ETA toont vertrouwde arrogantie

De ETA kondigde sinds haar oprichting een halve eeuw geleden vaker bestanden af.

Om de scepsis in Spanje te overwinnen, zou de ETA zich militair moeten ontmantelen.

Koeltjes, maar niet geheel afwijzend heeft de Spaanse regering gereageerd op de nieuwe wapenstilstand van de Baskische terreurbeweging ETA. „Het is geen slecht nieuws, maar het is niet het nieuws waar we op wachten”, constateerde de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken en eerste vicepremier Alfredo Pérez Rubalcaba maandagmiddag.

Rubalcaba legde een persverklaring af, enkele uren nadat de ETA via een communiqué en videoboodschap „een permanent en algemeen staakt-het-vuren” had afgekondigd. Dit bestand volgde op een video, afgelopen september, waarin de ETA al toezegde „geen gewapende aanvallende acties” meer te ondernemen.

Die belofte werd door Madrid destijds als „onvoldoende” terzijde geschoven. Links-nationalistische politieke groepen in Baskenland oefenden de afgelopen maanden daarom druk uit op ETA om een verder gaand bestand af te kondigen. Veel van deze groepen zijn de afgelopen jaren verboden wegens vermeende banden met de terreurbeweging. Alleen wanneer de ETA het geweld afzweert, maken zij kans op legalisatie.

Ondanks deze druk van haar politieke sympathisanten zette de ETA in haar communiqué van maandag slechts één kleine nieuwe stap. Ze stelde dat ze haar bestand „verifieerbaar door de internationale gemeenschap” wil maken. De Spaanse regering is echter nooit happig geweest op buitenlandse bemoeienis in het lang slepende Baskische conflict.

Bovendien stelde de ETA ook politieke voorwaarden. Ze eist „een democratische oplossing” waarin het „zelfbeschikkingsrecht van Baskenland” erkend wordt. Impliciet lijkt ze hiermee aan te sturen op een referendum over onafhankelijkheid van de rest van Spanje. Dit is voor Madrid onacceptabel. Met deze voorwaarden toont de ETA „haar vertrouwde arrogantie”, zei Rubalcaba. „Ze blijft pretenderen dat het einde aan het geweld te koop zou zijn.”

Het einde van de ETA zou een belangrijke opsteker zijn voor de regering, die gebukt gaat onder de economische crisis in Spanje. Nu de beweging sterk verzwakt is door effectief optreden van justitie en veiligheidsdiensten, spreken ministers al regelmatig „over het begin van het einde van de ETA”. Bij het bereiken van dit doel heeft premier Zapatero echter weinig andere keus dan zich ferm op te stellen. De ETA kondigde sinds haar oprichting een halve eeuw geleden vaker bestanden af, om deze telkens weer te breken. Zapatero kan het zich politiek niet veroorloven met de terreurbeweging te gaan praten zonder waterdichte garanties dat ze de wapens niet opnieuw opneemt.

De ETA zal dan ook aanvullende stappen moeten zetten om de scepsis in Spanje te overwinnen. De regering eist dat de ETA zich militair ontmantelt door haar wapens in te leveren. Ook zou ze moeten stoppen met haar criminele activiteiten.

In Baskisch-nationalistische kringen wordt er niettemin op gewezen dat het nu tijd is voor Madrid om een geste te maken. „De reactie van de regering was wel erg negatief”, stelde de Baskische journalist Martxelo Otamendi, wiens krant Egunkaria enkele jaren geleden verboden werd wegens vermeende banden met de ETA. „Ook al liet deze verklaring lang op zich wachten, de ETA maakt duidelijk dat haar gewapende strijd over is.”

Een veel genoemde tegenzet zou wijziging van het detentiebeleid van ETA-gevangenen kunnen zijn. Zij zitten nu nog door heel het land vast, vaak op aanzienlijke afstand van hun familieleden. Dit leidt tot grote onvrede onder een vele Basken. „Met het wijzigen van haar detentiebeleid zou de regering een belangrijk gebaar kunnen maken”, zei Otamendi. „Er zal nog meer tijd nodig zijn totdat een oplossing in zicht is, maar het worden spannende maanden.”