De nieuwe missie

Te oordelen naar het zich ontwikkelend debat over een nieuwe Nederlandse missie naar Afghanistan ontbreekt het in Den Haag niet aan dapperheid, hoop en bondgenootschappelijke solidariteit. Met een beetje geluk krijgt premier Rutte een krappe meerderheid voor het plan om 545 militairen uit te zenden, ondanks de tegenstand van de PvdA en de PVV. Maar er zijn twee problemen: 70 procent van de kiezers is volgens de peilingen tegen en de situatie in Afghanistan verslechtert. Of ons handjevol soldaten het tij zal doen keren, is niet in de overwegingen opgenomen.

Wat valt er aan de negatieve stemming in het binnenland te doen? Niet veel, denk ik. Misschien onder invloed van de PVV zijn meer en meer kiezers tot het besef gekomen dat ze genoeg hebben van wat ze zien als politieke fratsen. Ontwikkelingshulp, militaire expedities, subsidies voor linkse hobby’s, het hoort er allemaal bij. En zeker als bij zo’n onderneming mensenlevens op het spel staan, zijn ze onvoorwaardelijk tegen. Krijgt het kabinet zijn zin en zal daarna iemand sneuvelen, dan worden de partijen die aan de uitzending hun steun hebben gegeven, daarop bij de komende verkiezingen afgerekend. De gedoogpartner die hier zijn handen in onschuld wast, zal van harte daaraan meewerken.

‘We moeten het karwei in Afghanistan helpen afmaken’ is de kop boven een bijdrage in de Volkskrant (11 januari) van de liberale defensieconsultant en voormalig lid van de Tweede Kamer, Theo van den Doel. Zijn redenering geeft een goed beeld van de simpele manier waarop hier het vraagstuk wordt bekeken. Het karwei. De klus. De eerste supermacht die in de recente geschiedenis daaraan is begonnen, is de Sovjet-Unie, in 1979. Tien jaar later bleek de moedjahedien nog niet verslagen en ook door andere omstandigheden gedwongen, gaf Moskou het op. Daarna begon in Afghanistan een burgeroorlog, die in 1996 door de Talibaan werd gewonnen.

Kort na 9/11 in 2001 begon de volgende oorlog. Die werd door Bush jr. snel voor gewonnen verklaard, omdat hij met het Irak van Saddam wilde afrekenen. Het front in Afghanistan werd verwaarloosd. In 2006 besloot Nederland te gaan helpen bij het afmaken van het karwei. Dat werd de opbouwmissie in Uruzgan. Die ontwikkelde zich tot een vechtmissie en daarna tot een trainingsmissie. Nadat er 23 soldaten waren gesneuveld en een kabinet erover was gevallen, hielden we het voor gezien.

Natuurlijk hebben onze soldaten in Uruzgan wel het een en ander bereikt. Maar kijken we nu naar het karwei als geheel. Terwijl onze jongens en meiden in het aangewezen gebied scholen en wegen aanlegden en agenten hun opleiding gaven, ging de toestand in het land als geheel achteruit. De uitslag van de presidentsverkiezingen waren te danken aan grootscheeps bedrog. Dat was geen bezwaar. De president bleef. Bij de parlementsverkiezingen was de fraude ook niet van de lucht. Ondanks alle vooruitgang blijft Afghanistan een corrupte chaos.

De Amerikaanse opperbevelhebber McChrystal werd vervangen door generaal Petraeus, die in Irak zijn sporen heeft verdiend. Strategie en tactiek werden aangepast. Er kwamen meer troepen, zoals in Irak, en nieuwe wapens, de onbemande vliegtuigjes, de drones, die vanuit bases in Amerika worden bestuurd en hun bommen laten vallen. Lees daarover het boek van P.W.Singer, Wired for War. The Robotics Revolution and Conflict in the 21st Century. Soms gaat het met deze robots verkeerd. Dan wordt een bruiloft of een school getroffen. President Karzai protesteert.

Ondanks alle verbeteringen blijft tot dusver de algehele toestand in het land achteruitgaan. De Talibaan winnen terrein. Dat is ook te wijten aan de labiele toestand in buurland Pakistan. Onderdelen van de strijdkrachten in dit land worden ervan verdacht met de Talibaan samen te werken. In het ontoegankelijke grensgebied heeft het verzet zijn schuilplaatsen en uitvalsbases. In Amerikaanse militaire kringen wordt al lang op zuiveringsoperaties aangedrongen, maar de Pakistaanse regering bewaart de soevereiniteit. Vorige week is in Islamabad Salman Taseer, de gouverneur van de belangrijkste provincie, door een van zijn lijfwachten vermoord, een nieuwe bijdrage tot de groeiende verwarring in het land. Niettemin blijft Washington Pakistan beschouwen als een bondgenoot in de strijd tegen de Talibaan.

Tot zover dit summiere historisch overzicht. In Amerikaanse en Britse kranten worden regelmatig artikelen gepubliceerd van deskundigen die een radicaal ander beleid voorstellen. Gisteren stond op deze pagina een bijdrage van de Pakistaanse schrijver Ahmed Rashid. Een overwinning op het slagveld is volgens hem niet mogelijk. In plaats daarvan heeft hij een ingewikkeld plan bedacht, waarvan de essentie is dat de vrede zal worden bereikt via onderhandelingen tussen alle partijen, onder bemiddeling van de Verenigde Naties. Garantie op succes is er niet, maar de ervaring van de afgelopen dertig jaar leert dat voor militaire oplossingen hetzelfde geldt.

Zou het kabinet er nu toe besluiten opnieuw een missie uit te zenden, dan worden deze militairen daarmee uiteindelijk ondergeschikt aan de inzichten van Washington, waarover Den Haag niets te vertellen heeft.

We hoeven niet te twijfelen aan de plichtsgetrouwheid van de Nederlandse soldaten. Maar Amerika voert in Afghanistan al bijna tien jaar een experimentele oorlog, waarin iedere nieuwe benadering min of meer is mislukt. Er moeten andere oplossingen zijn, waarvoor Nederland mede de verantwoordelijkheid zou kunnen dragen. Onze aanwezigheid hoort bij te dragen tot een duidelijk verklaarbare en wenselijke uitkomst. Daar ontbreekt het aan.