De bittere paradox van Loe de Jongs gesublimeerde historie

Eerst de feiten, dan de verwijten. „Mijn opa was een beroemd historicus”, met die woorden begint Simonka de Jong haar documentaire Het zwijgen van Loe de Jong, gisteren uitgezonden in Het uur van de wolf (NTR).

Voordat dr. L. de Jong (1914-2005) „een icoon van de Tweede Wereldoorlog” werd, als directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, auteur van het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog en samensteller en presentator van de invloedrijke televisieserie De bezetting, was hij historicus en journalist bij Radio Oranje.

Hij had als enige van zijn familie in mei 1940 Londen weten te bereiken. Zijn vader, een Amsterdamse melkboer, moeder en jongere zusje was hij in het gedrang op de kade van IJmuiden kwijtgeraakt. Zijn identieke tweelingbroer Sally was als arts gemobiliseerd en trachtte later vergeefs aan de Jodenvervolging te ontkomen. Hij zou in Auschwitz, om zijn leven te rekken, nog dr. Mengele hebben geassisteerd bij experimenten met tweelingen.

De hele familie kwam om in de kampen. Alleen Sally’s in de oorlog geboren zonen, Abel en Daan, overleefden als onderduikers.

Na de dood van Loe, bijna zes jaar geleden, vonden erfgenamen, achter een laatje in een rotankastje, een flink aantal brieven en andere persoonlijke documenten die verband hielden met zijn broer. Dat gaf veel consternatie, want zijn neven hadden hem herhaaldelijk en nadrukkelijk gevraagd of hij iets bezat dat aan hun vader herinnerde. Hij had dat altijd „in eenlettergrepige woorden” ontkend: „Nee hoor, nee. Bovendien staat alles in mijn boeken.”

In de geserreerde en confronterende documentaire herinnert Daan zich zelfs dat zijn oom gezegd had: „Geschiedenis heeft eigenlijk helemaal geen zin, je moet je niet met het verleden bezighouden.”

De tegenstelling tussen publiek imago en privégedrag vormt een bittere paradox. Toch valt die wel te verklaren. In de persoonlijke geschiedenis van Loe de Jong kwamen immers twee klassieke syndromen samen: het schuldgevoel van de overlever en de eeuwige concurrentie tussen eeneiige tweelingen. In 1995 bekende De Jong in een interview aan Ischa Meijer dat hij altijd jaloers was gebleven op zijn broer.

Na een jarenlange psychoanalyse had hij besloten zijn verdriet te sublimeren in monumentale arbeid. Gevoel kwam daar niet bij van pas.

Die keuze was onverdraaglijk voor zijn neven. Abel trok zich tijdens de opnamen van de documentaire plotseling terug, maar Daan maakt van zijn woede geen geheim. Zijn wrok geldt „al die mensen” die er niet aan willen, die maar niet begrijpen hoe belangrijk het voor de tweede generatie is om wel gevoel te delen.

Zo wordt Daan de feitelijke hoofdpersoon en zijn verhaal een heldere metafoor van een veel breder probleem. De verwijtbaarheid van het achterhouden van brieven en emoties doet er minder toe, ook al was Loe de Jong bij uitstek degene die anderen na de oorlog de maat placht te nemen.