Queensland op de vlucht

In vergelijking met 1974 zal de overstroming nu veel meer mensen treffen in miljoenenstad Brisbane. Tegen de stank achteraf ziet Tom Wilson (75) nu al op.

Alle belangrijke spullen had de 75-jarige Tom Wilson in zijn Mercedes gepakt, voordat hij en zijn zoon, dochter en kleinzoon vannacht om vier uur hun huis nabij de Brisbane River verlieten. Naast kleding, lakens en handdoeken, had hij ook foto’s en de urn met de as van zijn vorig jaar overleden vrouw kunnen redden. Maar toen het water sneller steeg dan hij had voorzien, vergat hij in de haast zijn sleutels en portemonnee.

„Het leek me niet verstandig met de auto terug het overstroomde gebied in te gaan”, vertelt hij. Dus waadde Wilson alleen, in het donker, door het kniehoge water van de auto naar huis en weer terug. Hij deed er twintig minuten over. Het water was zo vervuild dat hij aan de wandeling een vreemde, rode uitslag op zijn onderbenen overhield.

Wilson – petje, korte broek, gestreepte polo en blote voeten – is een van de honderden mensen die zich vandaag meldden bij de twee evacuatiecentra in het Australische Brisbane. Duizenden anderen zijn naar vrienden of familie gevlucht.

In de stad dreigen 20.000 huizen onder water te lopen. In dorpen in Zuidoost-Queensland is het water nog hoger en zijn in de afgelopen dagen twaalf mensen omgekomen. Ruim honderdduizend inwoners zitten zonder stroom en in het drinkwater in een gemeente is de e-colibacterie aangetroffen. Driekwart van de staat, die bijna 42 keer zo groot is als Nederland, is inmiddels tot rampgebied uitgeroepen.

De stad zelf doet surrealistisch aan. Het is gisteravond gestopt met regenen en de hele dag schijnt de zon als op een normale zomerdag in Brisbane. Maar tegelijkertijd stijgt het rivierwater meters en verslindt het huizen en andere objecten langs de rivier. De stroom sleurt zowel auto’s, boten, dieren als bomen even gemakkelijk mee in zijn vaart.

In 1974 moest de familie Wilson hetzelfde huis verlaten toen Brisbane onderliep. „Ik ben zes jaar lang, elk weekend bezig geweest met het herstellen en repareren van onze woning”, vertelt Wilson, die voor zijn pensionering werkzaam was bij een overheidsinstantie die krediet verleende. „Dus ik heb wel een idee wat ik kan verwachten wanneer ik weer naar huis mag.” Dat zal nog wel een week kunnen duren.

Het water zal naar verwachting tot ongeveer dezelfde hoogte kunnen stijgen als tijdens de dramatische flood van 1974. Door de sterke groei van de derde stad van Australië zullen dit keer alleen veel meer mensen getroffen worden. Toen was Brisbane „a big bush town”, zegt Wilson. Nu is het een miljoenenstad.

Het is niet zozeer het water dat Wilson vreest, maar de enorme nasleep die onherroepelijk op de overstroming zal volgen. Op zijn leeftijd ziet hij daar nu al tegen op. Wat hem vooral bijstaat van de sporen die het water in 1974 achterliet, is de ondraaglijke stank. Zijn gelijkvloerse huis van 900 vierkante meter rook „als een varkensstal en alles was bekleed met een laag modder die heel langzaam opdroogde”.

Toen hij destijds terug naar huis mocht, was de enige weg naar binnen het raam van de badkamer. Wilson herinnert zich nog dat daar alle kristallen glazen in het bruine water dobberden, uit de kast meegesleurd, maar volledig intact. „Het huis zag eruit alsof er een brand in gewoed had. Het enige verschil was dat na een brand het huis instort en het onze nog overeind stond.”

Zo zal zijn familie het huis volgende week waarschijnlijk weer aantreffen. „Maar ik heb een ding geleerd van 1974”, zegt Wilson. „Dit keer ben ik verzekerd.”