'Het gaat om het publiek dat blijft zitten'

Regisseuse Abke Haring is inmiddels gewend aan felle reacties op voorstellingen. Een acteur die op het podium wordt gemarteld? „Loewietje redt zich wel.”

In 2002 speelde Abke Haring op een festival in Amsterdam de monoloog waarmee ze net was afgestudeerd. Tussen alle andere jonge kleinkunstenaars viel destijds bij onze recensent met name Harings gecontroleerde spel en blote billen op. In Vlaanderen, waar Haring had gestudeerd, betekende het betreffende Nageslachtsfarce/genocide echter een doorbraak: topregisseur Luc Perceval vroeg haar als actrice voor zijn stukken. Naast haar acteerwerk ontwikkelde ze zichzelf als theatermaakster en vorig jaar werd ze gevraagd huisregisseuse te worden bij het Antwerpse Toneelhuis. Nu staat Abke Haring(32) met de voorstelling Hout, acht jaar na de blote billen in haar debuut, opnieuw in Nederland, haar moederland, als regisseur en als actrice.

Hout is volgens Haring geen toneelstuk, maar een performance. Het creëren van een sfeer staat centraal en daarin spelen de tekst en lichamen van de acteurs een even belangrijke rol als het geluid en de abstracte decorstukken van beeldend kunstenaar Jean Bernard Koeman. „Het is meer een trip”, zegt Haring. „Een trip met veel beeld en geluid, waarin je grenzen van jezelf en van de ander tegenkomt en kijkt hoe ver je kan gaan als individu in een groep. Ik wilde iets maken over manipulatie, over hoe mensen zich door anderen laten sturen. Ik ben begonnen door vier mensen op een podium te plaatsen en te kijken naar hoe je elkaar kan volgen, wat een baas is en of er in elke groep een baas moet zijn.”

De titel Hout koos Haring, net als bij haar vorige stuk Linoleum overigens, omdat ze een overeenkomst ziet tussen bepaalde materialen en mensen. „Er zit groei in hout, maar ook een structuur. Als je een boom plant, begint hij erg klein, hij groeit, er wordt een plank van gemaakt of een tafel, die blijft vervolgens ergens jarenlang staan. Je ziet verwering en slijtage op hout, maar tegelijk blijft het drijven, zelfs op het vuilste water”, meent Haring. „Ook wij mensen worden klein geboren, ondergaan bepaalde invloeden, worden volwassen, maar blijven uiteindelijk zitten met een structuur die we meekregen. En we drijven ook op alles, blijven doorgaan.”

Dat niet iedereen deze zaken onmiddellijk uit de voorstelling zal halen, is voor Haring geen probleem. „Ik vind het juist fijn dat iedereen andere dingen ziet. Wanneer je een voorstelling aan het maken bent, ben je zo bezig met wat jij wilt vertellen, met wat er in een bepaald beeld wel of niet klopt, dat het achteraf verrassend is om te horen welke verschillende vertellingen eruit worden gehaald. Sommige toeschouwers vinden de voorstelling bijvoorbeeld hard en donker, terwijl ik juist veel hoop zie.”

Op een bepaald moment wordt acteur Louis van der Waal gemarteld door de andere acteurs. „Dan hoor je de mensen achteraf zeggen: zoiets kan toch niet! Terwijl ik dat helemaal geen hard beeld vind. Louis stapt daarna gewoon verder, komt terug tussen het kluitje acteurs staan. Het toont juist dat alles doorgaat. Loewietje redt zich wel.”

Hoewel de voorstelling enthousiast is onthaald door Vlaamse critici, zijn er op de websites van theaters tal van reacties van geshockeerde bezoekers te lezen. Begrijpelijk, vindt Haring. “Die mensen verwachtten waarschijnlijk iets anders, het is wennen aan elkaar. Het ergste optreden was in het Antwerpse theater de Singel. Achttien mensen verlieten de zaal. Niet stilletjes, maar juist heel luidruchtig. Jammer, maar ik kan daar geen rekening mee gaan houden. Het gaat om het publiek dat wel blijft zitten. Daarnaast ben ik ook wel zulke reacties gewend. Ik speelde als actrice mee in Luc Percevals Turista, dat in première ging op de Wiener Festwochen. Het was de met veel poeha aangekondigde openingsvoorstelling van het festival, maar aan het einde van de voorstelling zaten er misschien nog dertig man in die grote zaal. Eigenlijk hilarisch.”

‘Hout’, 11 t/m 13/1 in Frascati, Amsterda), 18/1 Rotterdamse Schouwburg en 19/1 Toneelschuur Haarlem. Op 12/1 wordt de voorstelling vooraf gegaan door een introductie en is er tevens een nagesprek met Haring.