‘Jarenlange sabotage in Europese rekenkamer’

Leden van de Europese Rekenkamer verdoezelden jarenlang onregelmatigheden en fraude met Europees geld, zegt Maarten Engwirda in een interview met de Volkskrant. Hij spreekt over een “cultuur van toedekken”. Engwirda verliet op 1 januari de Rekenkamer na vijftien jaar trouwe dienst. 

De in Luxemburg gevestigde Rekenkamer controleert de inkomsten en uitgaven van de Europese Unie, zo’n 126 miljard euro per jaar. Ook beoordeelt zij of het EU-budget rechtmatig is besteedt. Sinds haar oprichting in 1975 heeft de Rekenkamer nog nooit een goedkeurende verklaring afgegeven over de EU-begroting.

‘Straks moet mijn land het nog terugbetalen ook’
Volgens Engwirda saboteerden onder andere zijn Italiaanse collega’s rapporten:

“Hun redenering was: stel je voor dat de fout bestede bedragen bekend worden. Straks moet mijn land het nog terugbetalen ook [...] Het was een praktijk van verwateren, zo niet het geheel weghalen van kritiek. Er is geen ander woord voor als collega’s de kritiek op hun eigen land proberen weg te moffelen”

“Tot na 2000 probeerde een forse meerderheid van mijn collega’s consequent alle aantijgingen aan het adres van hun land uit de Rekenkamerrapporten te houden.”

Maar ook de Europese Commissie was volgens Engwirda niet geïnteresseerd in een goede begrotingscontrole. In 2005 zette eurocommissaris Kallas voor Fraudebestrijding de Rekenkamer onder zware druk om haar normen te versoepelen.

Teveel leden
Elke lidstaat van de EU levert een lid voor de Rekenkamer. Dat zijn er nu 27, teveel volgens Engwirda:

“Je houdt elkaar bezig, dat is duidelijk. Ik heb gemerkt dat alle internationale instellingen aan dit euvel lijden.”

De rapporten van de Rekenkamer zijn sinds 2008 wel sterk verbeterd, vindt Engwirda. Toen werd besloten om de rapporten van de Europese kamer na te laten rekenen door de nationale Rekenkamers van de EU-landen. Hierdoor heeft er volgens Engwirda een cultuuromslag binnen de Kamer plaatsgevonden die de rapporten beter hebben gemaakt.

“In 2009 is ten minste 3,3 procent van de EU-gelden niet correct besteed, het laagste percentage ooit. Dan praat je over 3,8 miljard euro. De bewezen fraude is iets minder dan 1 procent.”