Rendement? Ik wil veiligheid!

Vijf eurolanden geven staatsleningen uit.

De blikken zijn op Portugal gericht: de uitgifte gaat wel slagen maar wat gaat het de overheid kosten?

In tien minuten 3,25 miljard euro binnenhalen tegen een historisch lage rente. Dat lukte het Nederlandse ministerie van Financiën gisterenochtend. In Portugal zullen ze jaloers hebben toegekeken.

Deze week is weer eens een cruciale week binnen de eurozone. Zoals er zoveel waren het afgelopen jaar. Vijf landen in de eurozone geven voor miljarden aan staatsleningen uit en de markt kijkt met argusogen toe.

De spanning is het grootst bij de kleinste uitgifte, de 1,25 miljard euro die Portugal morgen wil ophalen met leningen die een looptijd hebben van 3 en 10 jaar.

Dat de uitgifte zal slagen, daar twijfelt niemand aan. Het bedrag is klein en als er toch onvoldoende interesse is zal de Europese Centrale Bank inspringen en papier opkopen. Waar de markt op zal letten is wat het de Portugese overheid gaat kosten.

De rente op de tienjaarsstaatslening steeg de afgelopen tijd regelmatig boven de 7 procent. Als probleemland Portugal – dat zucht onder hoge schulden en begrotingsproblemen – vandaag ook 7 procent of meer moet betalen om de lening te plaatsen is dat nog geen onmiddellijk probleem. „Maar het is te duur”, zegt Katrien Hooyman, portfoliomanager obligaties bij vermogensbeheerder Theodoor Gilissen. „Het gaat nu maar om een klein stukje. Maar in de toekomst is zo’n rente niet houdbaar.”

Een rente van meer dan 7 procent op de tienjaarsobligaties lijkt ook een gevaarlijke voorbode. Kort nadat de rente zo hoog opliep in Griekenland en Ierland moesten ze een beroep doen op internationale hulp.

De andere leningen die deze week worden uitgegeven lijken geen probleem, vooral de Duitse lening van 7 miljard euro niet. Maar andere landen kunnen ook nog rekenen op investeerders, al gaat het om landen uit de periferie van Europa. Griekenland verkocht gisteren 1,95 miljard euro aan kortlopend papier tegen een rente van 4,9 procent.

De Grieken hebben al een hulppakket gekregen en dus maakt de markt zich daar even geen zorgen meer over. Italië wil overmorgen 7 miljard euro ophalen en Spanje hoopt 3 miljard aan vijfjaarsobligatieleningen te verkopen. Voor het Italiaanse staatspapier is voldoende vraag van binnenlandse beleggers en ook over de Spaanse lening bestaan geen zorgen.

Maar zo makkelijk als de verkoop gisteren in Den Haag ging zal het niet gaan. Nederland kreeg wat het wilde en heel goedkoop: de rente van 1 procent is de laagste ooit. Dat beleggers de obligatie kochten terwijl ze er in reële termen op toeleggen (de inflatie is immers hoger dan 1 procent) zegt veel over de angst op de financiële markten. De behoefte aan veiligheid is soms groter dan de honger naar rendement.