Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is zelf een bijbaan

Transparantie over functies die Eerste Kamerleden bij bedrijven en organisaties bekleden is van groot belang. Dat zeggen alle senatoren die nrc.next voor dit artikel sprak. Dat het met die transparantie een stuk beter kan, geven sommigen ook direct toe.

Een senator is doorgaans maar één dag per week in Den Haag te vinden. Het lidmaatschap van de Eerste Kamer wordt dan ook niet als een voltijdbaan beschouwd en de jaarlijkse vergoeding bedroeg in 2010 niet meer dan ruim 27.000 euro. Een Eerste Kamerlid heeft er dus doorgaans nog een baan naast. Of eigenlijk is het andersom. Politici die het grootste deel van hun tijd posities in het bedrijfsleven en bij maatschappelijke organisaties bekleden, kijken in de senaat, als een soort bijbaan, vanuit de praktijk nog eens goed naar wetgeving van de Tweede Kamer.

Zitten die wetten juridisch gezien wel goed in elkaar en zijn ze in de praktijk wel goed uitvoerbaar? Die verbondenheid met de praktijk is de kracht van de Eerste Kamer en tegelijk de zwakte. Want belangenverstrengeling ligt op de loer. „Daar moet een senator altijd voor oppassen”, zegt D66-Eerste Kamerlid Boele Staal.

In tegenstelling tot de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer niet het recht om wetsvoorstellen in te dienen of wetten via amendementen aan te passen. Maar senatoren kunnen het kabinet wel dwingen tot aanpassing van voorstellen, omdat ze de wetten in het uiterste geval in zijn geheel af kunnen keuren. De senaat heeft dus wel degelijk macht en senatoren moeten dus regelmatig afwegen of hun functies buiten de Eerste Kamer niet te veel op het terrein van hun Kamerwerk liggen. Staal: „Soms krijg je bijvoorbeeld een uitnodiging om tot de raad van commissarissen van een bedrijf toe te treden. Dan ga je die afweging maken en vraag je wat collega’s ervan denken.”

Staal is sinds juni 2010 lid van de Eerste Kamer. Hij is voorzitter van de commissie voor Verkeer en Waterstaat en lid van de Justitiecommissie. Om die reden laat hij zijn voorzitterschap van de raad van commissarissen van Holland Casino en het voorzitterschap van de ANWB vallen.

Ook al zien leden van de Eerste Kamer weleens af van een functie, er blijven er vaak zoveel over dat er bij de behandeling van wetsvoorstellen toch sprake kan zijn van vermenging van belangen. VVD-senator Pieter Hofstra geeft het voorbeeld van de afvalstoffenbelasting waar de Eerste Kamer onlangs over stemde. Hofstra is naast vele andere functies voorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven. In de Eerste Kamer zit hij in de commissies Verkeer en Waterstaat, VROM (milieu), Economische Zaken en Financiën.

De Vereniging Afvalbedrijven stuurde op 16 december een brief aan de Eerste Kamer. Daarin werd voorgesteld om een afvalstroom die vrijkomt bij energieopwekking uit afval onder een lager belastingtarief te laten vallen.

Hofstra: „Iedereen weet dat ik daar voorzitter ben. Toch heb ik over deze brief bewust niet gesproken met de fiscale fractiewoordvoerders, ook niet met onze eigen woordvoerder.” Ook voor veel andere Eerste Kamerleden ligt de grens naar eigen zeggen bij het lobbyen bij collega’s. „Dat doe ik niet”, zeiden bijvoorbeeld D66’er Staal en VVD’er Ger Biermans. Waarom organisaties en bedrijven politici dan betaalde functies geven? Onder andere om uit te leggen hoe de politiek in Den Haag werkt en om deuren te openen (zie inzet).

In het debat met VVD-staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) over de afvalbelasting was het Biermans, ook lid van de commissie Financiën, die de brief van de Vereniging Afvalbedrijven nog eens bij de staatssecretaris onder de aandacht bracht. Om directe belangenverstrengeling te voorkomen voeren senatoren, zoals Hofstra in dit geval, vaak niet het woord op terreinen waarop zij buiten de senaat functies vervullen.

Het voorbeeld van Hofstra geeft aan dat transparantie over nevenfuncties relevante informatie kan opleveren. Is zijn voorzitterschap van de Vereniging Afvalbedrijven wel verenigbaar is met het lidmaatschap van de commissies VROM en Financiën? Hofstra: „De zaken moeten niet worden omgedraaid. De Eerste Kamer is een nevenfunctie naast andere hoofdfuncties. Als dit voorbeeld onverenigbaar zou zijn dan blijven er niet veel Eerste Kamerleden over.”

Volgens de VVD-senator kan de transparantie in de Eerste Kamer over nevenfuncties „scherper”. Hij zegt momenteel de opgave van zijn eigen functies bij te werken. Volgens het register van de Eerste Kamer is hij ook ‘directeur-aandeelhouder van diverse bv’s’. Welke dat zijn staat er niet.

Hofstra pleit voor duidelijke richtlijnen. Sinds maart vorig jaar zijn de senatoren volgens de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer wettelijk verplicht al hun nevenfuncties te openbaren. Hofstra: „Het is nog onduidelijk wat je wel en niet op moet geven. Moet je bijvoorbeeld alle klanten van een adviesbv noemen?”

Niet alle opgaves van nevenfuncties zijn even gedetailleerd. Over Ger Biermans stond op de website van de Eerste Kamer lange tijd dat hij ‘adviseur van diverse bedrijven’ was. Navraag leert dat het om een lidmaatschap van de raad van commissarissen bij uitzendorganisatie Otto Work Force gaat en om een functie in de raad van advies bij aannemer Monshouwer. Daarnaast vervult Biermans nog enkele „losse adviseurschappen”. Volgens de VVD-senator heeft een fout op de administratie van de Eerste Kamer ertoe geleid dat de informatie nog niet op de website te vinden is. Ondertussen staat er op de site dat Biermans ‘adviseur/commissaris bij diverse bedrijven in Nederland’ is.

Bij PvdA-senator Simon van Driel staat op de website van de Eerste Kamer alleen dat hij ‘zelfstandig adviseur’ is. Van Driel: „Het meeste is niet zo spannend en dan vraag ik me af of ik dat allemaal op de website moet zetten. Maar ik ben het met je eens, het moet controleerbaar zijn en daarom ben ik er nu open over.”

Van Driel zegt momenteel onder andere te adviseren bij cao-overleg tussen werkgevers en werknemers. Ook staat hij een directeur van een sociale werkvoorziening bij die zijn organisatie moet leiden bij grote veranderingen – welke dat is wil hij niet openbaar maken.

Er staan geen sancties op het niet naleven van de wettelijke verplichting tot openbaarmaking. Mede daardoor lijkt de wet deels een dode letter te blijven. Of is het de taak van de journalistiek om naleving af te dwingen, zoals VVD’er Hofstra vindt? „Dat is het meest effectief”, zegt hij.

Volg het project Hoe Den Haag Werkt via nrcnext.nl/nextfiles