Kroniek van aangekondigde steunaanvraag

Portugal lijkt ondanks alle ontkenningen het volgende land te worden dat steun nodig heeft van de Europese Unie en het IMF. Hoe het ook loopt, let op de Europese Centrale Bank.

Hoe harder een euroland roept dat het geen hulp hoeft, hoe waarschijnlijker de aanvraag voor een noodlening wordt. Nu Portugal mogelijk binnenkort als derde euroland financiële hulp zal vragen, heeft deze paradox zich ontwikkeld tot de vaste verhaallijn rond steunaanvragen bij de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF).

Plot van het verhaal: een in financiële problemen verkerend land wil geen lening uit het noodfonds voor de eurozone, maar wordt tot een aanvraag gedwongen door internationale spelers – obligatiebeleggers, centrale bankiers en politieke leiders van andere eurolanden.

Hoewel Portugal vanochtend zijn staatsobligaties wist te plaatsen tegen een onverwacht lage rente, blijven economen en analisten sceptisch over de houdbaarheid van de Portugese staatsschuld op de lange termijn.

Portugal lijkt, net als eerder Griekenland en Ierland, gevangen in de kroniek van een aangekondigde steunaanvraag. Het is een script met terugkerende hoofdrolspelers en vaste tekstregels. .Als eerste komen de kredietbeoordelaars op het toneel. Zij verlagen hun kredietoordeel voor een land, wijzend op de zwakke overheidsfinanciën. Door dit hogere kredietrisico vragen obligatiekopers een hogere rente.

Ondertussen hamert de Europese Commissie op de noodzaak het begrotingstekort terug te brengen tot binnen de grenzen van het groei- en stabiliteitspact. Het onder vuur liggende land weerspreekt de buitenlandse kritiek met statistieken over verbeterende overheidsfinanciën en een aantrekkende economie. De boodschap: alles is onder controle.

Maar binnen dit scenario is niets onder controle zolang de andere eurolanden geen vertrouwen hebben in de solvabiliteit van het land. In het geval van Ierland, en nu ook Portugal, oefenen onder meer Frankrijk en Duitsland druk uit om een lening aan te nemen van het noodfonds. Met een lening komen strenge eisen van de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) over de staatsschuld. Impopulaire bezuinigingen worden afgedwongen.

Dit is het schimmige deel van het spel. De schijn van soevereiniteit wordt in stand gehouden, een land doet immers zelf een steunaanvraag bij het EFSF. Maar de druk van buiten is groot. Doordat andere regeringsleiders hun twijfels uitspreken over de overheidsfinanciën, loopt de rente op. Het land kan uiteindelijk niet anders dan noodhulp aanvragen.

In het geval van Portugal uitte de internationale tucht zich afgelopen weekeinde in een publicatie in Der Spiegel. Het Duitse weekblad stelde dat andere eurolanden, waaronder Duitsland en Frankrijk, druk uitoefenen op Lissabon om bij het EFSF aan te kloppen voor hulp. Officieel werd de inhoud van het artikel – geschreven op basis van anonieme „regeringsdeskundigen” – ontkend, maar de gevolgen waren onmiskenbaar. Maandag steeg de rente op Portugese staatsobligaties naar een nieuwe piek. Weer een duwtje verder richting een steunaanvraag.

Toch is het niet helemaal duidelijk wat de euroleiders willen met Portugal, zegt Carsten Brzeski, econoom van ING en euro-expert. De Duitse bondskanselier Merkel is gedurende de schuldencrisis gewisseld van rol. „Griekenland wilde ze in eerste instantie geen noodlening geven, Ierland juist wel en bij Portugal lijkt het beeld gemengd.”

Brzeski denkt dat Duitsland aan de ene kant wil dat Portugal onder het strenge toezicht komt dat gepaard gaat met een hulpaanvraag. Bovendien is Berlijn bang dat de schuldencrisis overslaat naar Spanje. Maar Duitsland weet ook dat na een Portugese aanvraag extra geld moet worden gezocht voor het noodfonds. Anders is er onvoldoende geld voor een mogelijke Spaanse redding en blijven beleggers onzekerheid over de euro zaaien. Brzeski: „Er is geen gouden uitweg.”

Let vooral op als de Europese Centrale Bank zich roert, tipt Brzeski. Deze doorgaans zwijgzame speler op het crisistoneel heeft een belangrijke hand gehad in de hulpaanvraag van Ierland. ECB-president Trichet was bezorgd over de hoge schulden van de Ierse banken. Door te zeggen dat de ECB niet langer onbeperkte liquiditeit zou geven aan deze banken, dwong hij Ierland richting een hulpaanvraag. En de daarbij horende hervormingen van de banksector. „Bij Ierland gaf de ECB de doorslag”, zegt Brzeski.

Trichet heeft de rol van bewaker van de rust in de eurozone, zegt Liesbeth Noordegraaf-Eelens, econoom aan de Erasmus Universiteit en gepromoveerd op de communicatie van centralebankpresidenten. „Als Trichet denkt dat er paniek kan ontstaan, dan grijpt hij subtiel in”, zegt zij.

Liever zegt de ECB, dat zijn politieke onafhankelijkheid streng bewaakt, niets. Dus als Trichet iets zegt, let dan op, zegt ook Noordegraaf-Eelens. Vorig jaar greep Trichet in toen Merkel en de Franse president Sarkozy voorstelden dat obligatiehouders moesten meebetalen als eurolanden hun schulden niet meer konden aflossen. Trichet waarschuwde, tijdens een besloten bijeenkomst, voor de gevolgen van het voorstel.

De opstelling van de ECB ten opzichte van Portugal is op dit moment tweeslachtig, net zoals die van Duitsland, zegt Brzeski van ING. „Portugal heeft geen financiële sector die zo duidelijk in de problemen zit als die van Ierland. De schuld is hoog, maar niet van Ierse of Griekse proporties”, zegt Brzeski. Inmenging door de ECB lijkt daarom niet waarschijnlijk, en daardoor is de druk op Portugal niet zo hoog als bij Ierland.

Portugal zal de komende week nog geen steunaanvraag hoeven doen, verwacht Brzeski. Duitsland, Frankrijk en ook de ECB zullen zich rustig houden. Tot er weer slecht nieuws is over Portugal, de obligatierente oploopt en de zorgen in Berlijn en Parijs over besmettingsgevaar voor andere eurolanden toenemen. Dan gaat het scenario verder, en beginnen de geruchten weer over de noodzaak van een steunaanvraag.