Kom nou eens in actie!

Bekende en succesvolle emoromans, zoals Norwegian Wood, zijn verfilmd.

De hoofdpersonen zijn vooral slachtoffer of speelbal. ‘Doe iets!’ denk je als kijker.

Scene uit de film De Eenzaamheid van de Priemgetallen (2010) Originele titel: La Solitudine dei Numeri Primi Foto: Cinemien

Het was met enig ongemak dat we in oktober in een Londense hotelkamer wachtten op de Britse actrice Carey Mulligan. We hadden zojuist Never Let Me Go gezien, naar de roman van Kazuo Ishiguro uit 2005.

Never Let me Go, eind januari op het filmfestival van Rotterdam te zien, speelt zich af in een alternatief universum in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. De techniek van klonen en orgaantransplantatie is in de jaren vijftig al geperfectioneerd en op internaten worden klonen opgevoed tot ‘gevers’. Menselijk slachtvee: eenmaal volwassen dienen ze hun organen af te staan tot aan hun ‘voltooiing’ op de operatietafel.

Never Let Me Go is opmerkelijk om de passiviteit waarmee de personages hun lot ondergaan. Klonen als wegwerpmens of orgaanbank waren er onlangs ook in de actiefilm The Island en in de existentialistische sf-film Moon. Maar in die films is hun bestaan een geheim van een multinational: de klonen worden om de tuin geleid en de mensheid weet van niets. Als de hoofdpersoon de waarheid ontdekt, komt hij in opstand.

Eigenlijk een prachtfilm, Never Let Me Go. De zachte, bijna liefdevolle wijze waarop de jonge klonen tot offerdier worden gekneed, hun pathetische gevoel van eigenwaarde in een kille ziekenhuiswereld, uiterst precies en desolaat gefilmd: het is luguber en deerniswekkend tegelijk. En het stemt tot nadenken, want verschilt die wereld van Never Let Me Go op de keper beschouwd wel zo van de onze? Bij hoeveel onrecht kijken wijzelf nog weg omdat het ons eigenlijk best goed uitkomt?

En toch is het moeilijk je in te leven. Steeds is er een stem in je achterhoofd die roept: doe iets! Leg je er niet bij neer! Dus is dat één van de eerste vragen die we hoofdrolspeler Carey Mulligan stellen: hoe verplaats je je in zo’n gedwee personage als Kathy? Niet de eerste keer dat ze die vraag hoort, zegt Mulligan: met name in de VS hadden ze moeite met de film. „Daar vroeg een bezoeker me: waarom stappen die klonen gewoon niet op het vliegtuig naar New York?”

Toch is hun houding normaal, vindt ze. „Er zijn al zoveel verhalen over mensen die vechten tegen het systeem en winnen. Terwijl de meeste mensen nooit in opstand komen. Ze volharden in een ongelukkig huwelijk. Ze staan elke ochtend vroeg op voor een baan die ze haten. Dit is een verhaal over gewone mensen die hun lot accepteren.”

Natuurlijk heeft Mulligan gelijk. Maar willen wij ook naar dat soort personages kijken? Op dit moment zijn er twee andere films in de bioscoop met nogal passieve hoofdrolspelers: De eenzaamheid van de priemgetallen en Norwegian Wood. Beide bestsellers verfilmd door talentvolle regisseurs, toch stellen ze teleur. Hoe komt dat?

In romans accepteren lezers gemakkelijk een hoofdpersoon omdat die alle ruimte krijgt zichzelf te verklaren. Onze fantasie bepaalt hoe hij of zij eruit ziet: ook dat vereenvoudigt identificatie. Film is een beperkter medium. In een bioscoopzaal kijk je naar een persoon die weinig tijd heeft zichzelf te verklaren: er moet een punt van identificatie en sympathie zijn. Daarom werken films met een volstrekt onsympathieke hoofdpersoon niet en romans soms wel.

