'Remake' kindvampiers zowel goed als overbodig

Let Me In. Regie: Matt Reeves. Met: Chloe Moretz, Kodi Smit-McPhee, Richard Jenkins. In: 14 bioscopen***

Het is lastig om onbevangen naar remakes te kijken, als je het origineel kent en steeds ziet doorschemeren. Zeker wanneer dat, zoals bij Let Me In, de briljante Zweedse horror van Let the Right One In betreft, over de twaalfjarige Oskar die vriendschap sluit met meisjesvampier Eli. Of meisje: iets wat daarop lijkt.

Let Me In, geflopt in Amerika, heeft verdiensten. Tussen de kindacteurs Kodi Smit-McPhee en Chloe Moretz, Owen en Abby, ontbreekt de preseksuele vervreemding die bij hun androgyne Zweedse voorgangers zo imponeert. De stille, lege sfeer van woonkazernes en zwart bloed in de sneeuw is verruild voor doorsneehorror met rondspattend bloed en denderende spektakelmuziek. Die stijl vermindert de impact van de kille zwembadscène waarin pestkoppen hun vampier vinden, maar levert ook een gedenkwaardig, vanaf de achterbank gefilmd auto-ongeluk op.

Op een enkel punt is de remake zelfs beter. Zo is de focus scherper omdat de ouders van Owen buiten beeld blijven en vergoelijkt de film niet de morele kern: seriemoord als noodzaak. Dat komt harder aan als de slachtoffers warmbloedige mensen zijn, zoals in deze remake, en niet louter gezichtlozen, nuttelozen en schoften.

Regisseur Matt Reeves brak door met het inventieve Cloverfield, dat de strooptocht van Godzilla door New York toont via ‘found footage’. Let Me In bevestigt zijn talent; en toch blijft dit een overbodige herhalingsoefening voor wie het origineel zag.