Van hutspot en nasi tot tokokruiden

Soms wil je als zelfbewuste allochtoon aan autochtonen laten zien dat je niet van de straat bent. Dan zeg je achteloos: „Ik heb gister Leidse hutspot gegeten, met pastinaak.” „Met pastiwat?” „Met pastinaak, je weet wel, die witte wortel die ze in de zeventiende eeuw aten toen ze nog geen aardappels hadden.”

Daar hebben ze lang niet altijd van terug.

Er moet gezegd worden dat pastinaak, schorseneren, koolraap en andere oud-Hollandse groenten niet uit het luchtledige op mijn bordje belandden. Eerst moest een en ander verkend worden. Tenslotte kwam ik uit een land waar de groenteteelt zich beperkte tot kool, aardappels en uien. Ik moest bijvoorbeeld, net als Hollandse kindertjes, wennen aan de bitterheid van witlof. Nu kan hij me niet bitter genoeg zijn. Het ‘veredelde’, bittervrije ras dat de supermarkten ons voorschotelen om onze smaakpupillen te sparen, vind ik een belediging van deze groente. Met die bitterheid haal je de ziel uit de witlof. Als je er niet van houdt, dan karameliseer je hem, toch?

Smaakpapillen zijn even veeleisend als de andere zintuigen. Neem het gehoor. Dat wil zich toch ook weleens verliezen in het atonale of in de twaalf toontrappen in plaats van de gebruikelijke zeven?

Nederland is een ideaal land om je smaakpapillen uit te dagen. Het barst hier van de toko’s. Ik blijf boerenkoolstamppot, spruitjes en nasi goreng eeuwig trouw, maar sinds ik de duizend-en-één specerijen en kruiden van de ayurvedische keuken heb ontdekt, is het hek van de dam.

In mijn prachtwijk staan vele toko’s, waar ze geen enkele moeite hebben met onnozele witten die niet weten wat asafoetida is of ghee of dat je koriander in drie verschillende vormen kunt krijgen. „Mevrouw heeft hing nodig! Hebben we hing?” „Hing?” „Ja, hing!” „We hebben alles! Groot of klein?” „Groot of klein, mevrouw?”

Intussen puilt mijn keukenkast uit van alle jampotjes met kruiden die ik in groten getale bij de toko afneem. In kleurige zakjes van een ons. Een ayurvedische kok heeft niets aan een Ikea-kruidenrekje.

En voor wie lelijke dingen zegt over multiculti, heb ik pippali in voorraad om zijn mond te spoelen.

Sana Valiulina

Sana Valiulina (Tallinn, Estland, 1964) studeerde Noorse taal- en letterkunde en woont sinds 1989 in Amsterdam. Ze debuteerde met ‘Het Kruis’ (2000).