In een scenariocursus geldt het als een klassieke beginnersfout: het ‘passieve heldensyndroom’. Een held mag klappen incasseren, maar moet op een gegeven moment – en niet te laat – in actie komen, vluchten of terugslaan. De enige die aan die filmregel ontkomt, is de heldin van het melodrama, als ze uiteindelijk maar gered wordt door een prins op het witte paard. Maar zo’n heldin is erg ouderwets: tegenwoordig is elke filmheld in zekere zin een actieheld. Zelfs als hij verlamd in bed ligt, moet hij een euthanasiebeweging op gang brengen (Mar Adentro) of een bestseller schrijven (The Diving Bell and the Butterfly) .

Een actieve held of heldin ontbreekt in emoromans als Never Let Me Go, De Eenzaamheid van de priemgetallen en Norwegian Wood. In die boeken zijn de hoofdpersonen vooral slachtoffer of speelbal: van indoctrinatie, van vroegere trauma’s of van giftige liefde. Het schuwe, zelfmutilerende genie Mattia uit De eenzaamheid van de priemgetallen en de anorexiapatiënte Alice vinden elkaar nooit helemaal, al is er die vanzelfsprekende klik tussen hen, al zijn ze op aarde om elkaars trauma’s te helen. Maar ze zijn priemgetallen, filosofeert de wiskundige Mattia. Eenzame, ondeelbare getallen, altijd van elkaar gescheiden. Door liefde zouden ze zich verdubbelen en een normaal, deelbaar getal worden.

Die prachtige, tragische metafoor wordt in de film nogal terloops afgeraffeld op een bruiloftsfeestje, waar de bruid het zonder duidelijke reden tegen de zaal zegt. Zo is de hele film inferieur aan de roman. Deels ligt het aan technische gebreken. Regisseur Saverio Costanzo neemt vrijheden met de lineair vertelde roman: zijn film ontvouwt zich in springerige flashbacks waarin Mattia en Alice acht jaar en dertien jaar, en volwassen zijn. Geen ongewone structuur, maar verwarrend omdat de drie actrices die Alice spelen absoluut niet op elkaar lijken.

De eenzaamheid van de priemgetallen toont de beperkingen van film ten opzichte van romans, juist omdat hij zo hard probeert de beperkingen te overwinnen. Om de identificatie te vergroten, trekt regisseur Costanzo zijn trukendoos wijd open: veel close-ups met ondiep focus, veel vervreemdende stemmingsmuziek. Alles om de personages naderbij te brengen. Maar de afstand blijft onoverbrugbaar.

Norwegian Wood gebruikt volstrekt andere methodes om de kijker de gevoelswereld van zijn passieve hoofdpersoon in te trekken: door zijn personages niet dicht op de huid te zitten, maar juist op afstand te blijven.

In Norwegian Wood raakt student Toru Watanabe, een laconieke loner, in het Tokio van eind jaren zestig verlamd door zijn destructieve liefde voor de labiele, frêle Naoko. Elk initiatief van Toru verergert de zaak, dus kan hij slechts afwachten. Vat je het plot kort samen, dan resteert melodrama: rondom Naoko pleegt de een na de ander zelfmoord, rond de veerkrachtige Midori sterven ze aan vreselijke ziektes. Voor een film van twee uur net iets te veel sterfgevallen: regisseur Tran Ahn Hung schrapt er wijselijk een paar. Tran probeerde, blijkens interviews, Norwegian Wood te stroomlijnen naar een simpele emotionele spanningsboog. Toch lijkt de film eerder een exposé over de verlammende werking van zelfmoord. En duurt het wachten op genezing iets te lang om onze aandacht vast te houden.

„Ik heb veel boeken gelezen, maar zelden bereiken die een intimiteit met hun publiek als Norwegian Wood. Die specifieke intimiteit probeerde ik over te brengen”, zegt Tran. Dat hij daarin niet geheel slaagt, ligt eerder aan de beperkingen van film dan aan zijn talent als filmmaker. Norwegian Wood is een boek over een jongeman die wacht, peinst en rouwt. Murakami voert ons mee in Toru’s melancholieke monologue interieur, in de film zien we hem vooral reageren. Woorden zijn associatiever dan beelden: in dat opzicht blijft de roman superieur.

Never Let Me Go is te zien op het Rotterdams Filmfestival, Norwegian Wood en De eenzaamheid van de priemgetallen in de bioscoop