Tunesië sluit universiteiten om einde te maken aan protesten

De Tunesische regering heeft gisteren alle middelbare scholen en universiteiten gesloten om een einde te maken aan de aanhoudende protesten tegen het bewind. Gisteravond werden in enkele steden opnieuw onlusten gemeld.

Volgens een verklaring van de ministeries van Onderwijs en Wetenschap wordt gezocht naar „de mensen achter de onlusten die onschuldige studenten bewogen tot daden van wanorde, geweld en anarchie”. President Zine al-Abidine Ben Ali herhaalde dat „de wet het laatste woord heeft”.

Hij gaf gisteren „extremisten”, aangestuurd door „vijandelijke elementen in het buitenland”, de schuld van „terroristische acties”. Tegelijkertijd kondigde hij in een televisietoespraak een plan aan om in de komende twee jaar 300.000 banen te scheppen.

De protesten begonnen 17 december met de zelfverbranding van een jonge werkloze man en waren aanvankelijk specifiek gericht tegen de werkloosheid (14 procent). Inmiddels worden ook leuzen tegen de corruptie aan de top en tegen de politieke repressie aangeheven.

Betogers hebben in talrijke steden in zowel het arme binnenland als het welvarender kustgebied openbare gebouwen aangevallen en auto’s in brand gestoken. Leger en politie hebben verscheidene malen met scherp geschoten. De Internationale Federatie van de Mensenrechten (FIDH) in Parijs zegt dat er de afgelopen drie weken zeker 35 doden zijn gevallen. Volgens de regering vielen er het afgelopen weekeinde 14 doden.

De regering ontbood de Amerikaanse ambassadeur om haar „verbazing” uit te spreken over het commentaar van Washington op de onrust. De VS hebben alle partijen tot zelfbeheersing opgeroepen en zich bezorgd getoond over de overheidsblokkade van internetsites. De Franse regering betreurt „het geweld” in Tunesië. Volgens een woordvoerder kan alleen een dialoog de problemen oplossen. (AFP, AP, Reuters)