Groot onderzoek zou nu vooral nadelen hebben

Een grootschalig onderzoek naar volksgezondheid moet aan criteria voldoen, zoals een nulmeting. Dat kan nu niet. Dan kun je beter geen verwachtingen wekken.

Er komt voorlopig geen grootschalig bevolkingsonderzoek naar de gevolgen van de brand in Moerdijk. Het is niet nodig om de gezondheid van omwonenden, hulpverleners en werknemers te controleren, zei minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) gisteren. Zij volgt daarmee het advies van het RIVM, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Is dat advies terecht? Voorlopig wel, zeggen epidemiologen. Wanneer je overgaat tot een bevolkingsonderzoek, wek je verwachtingen die je mogelijk niet kunt waarmaken. „Het gaat om een ethische vraag”, zegt epidemioloog Koos Zwinderman van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. „Dat geldt voor alle soorten bevolkingsonderzoek. Je gaat mensen lastigvallen. Dan moet je zeker weten dat de individuele patiënt of de maatschappij er wijzer van wordt.”

En áls je tot een onderzoek besluit, dan zit je met een probleem: er is vanzelfsprekend geen ‘nulmeting’ gedaan. Wanneer iemand met gezondheidsklachten zich bij een dokter meldt, hoeven die niet te zijn veroorzaakt door de brand. Het kan ook zijn dat hij al iets onder de leden had.

„Je vindt altijd wel iets”, zegt epidemioloog Zwinderman. Daarom hebben onderzoekers graag een controlegroep. Maar ook dat kan lastig zijn. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het onderzoek na de Bijlmerramp (1992). Al is de controlegroep later wel gevonden.

„Dit soort vragen speelt bij alle soorten bevolkingsonderzoek, denk aan de screening op borstkanker”, zegt epidemioloog Tjabe Smid, hoogleraar arbeidsomstandigheden bij het Amsterdamse VU Medisch Centrum. „Maar bij rampen is dat wat ingewikkelder. Smid was in de jaren negentig als projectleider betrokken bij het epidemiologisch bevolkingsonderzoek na de Bijlmerramp.

Voordat uiteindelijk besloten kan worden of een onderzoek zinvol is, is de belangrijkste vraag: waar zoek je naar? Zo lang je daar geen duidelijk antwoord op hebt, is terughoudendheid een „goede basishouding”, zegt Smid, die benadrukt dat hij de brand in Moerdijk als buitenstaander niet goed kan beoordelen. Maar hij waarschuwt: je moet ook weer niet te lang wachten met het nemen van een besluit. Anders escaleert de discussie, bij het publiek en in de media. „Zoals bij de Bijlmerramp.” Daar vond het onderzoek plaats na zeven jaar.

Als je weet wat je zoekt, zegt Zwinderman, „dan kun je een relatief klein onderzoek opzetten en gericht ingrijpen”.

Zoals het onderzoek in Drachten, zes jaar na de brand bij het afvalbedrijf ATF, in 2000. „Bewoners klaagden nog jaren erna over hun gezondheid”, zegt Frans Greven, toxicoloog bij de GGD Groningen. Hij hoopt in april te promoveren op onderzoek naar die brand. Literatuuronderzoek bracht zijn team op het spoor van de luchtwegaandoening RADS, een vorm van beroepsastma. Na een gericht onderzoek onder 130 omwonenden, werd inderdaad drie keer RADS geconstateerd. Iets dat eerder niet voorkwam.