‘Dreigers moorden niet en moordenaars dreigen niet’

Foto NCTb

Jared Loughner stond bij de autoriteiten bekend als bedreiger. Maar de politie van Tucson, Arizona zag geen aanslagpleger in de 22-jarige man die zaterdag congreslid Gabrielle Giffords en negentien anderen beschoot. Terecht, als we op de criminologische literatuur afgaan. ‘Dreigers moorden niet en moordenaars dreigen niet’, luidt het adagium in vele studies.

De jagers zijn niet de bedreigers, beaamt forensisch psycholoog en FBI-adviseur J. Reid Meloy vandaag in The New York Times. Dat verklaart volgens de krant waarom bedreigers van gezagsdragers zelden vervolgd worden. Ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) ziet bedreigers en aanslagplegers als twee verschillende dadertypes. Na de aanslag op de koningin door Karst T. schreef de dienst het rapport Individuele bedreigers van publieke personen (juni 2010). Volgens de NCTb blijven de ‘vrijblijvende blaffers’ doorgaans hangen op de eerste trede van het ‘Path to intended violence’.

De dienst merkt daarom de ‘ongekende eenling’ aan als het meest gevaarlijk. “Deze pleegt een aanslag zonder aankondiging vooraf.” Binnen die categorie gaat de meeste aandacht uit naar de ‘verward-gefrustreerde bedreiger’. Dit type heeft verschillende kenmerken die geweld in de hand kunnen werken: een groot deel is werkloos, kan woede niet beheersen, heeft een alcohol- of drugsprobleem, lijdt onder een onverwerkt trauma en heeft geen stabiele relaties. In een psychose kan zo’n persoon een aanslag plegen (aantasting impulscontrole), maar tegelijkertijd zwakt dit de dreiging af. Een psychoot is immers slecht in staat een aanslag te organiseren.

Loughner geen typische terrorist

Of de 22-jarige Jared Loughner een ongekende, verward-gefrustreerde eenling is zal een psychiatrisch onderzoek moeten uitwijzen. Maar het is wel duidelijk dat hij moeilijk in een hokje te plaatsen is. Loughner was een taalpurist en logicus (hoe afwijkend zijn theorieën ook mogen zijn), vertoonde onaangepast gedrag (psychotisch?), gebruikte drugs (blowen) en was al in aanraking geweest met de politie wegens dreigementen (dus niet ongekend: hij breekt met de regel dat ‘dreigers niet moorden’).

Beslisboom bij dreigement

Het probleem met inlichtingendiensten en politie is dat ze alleen kunnen handelen op basis van inlichtingen, signalen dat iemand mogelijk fysiek geweld gaat toepassen. Om een risico-inschatting te maken gebruikt de NCTb de volgende beslisboom.

Hoewel dreigementen zelden worden geëffectueerd richten ze toch schade aan. Het intimideert ambtsdragers, waardoor ze in hun bewegingsruimte worden beperkt en gehinderd in hun functioneren. “Bovendien bestaat er altijd nog het risico dat een dreiging daadwerkelijk effectueert”, benadrukt het NCTb. En daarmee komt de politieke en maatschappelijke stabiliteit in het geding, zoals de aanslag in Arizona laat zien.

Lees hier, hier, hier en hier verslagen van rechtbankzittingen waarin de persoonlijke omstandigheden van bedreigers naar voren komen. In Nederland geeft justitie een hoge prioriteit aan bedreiging van ambtenaren, soms met een dubbele strafeis.