Politiesteun in Kunduz is niet nodig

Nederlandse politiemensen zijn niet nodig in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz. Ze zouden beter kunnen worden ingezet in naburige provincies, waar de behoefte daaraan groter is.

Dit zeggen westerse diplomaten in het noorden van Afghanistan, die anoniem willen blijven. Ook de politiecommandant van de naburige provincie Takhar denkt er zo over. Er zijn op het ogenblik al meer dan voldoende trainers in Kunduz, zeggen deze diplomaten. Dat geldt niet voor de omliggende provincies, waaronder Takhar, Badakhshan en Baghlan.

De politie in Kunduz is verre van optimaal; ze wordt gezien als corrupt en daarnaast zijn er veel milities en andere niet-geüniformeerde groepen. Toch is er vergeleken bij andere provincies opvallend veel aandacht voor training. De Duitsers leveren een kleine bijdrage. Een particulier bedrijf – Dyncorp – traint elke acht weken tientallen politiemannen op een kamp. En daarnaast zijn er de afgelopen zomer zo’n 800 extra Amerikaanse soldaten en commando’s naar de regio gebracht, met name om politie te trainen in de zogeheten POMLT’s, begeleidingsteams voor de Afghaanse politie.

In het regionale trainingscentrum in Kunduz worden politiemannen uit de hele noordoostelijke regio getraind, maar die worden vervolgens zonder verdere begeleiding teruggestuurd naar hun gebieden. In het naburige Takhar wordt echter weinig getraind, zeggen de diplomaten. Duitsland is daar met tachtig man en komt niet aan opleiden toe. Juist in deze grotere provincie, grenzend aan Tadzjikistan, is behoefte aan functionerende politie, zegt ook lokale politiechef Shah Jahan Noori die leiding geeft aan zo’n duizend agenten. Hij krijgt steeds meer te maken „met criminelen en andere vijanden die verjaagd worden uit Kunduz”. De Nederlanders zouden hier politie kunnen trainen.

In Badakhshan, nog iets oostelijker, is het rustiger. Daar zou het Westen zelfs kunnen overwegen de politie niet met militairen maar met gewone politiemensen op te leiden, zeggen de geïnterviewden.

En dan is er nog de provincie Baghlan, ten zuiden van Kunduz, waar de Nederlanders tussen 2004 en 2006 actief waren. De Hongaren hebben er in 2006 het militaire kamp van de Nederlanders overgenomen. Maar de geïnterviewden noemen hen ‘zwak’. Ook daar zijn extra Amerikanen ingevlogen om toegenomen geweld aan te pakken. „Ga terug naar Baghlan, daar zijn de trainers harder nodig”, zegt een van de diplomaten.

Organisatie politie in Kunduz is chaotisch: pagina 7