Ouders namen rommelige situatie crèche voor lief

Zedenzaak Amsterdam

Een maand geleden kwam de affaire rond de Amsterdamse crèche Het Hofnarretje aan het licht. Enkele ouders spreken zich anoniem uit.

Amsterdam 2-1-2011 Kinderdagverblijf 't Hofnarretje beklad met tekst tegen Robert M. Foto Maurice Boyer

Frederiek Weeda

Haar kinderen kwamen altijd lachend van kinderdagverblijf Het Hofnarretje, vertelt een moeder. Haar zoontje is vijf en zat in een groep waar Robert M. vaak werkte. Haar dochter, nu twee, is vrijwel dagelijks verzorgd door Edwin R. Ze heeft nooit iets gemerkt van trauma of pijn bij de kinderen. Ze hoopt dat er dan ook niets kán zijn gebeurd. Maar de twijfel knaagt, al weken. Het gaat goed met de kinderen, en het leven gaat verder. Maar het is een naar idee dat ze misschien nooit zal weten of de kinderen zijn misbruikt.

Kinderdagverblijf Het Hofnarretje in Amsterdam is sinds een maand landelijk bekend als één van de plekken waar de verdachte van een ernstige zedenzaak werkte. De exacte omvang is nog altijd onbekend, inmiddels heeft hoofdverdachte M. de namen genoemd van 83 kinderen die hij zou hebben misbruikt. De recherche is bezig de kinderpornobeelden op de computer van hoofdverdachte Robert M. door te spitten. De Letse Robert M. (27) zit sinds vijf weken vast, zijn echtgenoot Richard van O. (37) ruim vier weken. Ze zouden heel kleine kinderen seksueel misbruikt hebben en daar filmpjes van hebben verspreid. Ook een andere medewerker van de crèche, Edwin R. (39), zit vast. Hij wordt ervan verdacht ontuchtige handelingen te hebben verricht terwijl hij chatte met een meisje van 13. Ook zou hij kinderporno op zijn computer hebben.

Burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam vroeg de media terughoudend te zijn in de contacten met ouders. Maar een volle maand na de aanhouding van de drie verdachten blijft de vraag: heeft de sociale controle van ouders en de leiding op kinderdagverblijf Het Hofnarretje gefaald? Wat is het voor crèche? Zes bij de zedenzaak betrokken ouders (met samen elf kinderen) wilden anoniem over hun ervaringen praten.

Waarom kozen zij voor Het Hofnarretje? Omdat het in de buurt was. Omdat de sfeer ze aanstond. Omdat bijvoorbeeld de locatie op het Smaragdplein een voor Amsterdamse begrippen zeer grote tuin had, waar de kinderen in de schaduw van de bomen speelden. En de openingstijden waren ruimer dan bij de meeste andere crèches. Ouders konden hun kind om half acht ’s ochtends brengen en tot half zeven ophalen.

De crèche was wat chaotisch, dat wel. Verspreid over vijf kleine locaties binnen een straal van een paar honderd meter. Er werd soms geschoven met kinderen: als veel kinderen ziek waren, werden groepen samengevoegd, zodat er minder leidsters nodig waren. Voor ouders betekende dat soms dat ze hun kind moesten zoeken. Een moeder zegt: „Soms moest je ’s middags wel naar drie locaties om te kijken waar je kind was.”

Het verloop onder het personeel was bij vlagen groot. Maar er waren lieve leidsters en door de goede sfeer en ruime openingstijden namen ouders het rommelige voor lief. Bovendien viel er in die tijd niet veel te kiezen, vrijwel alle crèches hadden lange wachtlijsten.

Nadat de zedenzaak bekend werd gemaakt, op zondag 12 december, probeerden ouders dagenlang alles te reconstrueren. Ook de moeder van wie de kinderen altijd zo vrolijk thuiskwamen. Hoe vaak was haar zoon op de groep bij Robert, of bij Edwin? En vooral: „Heeft iemand mijn kind pijn gedaan, had ik dat kunnen weten?” Ze bezocht met haar man de informatiebijeenkomsten. Ze luisterden naar wat de burgemeester en de korpschef allemaal vertelden over Robert M. Hij had bekend, namen van wel 50 kinderen genoemd (nu al 83). Robert, de jongen die altijd zo geïnteresseerd was in kinderen. En Edwin R., die verlegen vent die amper uit zijn woorden kwam, maar er altijd was.

Robert M., een homoseksuele man uit Letland, mocht begin 2007 aan de slag van de directie van Het Hofnarretje. Robert M. wist veel van kinderen en had de goede opleiding gevolgd. En hij had de vereiste verklaring omtrent het gedrag. Maar niet alle crèches gingen daar blindelings op af. Bij kinderdagverblijf De Toverlantaarn kreeg hij in 2009 al in zijn proeftijd te horen dat hij niet mocht blijven. „Hij gedroeg zich arrogant en eigenwijs”, vertelt directeur Annelize Hogeweg. Later bekende M. dat hij in de negen dagen dat hij er werkte een kind zou hebben misbruikt.

Het Hofnarretje was één van de kinderdagverblijven die profiteerden van de stormachtige groei van de sector sinds 2000. Steeds meer moeders werkten en zochten professionele opvang. Ouders kregen forse bedragen terug van de overheid voor de opvang van hun kinderen. Zoveel dat in 2008 de kinderopvangtoeslag weer omlaag ging. Het werd te duur.

