Diepgewortelde taboecultuur heeft Turken in zijn greep

Een soap en een standbeeld wekken een typisch Turkse reflex op: weg ermee. Nieuw is dat historische taboes nu volop onderwerp van debat zijn geworden.

Nog voor de eerste uitzending stond het land al op zijn kop. De televisiesoaps op de meer dan 200 commerciële televisiezenders die Turkije rijk is, zijn al snel goed voor controverse. Maar de reacties op ‘De Eeuw van de Pracht’, over de glorieuze tijd van de tiende Sultan van het Ottomaanse Rijk, Süleyman I, sloegen alles. Zeker 75.000 klachten kwamen binnen voor en na de eerste uitzending deze week. Vooral vrome Turken klaagden over het beeld dat werd neergezet van de meest bewonderde leider van de Ottomanen. Dol op vrouwen, aan de drank, een beetje gek. Niets menselijks is hem vreemd.

Leden van de fundamentalistische partij Saadet trokken Ottomaanse pakken aan om hun afkeer van dat beeld te uiten. Een andere conservatieve groep trok naar het graf van de sultan bij de Süleymaniye moskee in Istanbul om uit de Koran te reciteren. Vicepremier Bülent Arinc riep de scenarioschrijvers op hun script onmiddellijk aan te passen.

En terwijl de commentatoren en historici elkaar op de nieuwszenders in de haren vlogen, maakte premier Tayyip Erdogan zich alweer boos over een andere kunstuiting. Het dertig meter hoge beeld in Kars dat vier jaar geleden werd neergezet om de vriendschap tussen Armenië en Turkije te onderstrepen, moest worden opgeruimd. „Monsterlijk”, noemde de premier het beeld, dat hoog boven het stadscentrum uittorent.

Het beeld is in Kars zelf ook omstreden. Reusachtige betonblokken, waar het staaldraad nog uitsteekt, moeten twee mensfiguren uitbeelden die aan elkaar zijn verbonden, zoals Armenië en Turkije. Velen zien het monument niet als een onderstreping van de vriendschap, maar als een provocatie. Het beeld is het antwoord op het genocidemonument dat aan de andere kant van de grens herinnert aan de honderdduizenden Armeniërs die in de Eerste Wereldoorlog in deze streek werden verjaagd en vermoord.

De premier wil het niet meer zien als hij terugkomt in Kars. „Om esthetische redenen”, zegt hij. Velen betwijfelen of dit de werkelijke reden is. In de conservatieve kringen waarin de premier verkeert bestaat een afkeer tegen standbeelden, die de islam zou verbieden.

„Wat de islam verbiedt is verafgoding, maar we leven in een ander tijdperk waarin mensen niet beelden maken om ze te aanbidden, maar om artistieke redenen”, schrijft vanochtend Mustafa Akyol, zelf belijdend moslim. Hij ziet in de rel rond het standbeeld dezelfde stuiptrekkingen bij gelovige Turken als rond de televisiesoap. „De conservatieven moeten begrijpen dat ze niet de staat moeten gebruiken om hun waarden aan anderen op te leggen.”

Het oproer rond het standbeeld en de soap onderstreept de taboes van Turkije. Weg ermee, klinkt het al snel als gevoelige onderwerpen in de aandacht komen. „De tijd van intolerantie is weer aangebroken”, schrijft Yavuz Baydar vandaag in Today’s Zaman. „Dit bevestigt het beeld van Turkije en zijn inwoners als gijzelaars van een diepgewortelde taboecultuur.”

Die taboes houden niet alleen gelovige Turken in hun greep, zegt de columnist. Toen twee jaar geleden de film Mustafa werd uitgebracht over het leven van de grondlegger van de seculiere Republiek, Mustafa Kemal Atatürk, was het land even goed te klein. Toen waren het juist de Turken die prat gaan op een seculiere en westerse levensstijl die de film wilden weren. Atatürk bleek in de film te lijden aan menselijke trekjes als twijfel en neerslachtigheid. Dat was een belediging, een duister plan van die bekende onbekenden die het op de eenheid van Turkije hebben voorzien.

Maar alle rellen en schandalen laten ook een onomkeerbare verandering zien in Turkije. De geschiedenis die zo lang verzwegen moest worden, is volop onderwerp van debat. In columns en in de praatprogramma’s op de tientallen 24-uurszenders. Van het Ottomaanse Rijk tot de Armeense genocide. Vijf jaar geleden werden schrijvers als Orhan Pamuk aangeklaagd omdat ze eenzelfde discussie over de geschiedenis wilden voeren. Nu worden uren zendtijd met deze onderwerpen gevuld.

„De Ottomanen legden alles vast zoals het was, pas in de tijd van de nieuwe Republiek [na 1923] zijn we de geschiedenis gaan herschrijven”, legde geschiedenisprofessor Hakan Erdem uit aan de zender CNN Türk. Wat volgde was een opsomming van de geschiedvervalsingen van de afgelopen honderd jaar, die verzoop in de kakofonie van andere meningen op tv die avond.