'Asielgezin met jonge kinderen mag niet worden gescheiden of op straat gezet'

Minister LeersHeel soms stuurt een asielgezin in de rechtszaal het uitzettingsbeleid drastisch bij. Omdat het ook volgens de rechter écht zo niet kan. Gisteren bepaalde het Gerechtshof Den Haag dat een uitgeprocedeerd éénouder gezin met drie kinderen onder de twaalf niet op straat mag worden gezet. En ook niet van elkaar mag worden gescheiden. De belangen van de kinderen om bij hun moeder te blijven zijn groter dan het staatsbelang bij uitzetting.

Het gezin had onderdak in het ’vrijheidsbeperkende vertrekcentrum’ in Ter Apel. Sinds 1 april 2010 is de moeder uitgeprocedeerd. Zij verbleef negen jaar in Nederland. Twee van haar drie kinderen zijn in Nederland geboren. De moeder weigert terugkeer naar Angola en zou vorig jaar daarom met haar kinderen uit het centrum worden gezet en dakloos worden. In een tussenarrest (BN2164) vorig jaar zomer, dat hier is te vinden, oordeelde het Hof al dat “het op straat zetten van de kinderen - slechts onder de hoede van een moeder die zelf niet de financiële middelen heeft om haar kinderen een adequate verzorging en huisvesting te geven en zonder dat een andere opvang van de kinderen geborgd is” strijdig is met de mensenrechtelijke verplichtingen van de Staat. Maar ook los daarvan is zoiets  “op zichzelf reeds inhumaan te achten en daarmee tevens een onrechtmatige gedraging van de Staat jegens de kinderen”.

Stevige taal dus. Alle denkbare rechtsnormen zouden worden geschonden als de Staat dit zou doen. Daarbij speelde voor het Hof een belangrijke rol dat geen enkele andere overheid zich het lot van het gezin zou aantrekken. En dat de kinderen geheel vernederlandst zijn. Die kinderen mogen ook niet de gevolgen dragen van het gedrag van de moeder.

De oplossing die de Staat na het tussenarrest aanbood wordt in het eindarrest (BO9924), hier te vinden, door het Hof verworpen. De staat had aangeboden de kinderen in een pleeggezin of een jeugdinrichting op te nemen. Daarvan zegt het Hof dat zoiets “een disproportionele inbreuk” op het mensenrecht van art.8 uit het EVRM is, het recht op een gezinsleven. Het Hof weegt mee dat de kinderen onafgebroken met hun moeder hebben samengeleefd, dat twee kinderen gezondheidsproblemen hebben en dat ‘gesteld noch gebleken’ is dat de moeder zou tekortschieten in haar zorg. Het belang van de Staat om het gezin uit te kunnen zetten weegt ook hier niet op tegen de gevolgen van deze methode voor de kinderen.

Het scheiden van moeder en kinderen “mag uiteraard niet” als drukmiddel worden gebruikt ” en de Staat heeft dat `dan ook terecht niet aangevoerd” zo voegt het Hof er in een soort waarschuwing ten overvloede aan toe. Volgens PVV Kamerlid Fritsma, die een spoeddebat aanvroeg, is het effect van de uitspraak dat de moeder nu juist beloond wordt voor haar gedrag. En het uitzettingsbeleid ondermijnd raakt en toekomstige pardonregelingen waarschijnlijker worden. Minister Leers (CDA, asiel) heeft laten weten het arrest uit te voeren, maar overigens deze (en andere) weigerachtige asielzoekers met allerlei ‘prikkels’ van de noodzaak terug te keren te zullen blijven overtuigen.

Vandaag stuurde hij alvast een brief naar de Kamer waarmee hij het indienen van zinloze vervolgaanvragen wil tegengaan. Vluchtelingen die voor de tweede keer of vaker een asielaanvraag indienen mogen de behandeling daarvan niet meer in Nederland afwachten.

Een samenvatting van het Haagse slotarrest met het verbod kinderen op straat te zetten is hier te vinden. En de opgeluchte reacties van de ‘Coalitie geen Kind op Straat” hier en hier. Consequentie van dit alles is dat de Staat weigerachtige uitgeprocedeerde asielzoekers met jonge kinderen in vergelijkbare omstandigheden als dit gezin opvang moet blijven bieden.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.