Alleen de backpackers zijn er nog

De grote overstroming heeft Brisbane hard getroffen.

NRC-verslaggever Emilie van Outeren was met vakantie in Australië toen het water steeg, en reisde naar Brisbane.

Ik ging met vakantie naar Queensland, Australië, voor de stranden. Driehonderd dagen zon per jaar, paradijs voor surfers en toegang tot het Groot Barrière Rif. Maar toen ik vorige week in Sydney aankwam, bleek dat de voornaamste reden om naar het noorden te reizen een journalistieke zou zijn.

Ik wilde zelf zien hoe Rockhampton, een stad 1.400 kilometer ten noorden van Sydney, omgaat met de vernietigende regenval. Maar de stad was van de buitenwereld afgesloten. Ik zou naar Brisbane vliegen, nog een vlucht nemen en vervolgens hopen op een lift van een boot of helikopter van hulpdiensten of andere media.

„Heb je goede kaplaarzen?”, vroeg een televisiejournalist. Nee sorry, niet aan gedacht voor mijn reis door dit land dat al jaren door droogte geteisterd wordt.

Tot mijn verbazing bleek de reis naar centraal Queensland niet nodig, want het zou Brisbane zelf zijn dat, sneller en heftiger dan voorzien, getroffen zou worden. Terwijl ik de immer laconieke Australiërs interviewde over deze ramp, liep om mij heen het centrum van de stad leeg. Iedereen probeerde haar te ontvluchten.

Was het wel verstandig om hier te blijven? Als het water eenmaal de straten in stroomt, kan het binnen een minuut mensen meeslepen. ‘Gelukkig’ blijken niet het zakelijke centrum, maar de suburbs het eerste onder te lopen. Het voornaamste ongemak is hier dat met het vertrek van alle locals ook alle horeca en winkels zijn gesloten. Met moeite kan ik een broodje met kaas krijgen. Mijn hotelkamer zit gelukkig op de zesde verdieping.

Gisteren waren de zandzakken niet aan te slepen in Brisbane. De rijen bij de punten waar de zakken werden afgegeven, groeien hier en daar aan tot wel een kilometer lang. Het personeel van een glasfabriek in het laaggelegen deel van deze derde stad van Australië besluit fabriekszand te gebruiken om zakken te vullen.

In de stromende regen proberen Dave Wichmann en zijn collega’s de ruimte te beschermen waar transformatoren staan. Aan de westkant tegen het binnengutsende regenwater, en aan de noordzijde tegen de Brisbane-rivier, die elk uur verder buiten zijn oevers treedt.

Wichmann heeft nog een zorg: waar hij slaapt, vannacht. Zijn huis staat in een overstroomde buitenwijk. Het huis zelf staat hoog genoeg, maar de weg erheen is onbegaanbaar. „Ik ben geboren in 1974, het jaar van de laatste grote overstroming. Ik heb nog nooit zoiets gezien”, zegt hij met ontzag in zijn stem.

Nu de watersnood, na dunbevolkt gebied, ook de stad heeft bereikt, krijgt hij trekken van een nationale noodsituatie die miljoenen raakt, met tot nu toe meer dan twintig doden, tientallen vermisten en miljarden dollars schade.

De dag daarvoor werd het universiteitsstadje Toowoomba overvallen door een regenstorm. Auto’s en voetgangers werden van de weg gespoeld, nadat in een half uur 80 centimeter regenwater was gevallen. Zeker tien mensen kwamen om in wat een „binnenlandse tsunami” werd genoemd.

Hoe kan dit?

