Vietnamezen hopen op meer 'doi moi'

De communistische partij houdt Vietnam nog altijd in haar greep. De economie groeit maar ondernemers hopen op meer speelruimte na het komende congres.

Ho Chi Minh Stad lijkt deze week communistischer dan gewoonlijk. Overal in de bruisende zakenstad hangen rode posters en spandoeken met hamer en sikkel, of van nationale held Ho Chi Minh. Posters met een tekening van blije boeren, soldaten, monniken, leraren en jongeren roepen het volk op om hard te werken om het Elfde Partijcongres tot een succes te maken. ‘Moge de Communistische Partij van Vietnam voor altijd glorieus voortleven!’

Vandaag is de openingsceremonie van het vijfjaarlijkse congres van de Communistische Partij in hoofdstad Hanoi, dat ruim een week duurt. Hier wordt het nieuwe leiderschap van het land aangewezen en de politieke en economische koers voor de volgende regeerperiode vastgesteld. Maar in Ho Chi Minh Stad, het vroegere Saigon en de economische motor van het land, houdt men zich liever bezig met geld verdienen dan met politiek.

Neem Ngo Ngoc Long, een jonge zakenman die in drieënhalf jaar zijn bedrijf Sunhome voor huishuidelijke apparatuur zoals kookplaten heeft opgebouwd en vorig jaar een omzet haalde van acht miljoen dollar. Hij zegt nauwelijks tijd te hebben gehad om de aanloop naar het congres te volgen. „In de Vietnamese politiek verandert niets. Iedereen wil gewoon zaken doen.” Hij heeft geen idee wie de nieuwe leiders worden. „Het maakt me niet uit wie straks de premier wordt, het komt allemaal op hetzelfde neer. Zolang het land maar beter wordt.”

Inderdaad zal dit congres niet veel verandering brengen, zegt hoogleraar en Vietnam-expert Carl Thayer, van de University of New South Wales in Sydney. „Het is vooral een gebeurtenis voor de partij, en die omvat maar 3 procent van de bevolking.” De nieuwe leiders moeten ten minste vijf jaar ervaring hebben in het vijftienkoppige politbureau, het machtigste overheidsorgaan van het land, dus „die kennen we al”.

De beleidsdocumenten die zullen worden goedgekeurd zijn al bekend: plannen om Vietnam in 2020 tot een ‘industriële natie’ te maken en het inkomen per persoon op te schroeven tot zo’n 2.000 dollar per persoon in 2015.

Alsof iemand daar nog aan twijfelde, zei een lid van het Centraal Comité gisteren dat Vietnam geen plannen heeft om het één-partij-systeem te verlaten. Wat ook niet helpt voor de nationale interesse is dat het beraad grotendeels geheim is. Thayer: „Soms duurt het maanden om erachter te komen wat er nu eigenlijk besproken is.”

De economie zal zeker bovenaan de agenda staan. Na jaren van spectaculaire groei zorgde de financiële crisis vanaf 2007 voor een afkoeling. De beurs stortte nog dieper in dan elders, de vastgoedluchtbel knapte. Nu kampt het land met een inflatie van bijna 12 procent, wat vooral de armen treft. Ook is de Vietnamese dong een van de weinige Aziatische munten die waarde verliest ten opzichte van de dollar.

Scheepsbouwer Vinashin, een staatsbedrijf, balanceerde door wanbeleid op de rand van de afgrond en moest door de regering worden gered. Maar de economie groeide afgelopen jaar nog altijd met zo’n 7 procent en de verwachtingen zijn weliswaar getemperd, maar nog steeds torenhoog.

„In het laatste kwartaal van vorig jaar waren er veel moeilijkheden met de Vietnamese economie”, zegt Nguyen Chieu Phuong, mede-eigenaar van een geprivatiseerd staatsbedrijf dat handelt in van alles, van garnalen tot auto’s tot rijstkokers. „We groeiden nog steeds met 10 procent, maar ik had 25 procent verwacht.”

Zakenlieden willen van het congres vooral één ding: méér ‘doi moi’, zoals de hervormingen van 1986 worden genoemd, die de economische spurt van het land mogelijk maakten. Bij voorbeeld om te zorgen dat particuliere ondernemingen meer rechten krijgen. Nu worden zij nog geregeld benadeeld ten gunste van de talrijke staatsbedrijven, bij voorbeeld bij het afsluiten van leningen. Nguyen: „De regering realiseert zich dat staatsbedrijven niet efficiënt werken. Ik hoop dat ze de komende jaren de particuliere ondernemer helpt.” Volgens hoogleraar Thayer zal dit congres het partijlidmaatschap voor het eerst openstellen voor private ondernemers, die als ‘kapitalisten’ tot nu toe waren uitgesloten.

Ook de goedkope dong is voor ondernemers een punt van zorg. Velen importeren onderdelen uit China of andere landen, die door de ongunstige wisselkoers steeds duurder worden. Het handelstekort was vorig jaar meer dan 12 miljard dollar. „We hopen dat de regering nieuw beleid zal maken, om de financiële situatie te stabiliseren. Nu fluctueert het te veel”, zegt Ngo Ngoc Long, de fabrikant van huishoudelijke apparatuur.

Veel hangt af van de personen die na het congres de leiderschapsposities zullen bekleden. „Langzaam maar zeker komen beter opgeleide mensen in het Centraal Comité”, constateert prof. Thayer. Ook moeten nieuwe leeftijdslimieten zorgen voor verjonging.

Nguyen vertelt enthousiast dat twee van de huidige vicepremiers hebben gestudeerd in Ierland en Amerika; hij hoopt dat dat voor steeds meer functionarissen zal gelden. Want het zaken doen is nog zo nieuw in Vietnam, zegt hij, dat ze daarover beter in het buitenland kunnen leren.