Een Kamervraag met de lengte van dit artikeltje

Het vragenuurtje in de Kamer moet flitsender worden. Maar echt bijtend begon het gisteren niet met een CDA’er die een CDA’er ondervroeg.

Flitsender en levendiger. Dat was de gedachte achter de nieuwe opzet van het vragenuurtje. Geen minidebatjes meer, maar korte interviewtjes, met zes à zeven Kamerleden achter elkaar die niet één maar meer vragen mogen stellen aan een bewindspersoon. Ideetje van de meerderheid van de Kamer.

Gisteren was de eerste aflevering. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet zei kort daarvoor tegen een groepje journalisten: „We gaan het meer doen zoals jullie.” Dan kunnen bewindslieden minder makkelijk „wegkomen” met een van tevoren geprepareerd antwoord.

Vooralsnog bleek dat niet zo te werken. En levendiger was het ook niet. De eerste twee Kamerleden stelden een vraag die in lengte gelijk is aan dit artikeltje. Sinds begin jaren zeventig heeft geen journalist meer zoveel ruimte genomen voor één vraag.

Kort samengevat luidde de eerste daarvan: wat doet de staatssecretaris om te zorgen dat traumahelikopters ook ’s nachts mogen opstijgen? Opdat ook de Waddeneilanden worden bereikt? Antwoord, in samenvatting: niets, want in noodsituaties mag ’s nachts al worden gevlogen. In andere gevallen? Daar gaan wij niet over. Bovendien ligt er een zaak hierover onder de rechter, dus daar mag ik als kabinetslid al helemaal niets over zeggen.

Echt verrassend was het niet dat de eerste interviewtjes allesbehalve vuurwerk opleverden. Verbeet, die zelf bepaalt welke vragen in het uurtje komen, had besloten als aftrap een CDA-Kamerlid een CDA-bewindspersoon te laten ondervragen. Dat is doorgaans geen recept voor de bijtende ondervraging waar de Kamervoorzitter zelf zo naar zegt te verlangen.

Pas toen SP’er Renske Leijten naar bezuinigingen in het persoonsgebonden budget in de zorg vroeg, kwam er enig leven in het vragenuur. Leijten liet ook zien waarom het Britse Lagerhuis als lichtend voorbeeld dient voor Verbeet: als enige kwam ze los van haar papiertje. In Londen is het ongehoord om tijdens ‘question time’ van papier te lezen.

Het is een idee voor een volgende nieuwe regel: zonder papier naar het katheder. En misschien levert dat wel de beoogde stijlverandering op: flitsender en levendiger. Een oudere bezoeker op de tribune zag er gisteren nog weinig van: „Het komt op mij juist over als nogal diffuus.”