Bij veel kinderdagverblijven ontstonden personeelstekorten tijdens de groei. Bij inspecties van de GGD bleek dat er bij Het Hofnarretje vaak te weinig leidsters op de groepen waren, zo blijkt uit een verslag in oktober 2008. „Er wordt langer dan drie uur per dag afgeweken van de beroepskracht-kind-ratio. De tweede beroepskracht begint om 10.00 uur en om 16.00 uur vertrekt de eerste beroepskracht.” Dat betekent dat voor tien uur en na vier uur slechts één leider of leidster werkt. Dat is langer dan de maximaal toegestane drie uur per dag, dat iemand in zijn eentje op een groep mag zitten. In 2009 constateerde de GGD nog twee keer dat er te weinig leidsters waren.

Wat gebeurde er met die rapporten? De gemeente Amsterdam kon gisteren, ondanks herhaalde verzoeken van deze krant, niet aantonen dat er actie was ondernomen na de kritiek op Het Hofnarretje.

De uren na vieren zijn voor een tweede moeder plotseling heel relevant. Haar zoon is nu 7, maar was als peuter aan het eind van de middag vaak alleen met Edwin R. Op vrijdag kon zij vaak pas om zes uur op de crèche zijn, waar andere ouders al rond vijf uur hun kind ophaalden. Ja, ze had soms een slecht gevoel bij Edwin. Maar wat kon ze met zo’n gevoel? Helemaal niets.

Er waren ouders die méér hadden dan een slecht gevoel en aan de bel trokken. Zowel over Robert M. (in 2008) als Edwin R. (2006) werden formele klachten bij de crèche ingediend, na verdenkingen van ontucht. In beide gevallen leidde dit na onderzoek niet tot maatregelen tegen hen. En ook Albert Drent zelf bleek rond 1995 bij een andere crèche te zijn vertrokken omdat ze hem er verdachten van ontoelaatbaar gedrag.

Edwin en Robert maakten foto’s van de kinderen voor wie ze zorgden. Robert had zelfs vrijwel altijd een camera bij zich. „Dan kwam je ’s ochtends en hing er een prikbord vol foto’s”, vertelt een moeder. Veel ouders vonden dat leuk, ze bestelden foto’s bij. Nu vragen ze zich af: maakten Robert en Edwin ook vieze foto’s, in verloren uurtjes op het kinderdagverblijf?

Er waren ook ouders die Robert M. niet vertrouwden, maar ze wisten niet wat ze met dat gevoel aanmoesten. „Een rare kwast – heel extravert met de kinderen”, noemt een vader hem. Een derde moeder vertelt dat ze Robert M. een „hooghartige man” vond. Haar dochter zat negen maanden bij hem. „Op papier was er niets op hem aan te merken. Kun je het maken om op basis van intuïtie zo maar iemand af te schrijven?”

Een vader vertelt dat Robert M. tijdens een politieverhoor heeft gezegd wat hij met zíjn kind zou hebben gedaan. Na de eerste schrik besloten hij en zijn vriendin al snel het misbruik achter zich te laten. „We keken naar ons kind en zagen een gelukkige kleuter.” Ze deden geen aangifte en gaven de politie geen recente foto van hun kind, om die te vergelijken met kinderpornobeelden. En ze bleven bij Het Hofnarretje. De vader noemt het een „warme crèche” en denkt dat misbruik overal had kunnen gebeuren.

En de rommelige organisatie? Daar kijken de meeste ouders nu anders tegenaan. „Drent zal nooit kunnen aantonen wie op welk moment op welke groep stond want dat hield niemand bij!” Ook vertellen ze dat ze soms rekeningen kregen voor verkeerde uren. Albert Drent heeft een woordvoerder in de arm genomen die namens hem zegt dat „op papier” wel degelijk overzicht is van de diensten. Maar de praktijk was soms weerbarstiger, zegt hij ook.

Volgens één moeder was Drents administratie zo slordig dat ze niet eens in de maillijst stond en dus niet werd ingelicht over de aanhouding van Robert. Ze keek op zondag 12 december tv, en zag pas op de foto die tijdens de persconferentie werd getoond dat hij de verdachte was.

Door de chaos was het ook mogelijk dat de echtgenoot van Robert, Richard van O., ten minste twee keer hielp op de groep waar M. werkte. „Hij stond dan aan het eind van de middag limonade te schenken voor de kinderen”, vertelt een moeder. Drent zou hem hebben weggestuurd.

Pijnlijk voor Het Hofnarretje is dat Robert M. er zelf wegging. Bij De Toverlantaarn gaf hij als reden daarvoor dat er te weinig leidsters op de groepen stonden. De Toverlantaarn deed navraag bij Het Hofnarretje, vertelt Hogeweg. Ze zeiden dat het jammer was dat hij weg was.

Directeur-eigenaar Drent stapte op aandringen van burgemeester Van der Laan op. Want toen de schijnwerpers na de arrestaties op Het Hofnarretje werden gezet, bleek dat er meer aan de hand was. Zo mochten in het verleden kinderen die van de crèche naar de basisschool gingen als afscheid bij de directeur en zijn vrouw thuis logeren. Destijds zag een moeder dat als een persoonlijk gebaar. Maar in het licht van de zedenzaak vinden de meeste ouders het nu onvoorstelbaar dat zoiets gebeurde.