Heeft Nagel gelijk? Ja, oudere levert in, maar jongeren ook

Het was gisteren een van de centrale boodschappen van Jan Nagel bij de presentatie van zijn partij 50Plus. „Het kabinet-Rutte geeft toe dat ouderen 10 procent hebben ingeleverd. Dat wordt alleen maar meer met de hogere zorgkosten.” Ook op de website van de partij wordt de financiële positie van ouderen prominent gebracht. „Het moet afgelopen zijn dat ouderen het meest in koopkracht achteruitgaan zoals het kabinet-Rutte onbeschaamd heeft vastgesteld.” Klopt het wat Nagel zegt, leverden en leveren ouderen echt zoveel in?

Eerst de koopkracht in het verleden. Jan Nagel, vanochtend op weg naar een uitzending van het radioprogramma Standpunt.nl, rekent voor. „De lonen zijn de afgelopen drie jaar gemiddeld met zo’n 8 procent gestegen. Dan moet je denken aan de gebruikelijke stijging, de periodieken en promotie. In diezelfde periode zijn veel pensioenfondsen gestopt met indexeren, soms al vanaf 2007.”

Al die tijd „hebben ouderen er niets bij gekregen en zijn ze er dus op achteruitgegaan”. Want: „De prijzen blijven stijgen, de onroerendezaakbelasting is in veel gemeenten omhooggegaan en dat geldt voor veel opcenten.”

Natuurlijk, stelt Nagel, hebben sommige ouderen een prima pensioen en kunnen ze wel een tegenslag incasseren. „Maar gemiddeld bedraagt het pensioen 700 euro.”

En de toekomstige financiële positie van ouderen? „Rutte heeft duidelijk gezegd dat de koopkracht voor de meeste mensen zal teruglopen en de koopkracht voor ouderen het meest”, zegt Nagel, die dat „onbeschaamd” noemt.

En die koopkracht gaat ook daadwerkelijk naar beneden. In de Actualisatie Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (CPB) worden de gevolgen van het beleid van het kabinet-Rutte doorgerekend. In de periode tot en met 2015 gaan 65-plussers er gemiddeld op achteruit. Tweeverdieners die meer ontvangen dan 120 procent van de AOW gaan jaarlijks 0,75 procent achteruit, de alleenverdiener levert 1 procent in. Worden alle huishoudtypen bij elkaar genomen, dan resteert een achteruitgang van 0,5 procent. En dat is in vier jaar ruim 2 procent. Voor de volledigheid: het gaat hier alleen om 65-plussers.

Is dat veel? Het is in elk geval niet veel anders dan andere Nederlanders kunnen verwachten. Volgens dezelfde cijfers van het CPB gaat iedereen er deze kabinetsperiode gemiddeld 0,25 procent op achteruit. Alleen de werknemer die meer dan 3,5 maal het minimumloon verdient en alleenstaand is, ziet zijn koopkracht jaarlijks met 0,25 procent verbeteren. Verder gaat bijna iedereen er licht op achteruit: veel werknemers, ‘alle’ uitkeringsgerechtigden en ‘alle’ ouderen. En dan nog degene die het meeste inlevert: de alleenverdiener die maximaal 1,75 maal het minimuminkomen verdient, levert 1,25 procent in.

Erik van der walle