Moderne voetbal heeft reuzen van (bijna) 1,70 meter

In het profvoetbal gaat het nog altijd om lengte en kracht. Maar de beste spelers ter wereld zijn klein. „Zij functioneren alleen als ze uitzonderlijke kwaliteiten hebben.”

De drie beste voetballers ter wereld zijn opvallend klein. En de kleinste van hen werd gisteravond verkozen tot de allerbeste. Lionel Messi (1,69 meter) won de Gouden Bal van wereldvoetbalbond FIFA en het tijdschrift France Football, ten koste van de net iets grotere Xavi Hernández en Andrés Iniesta (beiden 1,70 meter). Dat is opmerkelijk in een sport waar fysieke kracht steeds belangrijker is geworden.

Het drietal speelt ook nog eens voor dezelfde club, FC Barcelona. De Catalanen zien de uitverkiezing van Messi als een prijs voor de hele club. Als een beloning voor de filosofie waarbij het pure voetbal altijd de boventoon viert, stelt oud-speler en oud-trainer Carles Rexach in de Spaanse krant El País. „Ik ben er nog het meest trots op dat echt uitgekomen is wat ik mijn leven lang heb gedacht: je hoeft niet per sé te vechten tot je erbij neervalt. Dat er ook plek is voor kleine spelers bewijst FC Barcelona al decennia.”

De door de club zelf opgeleide Messi, Iniesta en Xavi zijn sleutelspelers in het snelle combinatievoetbal van Barcelona. De ploeg speelt de bal in een wedstrijd gemiddeld zo’n zeshonderd keer over. Dat is tweehonderd keer meer dan de meeste andere Europese topclubs. In de jeugdteams worden de automatismen van het spel er al ingeslepen. Rexach: „Barcelona heeft een voorsprong van dertig jaar op de rest.”

Het middenveld en de aanval zijn door de speelwijze gebaat bij kleine, wendbare voetballers met een perfecte balcontrole. Toch vreesde ook Barcelona dat Messi, die in zijn jeugd kampte met een groeistoornis, te klein zou blijken voor topvoetbal. Hij kreeg daarom hormooninjecties toegediend.

Nog steeds zijn Messi en zijn twee medespelers opvallend klein. Gemiddeld zijn voetballers in Europa 1,82 meter groot, blijkt uit een database van 12.524 spelers die in de 36 beste competities in Europa spelen. De database wordt bijgehouden door onderzoekers van sportwetenschappelijk instituut CIES in Neuchâtel. Het instituut publiceert jaarlijks een demografisch overzicht van het Europese profvoetbal. Zo is meer dan een derde van de profvoetballers in Europa groter dan 1,85 meter. En slechts 12 procent is kleiner dan 1,75 meter.

FC Barcelona is zelfs het kleinste team van heel Europa, vertelt onderzoeker Roger Besson van het CIES aan de telefoon. De selectie heeft een gemiddelde lengte van 1,77 meter, vijf centimeter kleiner dan de Europese norm. Grote spelers hebben meer kans prof te worden, concluderen Besson en zijn collega’s. Reden is volgens hen dat de meeste clubs in jeugdopleidingen de voorkeur geven aan voetballertjes die fysiek boven de andere uitsteken, en sneller op hogere niveaus kunnen meedoen.

Edwin Goedhart, hoofd van de medische staf van Ajax, weet ook dat het betaald voetbal de afgelopen jaren fysieker is geworden. „De tijd en de ruimte die je in het veld krijgt is veel minder geworden. Dus proberen aanvallend ingestelde teams ergens in het veld een overtalsituatie te creëren. Dat is vaak op het middenveld. Kleine en behendige spelers zoals Messi, Iniesta en Xavi zijn dan in het voordeel tegenover loggere voetballers. Maar vergeet niet dat FC Barcelona met Piqué en Keita ook over fysiek sterke spelers beschikt. Een combinatie van kracht, lengte en techniek blijft toch ideaal.”

Oud-international Pierre van Hooijdonk (1,93 meter) is het met Goedhart eens. Dat Messi gekozen is tot speler van het jaar betekent volgens hem niet dat lengte en kracht minder belangrijk zijn in het moderne voetbal. „Een kleine speler kan alleen functioneren als hij over uitzonderlijke kwaliteiten beschikt”, stelt Van Hooijdonk. „Kleine spelers zonder iets extra’s zijn kansloos. Die worden overlopen door de grote, sterke voetballers. Je zou een lange, krachtige speler moeten kunnen klonen met een Messi of Xavi. Dan krijg je een speler die in álles goed is. Misschien kwam Zinedine Zidane (1.85 meter, red.) het dichtst in de buurt van de ideale voetballer. Hij had inzicht, snelheid, techniek en hij kon scoren en koppen.”

Volgens Van Hooijdonk hebben kleinere spelers doorgaans wel een betere techniek. Ze kunnen de bal met hun kleinere voeten beter richting geven. „Met een maatje 41 of 42 kun je met de wreef van je voet het hart van de bal raken. Zoals Sneijder doet. Voor een speler met grote voeten is dat moeilijker”, zegt de oud-vrijetrappenspecialist die overigens schoenmaat 46 heeft.

Ondanks Messi’s uitverkiezing lijken grote spelers de toekomst te hebben. Zo zweren Real Madrid, Chelsea en PSV bij lengte en fysieke kracht. Roger Besson van het CIES zag de gemiddelde lengte van voetballers in Europa de afgelopen jaren gestaag groeien. „Hoewel er geen enkel verband is tussen de lengte van spelers en de resultaten die hun teams halen.”