Linkse samenwerking

GroenLinks is er uitgesproken voor, D66 ziet er eigenlijk niets in: verregaande samenwerking, misschien wel samengaan, tussen alle partijen die zich links of progressief noemen of gemakshalve door anderen bij deze categorie worden ingedeeld.

De grootste linkse partij, de PvdA, organiseert zondag de manifestatie ‘Een nieuw jaar, een ander Nederland’ die vooral is bedoeld als demonstratie tegen het beleid van het kabinet-Rutte, de coalitie van VVD en CDA die met gedoogsteun van de PVV regeert. Deze gemeenschappelijke ‘vijand’ is, zoals dat vaker gaat in de politiek, het meest effectieve bindmiddel voor partijen die hun onderlinge verschillen dan als secundair beschouwen.

De leiders van GroenLinks en SP, Jolande Sap en Emile Roemer, zijn ingegaan op de uitnodiging van hun PvdA-collega Job Cohen, en komen langs in Amsterdam. D66 stuurt ‘een delegatie’. Het is een subtiel maar veelzeggend onderscheid.

Intussen doet zich juist nu een opvallend politiek meningsverschil voor tussen PvdA/SP (tegen) en D66/GroenLinks (voor) over een wezenlijk onderwerp: Afghanistan. Inzet is de vraag of er Nederlandse politietrainers met militaire beschermers naar dat land mogen worden uitgezonden, zoals het kabinet wil. Degenen die dromen van progressieve coalities worden nu even ruw wakker geschud.

Over linkse samenwerking wordt al decennia gesproken. Het meest concreet werd zij in 1972, toen PvdA, D66 en PPR, een van de voorlopers van GroenLinks, voor de verkiezingen een gezamenlijk programma en een schaduwkabinet presenteerden. Zo innig is de liefde tussen min of meer progressieve partijen daarna nooit meer geweest. Gewoonlijk scoort ‘links’ de laatste veertig jaar tussen de 60 en 70 zetels. Het is twijfelachtig of een bundeling van de krachten daadwerkelijk meer stemmen zou opleveren.

Rode draad in al die jaren van pogingen tot progressieve samenwerking is dat de PvdA er als grootste partij enthousiaster voor is naarmate het met haar slechter gaat. In de actuele politieke ordening wenst dat D66 zich te profileren als middenpartij, die hemelsbreed verschilt van de SP. D66 werkt in principe dan ook liever samen met de VVD. GroenLinks is bezig met een herpositionering, waarvan na het vertrek van Femke Halsema als partijleider moet worden afgewacht wat ervan overblijft.

In het versnipperde politieke landschap van Nederland is blokvorming op zichzelf wenselijk, zeker als partijen daar voor de verkiezingen duidelijkheid over verschaffen. Nu zou het al heel wat zijn als in Kamerdebatten samenwerkende oppositiepartijen bij onderwerpen waarover zij het (goeddeels) eens zijn gemeenschappelijke woordvoerders aanwezen. Het is de manier om kiezers het bewijs te leveren dat zij een alternatief kunnen vormen voor het huidige kabinet. Maar of ze dat aandurven?