Gesprek met jonge filmdiva als object

Acteurs en actrices zijn lastig te interviewen. Dat komt niet omdat ze weinig te vertellen hebben, zoals een wijdverbreid vooroordeel wil (dat verschilt uiteraard), maar omdat de kunst van het acteren bij uitstek non-verbaal is. Daar komt bij dat bij sommige filmacteurs belangrijker is wie ze zijn en wat ze uitstralen dan wat ze doen. Probeer dat maar eens in woorden te vangen.

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia bedacht er iets op in het „ietwat ongewone gesprek” dat hij in 1961 voerde met de prille filmster Claudia Cardinale voor het blad Esquire . De grote schrijver begint met een opsomming van wat hij allemaal niet van haar wil weten. „Het interesseert me niet wat uw opvattingen zijn over de liefde, kunst, vrouwen en mannen, Italië, Amerika, film, religie, voedsel en zo verder.” Het enige dat Cardinale echt van andere mensen onderscheidt, zegt Moravia, is haar verschijning. Hij wil Cardinale bevragen als ‘voorwerp’, als ‘object’, als ‘ding’.

De 53-jarige schrijver ondervraagt de 23-jarige actrice over haar verhouding tot haar lichaam: haar maten, de kleur van haar ogen, de manier waarop ze haar haar opsteekt, de lengte van haar hals, de strengheid van haar voorhoofd, haar manier van lopen. Cardinale antwoordt schuchter, terwijl Moravia haar antwoorden meteen op de schrijfmachine vastlegt.

Dan neemt het gesprek een nieuwe wending. Nu wil Moravia haar niet alleen voor zich zien in het daglicht, de tijd van de objectiviteit, maar ook ’s nachts, tijd van drogbeelden en dromen, zegt hij. Cardinale, droog: „Met andere woorden, u wilt weten wat ik doe als ik naar bed ga?” Moravia: „Dat is juist.”

Volgt een uitgebreide beschrijving van Cardinales rituelen wanneer ze naar bed gaat, en als ze opstaat, waarbij de schrijver evenzeer warme belangstelling toont voor haar dromen als voor de manier waarop ze zich uitkleedt.

Moravia, aan het einde van het gesprek: „U hoeft geen angst te hebben dat ik uw innerlijk kan lezen. Wat aan u te lezen valt, staat op de persoon zelf geschreven, misschien enigszins onduidelijk, maar zeker niet onontcijferbaar.”

Kort na elkaar verschenen vorig jaar in Frankrijk en Duitsland vertalingen van dit wonderlijke gesprek in fraaie boekjes. Welke Nederlandse uitgever volgt?