Pradeep Singh van het weerinstituut in Brisbane laat op zijn ene scherm de satellietbeelden zien van de depressie die boven het gebied hangt. Op zijn andere scherm verschijnt een lijst met rivieren en kreken in de staat. Op drie na vertonen ze alle een gevaarlijk hoog waterniveau – en over die drie is geen informatie. Het probleem gisteren was dat de buien in Toowoomba zo lokaal en plotseling waren, „dat we niet de apparatuur hebben om ze te voorspellen”, zegt Singh. Hij durft zich nog niet te wagen aan een voorspelling voor Brisbane, een stad met twee miljoen inwoners. Maar hij benadrukt dat de wateroverlast hier nog maar net begonnen is.

Het is niet de eerste keer.

Tijdens de in Australië legendarische overstroming van 1974 kwam het water bij de glasfabriek in Brisbane tot ruim een meter hoog – op die hoogte is op de muren een lijn getrokken. De komende dagen zal dit record naar verwachting gebroken worden. En door de regen van de afgelopen maand zijn al meer mensen omgekomen dan toen. 21, en tientallen mensen worden vermist.

Brisbane zelf verandert snel in een spookstad. Honderdduizenden inwoners hebben inmiddels de stad verlaten. Bijna alleen de backpackers zijn er nog. Supermarkten worden volledig leeg gekocht en bedrijven sluiten vroeg hun deuren.

Op de televisie zijn beelden te zien uit nog zwaarder getroffen dorpen in de omgeving. Vanuit helikopters zijn mensen te zien die op de daken van hun huizen wachten op hulp.

De inwoners van de staat Queensland zijn, net als de rest van Australië, wel wat gewend op het gebied van natuurrampen. Twee jaar geleden nog ging 450.000 hectare van de staat Victoria in rook op bij de grootste bosbranden in de geschiedenis. Elk jaar loopt wel een deel van het continent onder.

Omdat de regen en stijging van het waterpeil in de rivieren goed te voorspellen zijn, waren de bewoners van de noordoostelijke staat erop voorbereid dat het regenseizoen, the Wet, dit keer extra nat zou zijn.

De boeren en andere inwoners van Queensland waren er aanvankelijk ook laconiek over dat het water hun woningen en bedrijven overspoelde. De natuur houd je niet tegen, zeiden ze. Ze wisten dat ze een risico hadden genomen door zich dicht bij de rivierbeddingen te vestigen. Ook waren er maar weinig geluiden te horen van mensen die zeiden dat de overheid gefaald had bij de bescherming van haar burgers. Australiërs zorgen voor zichzelf, en misschien een beetje voor de buren. „It is what it is”, was een veelgehoorde kreet van slachtoffers.

Maar door de regenstorm in Toowoomba sloeg de stemming om. De drie dammen die de stad moeten beschermen konden het water niet aan.

Op de bruggen over de Brisbane rivier, die door de hele stad kronkelt, is te zien hoe deze al buiten zijn oevers is getreden, over fietspaden en tuinen. Straten kunnen de kletterende regen niet afvoeren.

Gevreesd wordt dat wijken en dorpen nog wel enige tijd geïsoleerd zullen blijven. Want in tegenstelling tot na een tsunami kan het water hier niet terug naar waar het vandaan kwam. Brisbane krijgt bovendien nog te kampen met het water uit het overvolle stuwmeer achter de na 1974 aangelegde dam. Het zal nog maanden duren voordat het water is weggetrokken en de schade gerepareerd kan worden.

Dan rest de vraag waarom in deze snel groeiende staat, belangrijk om zijn steenkool en landbouw, niet meer maatregelen zijn genomen om overstromingen tegen te gaan. Volgens meteoroloog Singh komt dat mede omdat de afgelopen jaren juist de droogte het probleem was. „En omdat Australiërs koppig zijn en toch gaan wonen op plekken waar dat onverstandig is.”

De komende dagen zal het waterpeil alleen maar stijgen. Blijft het vliegveld dan nog open? „No worries, mate”, zeggen de achtergebleven Brisbaners als ik ernaar vraag. Maar met meer regen op komst, is het misschien toch niet onverstandig om te proberen hier weg te komen. Dat zeggen ze ook.