Geesteswetenschappen, die hebben het zwaar

Wie weleens op vacaturesites van Nederlandse universiteiten rondneust, ziet in een oogopslag dat zeker de helft van de aio-plaatsen wordt aangeboden binnen de exacte wetenschappen. Met slechts een kleine fractie van de totale studentenpopulatie is de praktijk dat iedere exacte student die enigszins acceptabele resultaten boekt een redelijk tot goed uitzicht heeft op een promotieplaats. Mijn vrienden en kennissen uit de exacte hoek maken zich weinig zorgen over het verkrijgen van een promotieplek.

Dan de geesteswetenschappen. Daar zijn voor elke beschikbare aio-plaats tientallen, soms zelfs meer dan honderd sollicitanten. Wie niet het geluk heeft één van deze schaarse plekken te bemachtigen, hoeft niet te hopen op financiering vanuit het bedrijfsleven, zoals bij exacte studies nog vaak het geval is.

Toch meent Peter Langendam (opiniepagina, 7 januari) dat de exacte vakken meer geld zouden moeten krijgen. Dat zou onvermijdelijk ten koste gaan van de humaniora en sociale wetenschappen, die hij en passant wegzet als niet „echt wetenschappelijk”. Langendam gaat voorbij aan het feit dat nu al veel meer geld per student wordt besteed aan exacte studenten en dat zij bovendien standaard een jaar langer mogen studeren.

Dat op aio-plaatsen wordt bezuinigd, is helaas waar. Ik deel zijn zorgen daarover. De oplossing is niet om de ene studierichting te bevoordelen boven de andere, maar om te streven naar een financieringsniveau van onderwijs en onderzoek dat een beschaafd land als Nederland waardig is. Ik wens zijn neefje ondertussen heel veel succes met het verder zoeken naar een opleidingsplek.

Mark Leon de Vries

Aio geschiedenis, Universiteit Leiden