuurwapens in restaurants en bars te dragen. „De behoefte aan wapens zit zó diep’’, zegt Johnson, die zich wat dit betreft altijd Nederlands is blijven voelen. „Ik begrijp het niet. Maar hier is het absoluut essentieel voor mensen.”

Christina Green ontwikkelde zich tot een modelleerling. Ze was vrijwilliger in een project voor kinderen uit kansarme gezinnen, deed aan ballet en zwemmen, en ze was de beste van de klas. Dit jaar was ze het enige meisje in het jeugdhonkbalteam, vertelde haar vader, scout bij Los Angeles Dodgers, op de lokale televisie.

Dat Amerika zich na 9/11 te buiten ging aan inconsistenties nam de maatschappij voor lief, beaamt Johnson. Terwijl burgerrechten voor terreurverdachten sinds 9/11 vaak niet werden nageleefd, is het ondenkbaar dat Amerikanen zelf beperkingen op hun rechten toestaan. Zeker wat de vrijheid van meningsuiting en het vrije wapenbezit betreft. Op de parkeerplaats, waar de verwarde Jared Lee Loughner zaterdag Green doodschoot, stonden maandag twee Vietnamveteranen, Dave en Jack („onze achternamen gaan je niet aan”). Ze waren in hun jeep uit Phoenix gekomen. Allebei overtuigd Democraat. Allebei fervent schutter.

Een Duitse verslaggever legde hun voor of het een idee was in elk geval de wapenrechten van verwarde mensen als Loughner af te nemen. No way! riep Jack. Als je de overheid een vinger geeft, nemen ze je hele hand. En risico’s horen bij het leven. Stuff happens. De Duitse verslaggever gaf niet op. In de oorlog tegen terreur beperken de VS voortdurend andermans burgerrechten om het risico op een aanslag te beperken. „Dat is inderdaad niet consequent’’, zei Jack nonchalant. „Maar van mijn Glock blijven ze af.’’

Christina Green was nog maar kortgeleden gekozen in de leerlingenraad, als vertegenwoordiger van groep 5. Zij was populair op de manier waar leerkrachten van houden. „Andere kinderen trokken zich aan haar op’’, zegt het schooldirectielid Todd Jaeger. Talent en een can do spirit, de ideale Amerikaanse eigenschappen. „Zij had alles in zich een leider te worden.”

Yvonne Johnson houdt van Tucson. De Mesa Verde-school is klein, de oudste kinderen zijn twaalf. Vanaf het hek kijk je uit over een oogverblindend woestijnlandschap van metershoge cactussen en kale rotsen. Ze was ontzet toen vorig jaar het debat over immigratie in Arizona escaleerde. De wet zelf, die in feite een identificatieplicht invoerde, vond ze niet zo’n punt. Maar „de plotselinge onverdraagzaamheid’’ vond ze afschuwelijk.

Alles kwam samen. De angst van de mensen, het zinspelen op geweld, het onvermogen zich in anderen in te leven. De behoefte van politici elkaar voortdurend verdacht te maken. Johnson hoorde de sheriff dit weekeinde zeggen dat dit gedrag het geweld oproept waardoor Christina Green de dood vond. Ze was het er hartgrondig mee eens. „Natuurlijk is dat zo. De extremisten hebben veel te lang hun zin door kunnen drijven.”

Met zulke gedachten moesten de leerkrachten op de Mesa Verde-school maandag hun kinderen uitleggen wat er met Christina was gebeurd: het gezicht van hoop was doodgeschoten. Ze werkten het lesprogramma zo normaal mogelijk af, zei Todd Jaeger. Als kinderen vragen hadden, werden ze beantwoord. „We hebben verteld wat er is gebeurd. We wilden er niet over liegen.”

Zie wat de ouders over Christina zeggen: nrcnext.nl/links