Architect wil klant graag zien

Het verwijt dat architecten jaren de klant niet serieus hebben genomen, is onzinnig. Juist de projectmanagers houden de klant ver weg van de ontwerper, betoogt Bjarne Mastenbroek.

Belangstellend begon ik aan het artikel ‘Architect nam klant jaren niet serieus’ (opiniepagina, 10 januari). Vooral omdat de meer dan vette kop mij, niet gehinderd door enige beroepsdeformatie, enorm trok. Het is crisis in de bouw en projecten worden niet of nauwelijks vergeven. Wat hebben wij architecten nu weer fout gedaan?

Gerrit Komrij schreef het decennia geleden al in Het boze oog. Architecten zijn de bron van alle ellende. Dat is vooral te wijten aan hun ontembare honger naar originaliteit, erkenning (daarvan) en macht. Toen zag ik het!

Het artikel is geschreven door Jan den Boer. Meer in het bijzonder: het is geschreven door een projectmanager! Opeens kan ik veel van de grieven plaatsen.

Hoe moet een architect naar de klant luisteren als hij deze nooit ontmoet? Wanneer spreekt hij de gebruiker? Wanneer is er serieus overleg?

De architect heeft al jaren een ander liefje – uit een verstandshuwelijk.

Zij heet: de projectmanager. Zij voorziet de architect van informatie en vindt het over het algemeen niet nodig dat de architect intensief overlegt met gebruikers. Dat heeft de manager, of een ander, al voor hem gedaan. Het staat allemaal op papier. Daarbij zijn de Excel-sheets met proces, planning en budget heilig.

Projectmanager Den Boer maakt cruciale denkfouten.

Hij beschuldigt alleen de „dogmatisch modernistische architect” ervan slecht te luisteren naar de gebruiker. De traditionalist doet dat blijkbaar wel. Dat is toch gek? Wat als een opdrachtgever, als je hem nog in het wild treft – is hij ook nog gebruiker, dan heb je een wel heel zeldzaam exemplaar – juist een ‘modernistisch’ gebouw wil? Wat als een als traditioneel ogend object naar later blijkt gebouwd is voor een opdrachtgever die eigenlijk een modern gebouw wilde? Het is een onzinnige scheiding van talenten.

Opdrachtgevers zijn uitstekend in staat de architect te kiezen die het beste bij hen past. Helaas maken ze soms misbruik van aanbestedingsregels, door uitgebreide plannen te eisen van architecten, op basis waarvan ze de opdracht gunnen. Tot dat moment is voor de architect geen enkel contact mogelijk met de klant of gebruiker. Dit is bedacht door projectmanagers, niet door architecten.

Wie heeft hier de macht? Precies, de projectmanager. Wat was het probleem ook alweer? De honger naar macht?

Mijn suggestie aan opdrachtgevers van Nederland luidt: doe wat ze in Zwitserland, Duitsland, Denemarken en Oostenrijk doen. Wat dat is?

Kies weloverwogen een architect die bij u past en versnipper het bouwproces niet zo. Voorkom dat interne en externe managers, kostenadviseurs, andere ‘deskundigen’, conceptdenkers, willekeurige andere experts en een architect allemaal een klein deeltje van een opdracht krijgen. Anders heeft niemand het overzicht en voelt niemand zich verantwoordelijk als het erop aankomt of als er problemen moeten worden opgelost.

Laat het projectmanagement over aan architecten.

Tot slot: laat u geen achterhaalde stijldiscussies aanpraten – over het modernisme. Stijlen zijn breed gedragen, maatschappelijke tendensen en komen niet louter uit de hoed van de architect. Dan zijn ze in zwang, decennia later zijn ze weer uit de mode.

Voor een architect is niets leuker en geeft niets meer voldoening dan ontwerpen in direct overleg met de gebruiker. Als de projectmanager zo slim was geweest, had hij mogelijk gemaakt dat de gebruiker werd gehoord. Dat is blijkbaar niet gebeurd.

Bjarne Mastenbroek is voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten.