'Groundhog Day' voor de euro

Het ongeloof en de ontkenning zijn er al. Het wachten is op de woede, onderhandeling en acceptatie: Portugal speelt de hoofdrol in het derde bedrijf van de eurocrisis.

In de klassieker Groundhog Day raakt acteur Bill Murray verzeild in een toestand waarin hij elke ochtend weer aan dezelfde dag begint, tot gekmakens toe. Pas als hij zijn eindeloos herhaalde dagelijkse ervaringen aanwendt om een beter mens te worden, doorbreekt hij de cirkel.

Nu Portugal het volgende slachtoffer dreigt te worden van de eurocrisis dringt de vergelijking met de film zich op. Dit weekeinde gonsde het van de geruchten dat vanuit Berlijn en Parijs druk werd uitgeoefend op de regering Socrates om op voorhand een hulppakket van de EU en het Internationale Monetaire Fonds te accepteren. Het zou kunnen voorkomen dat Portugal op de financiële markten hardhandig en met veel meer schade wordt gedwongen om dit uiteindelijk alsnog te doen. Het scenario lijkt sterk op dat van Ierland, en dat heeft weer veel weg van dat van Griekenland – hoewel de toestand van de drie landen sterk verschilt en de directe oorzaak van de crisis anders was.

Griekenland werd aanvankelijk het slachtoffer van een schandaal rond de overheidsfinanciën, die er dramatisch veel slechter voor stonden dan gedacht. Ierland bezweek vooral onder de lasten van zijn instortende bankensector en een daarmee samenhangende crisis in de vastgoedsector.

Portugal kampt met een algemener wantrouwen op de financiële markten dat het land niet in staat zou zijn om aan zijn verplichtingen te voldoen. Door Portugese staatsschuld te verkopen, en zo de Portugese rente op de staatsschuld op te jagen, maken beleggers hun eigen voorspelling waar. Deze dynamiek houdt een groot gevaar in voor volgende eurolanden. Spanje staat als volgende op de lijst, en ook in België en Italië lopen de rentes nu op.

Naarmate meer eurolanden in de gevarenzone dreigen te komen, verliest de crisis zijn grote gemene deler. Van de zuidelijke landen, inclusief Spanje, wordt vastgesteld dat zij in de afgelopen twaalf jaar van de eurozone een sterk verlies in concurrentiekracht hebben doorgemaakt. En dat speelt hen nu parten. Het noorden, geleid door Duitsland, herstelt zich van de kredietcrisis. Daardoor wordt het verschil in economische groei met het zuiden alleen maar groter. Dit verlies in concurrentiekracht, dat door de OESO wordt gemeten aan de hand van relatieve arbeidskosten, geldt zeker voor Spanje en Italië, die een derde duurder zijn geworden dan Duitsland, maar minder voor Ierland, Portugal en Griekenland.

Is de banksector een gemeenschappelijke oorzaak? Ja, want naarmate de banken van de normale kredietlijnen worden afgesneden, valt het bewaken van hun solvabiliteit steeds meer toe aan hun overheid, die daar weer door in de financiële problemen kan komen. Vooral Spanje en Ierland zuchten onder het gewicht van hun banken, maar dat geldt weer niet voor Italië. Daar wil de ironie dat de banksector dermate ouderwets en gefragmenteerd is, dat zij niet eens de kans heeft gehad misstappen te begaan tijdens de kredietcrisis. Voor andere landen geldt dat bankproblemen evenzeer een gevolg zijn van de eurocrisis dan de oorzaak.

Overheidsfinanciën dan? De hoogte van de staatsschuld, boven de 100 procent van het bruto binnenlands product (bbp), is een kenmerk van Italië, België en Griekenland, maar aanvankelijk weer niet van Spanje en Portugal. En politieke problemen spelen een grote rol in België, waar de regeringsvorming uiterst moeizaam gaat, en in Italië. Maar politieke instabiliteit is elders eerder een gevolg van de eurocrisis dan een directe oorzaak.

Zo lijkt het gemeenschappelijke element in de eurocrisis steeds meer het crisismechanisme zelf: een vertrouwensverlies op de financiële markten door welke oorzaak dan ook, en daarna de onherroepelijke gang richting Europese steun, terwijl de betreffende regering haar reeks van ongeloof, ontkenning, woede, marchanderen en acceptatie afwerkt.

De Portugese premier Jose Socrates zei vanmorgen, terwijl de rentevoet op de tienjarige staatsschuld hardnekkig boven een onhoudbare 7 procent bleef, dat de regering geen hulp nodig heeft. Het begrotingstekort is gezakt van 9,3 procent van het bbp in 2009 naar 7,3 procent afgelopen jaar. Als Griekenland en Ierland een leidraad zijn, dan doet het verweer van Socrates er niet meer toe. Het wantrouwen zorgt voor een stijgende rente, die het tekort vanzelf doet toenemen. En dat wekt op zijn beurt weer extra wantrouwen. Alleen het doorbreken van deze cyclus kan voorkomen dat de eurocrisis zich blijft herhalen.