'Een einde aan de euro is extreem gevaarlijk'

De eurocrisis gaat, na een korte pauze rond Kerst, in volle hevig- heid verder, zegt Thomas Mayer, chef-econoom van de Deutsche Bank. „De Duitse aanpak deugt, niet de presentatie.”

Joost van der Vaart

Thomas Mayer, chef-econoom van de Deutsche Bank, denkt dat Duitsland „een tamelijk lange periode van groei” tegemoet gaat. Vrijwel volledige werkgelegenheid, met een gemiddeld werkloosheidspercentage van vier procent, acht hij haalbaar.

Mayer: „Ik ben optimistisch voor de langere termijn. Duitsland heeft precies de juiste landen- en productenmix in zijn export. De binnenlandse consumptie zal door de afnemende werkloosheid aantrekken. Er is eigenlijk maar één grote onzekerheid: de conjunctuur in de eurozone.”

Mayer (56) volgde precies een jaar geleden Norbert Walter op, de eloquente chef-econoom van de Deutsche Bank, de grootste partikuliere bank van Duitsland; een financieel instituut in de Bondsrepubliek met een macht en invloed die reiken tot in het Kanzleramt, de burelen van bondskanselier Angela Merkel. Mayer, die op het hoofdkantoor van de Deutsche Bank in Frankfurt werkt, is even overgevlogen naar Berlijn. „Voor zaken”, zegt hij.

Wat zijn uw groeiverwachtingen voor Duitsland dit jaar?

„Het Duitse bruto binnenlands product zal in 2011 uitkomen op een robuuste twee procent. Voor het jaar daarna is een groeipercentage van 1,5 procent mogelijk. De groei zal niet alleen door de export worden veroorzaakt, de laatste jaren de motor van de Duitse economie, maar ook door ontwikkelingen in het binnenland. De binnenlandse consumptie trekt aan door dalende werkloosheid. De mensen hebben meer geld om uit te geven. Ook wat de ontwikkeling van de arbeidsmarkt betreft, mag je Duitsland een voorbeeld noemen – en niet alleen in Europa.”

Duitsland vergrijst. Op termijn zullen er toch problemen ontstaan?

„Op werkelijk lange termijn wordt de economische groei in Duitsland onder druk gezet door de demografische ontwikkelingen. De verwachtingen zijn dat de Duitse bevolking tot 2060 met twintig procent kan krimpen. Zoiets beperkt het groeipotentieel aanzienlijk. Maar voor de korte en middellange termijn biedt de vergrijzing vooral kansen. Door een steeds nijpender wordend gebrek aan vakkrachten zou iedere beschikbare werknemer een baan moeten kunnen vinden. Voor het eerst sinds lange tijd is volledige werkgelegenheid mogelijk.”

Wat is de belangrijkste bedreiging voor de economische ontwikkeling van Duitsland en Europa?

„De onzekerheden in de landen van de eurozone. De schuldencrisis in Europa heeft even een korte kerstvakantie gehouden, maar gaat nu weer in volle hevigheid verder. Net als voorheen. Dat zal ons het komende kwartaal nog volop bezighouden. De kans bestaat dat Portugal zich als volgende kandidaat met financiële problemen meldt, na Griekenland en Ierland. Wat mij betreft doen de Portugezen, als het nodig is, zo snel mogelijk een beroep op het Europese noodfonds van 750 miljard euro. Dat schept helderheid. Niet te lang politiek dralen.”

En welke landen komen na Portugal? Spanje, Italië misschien?

„Ik denk dat de echte problemen bij Griekenland en Ierland liggen en wellicht bij Portugal. De rest van de landen in de eurozone moet zichzelf kunnen redden – ook Spanje. Je kunt de Spaanse economie, die veel breder is, niet vergelijken met die van Griekenland. De Spanjaarden hebben stabiliserende maatregelen genomen, die hun uitwerking niet missen. De financiële problemen zijn beperkt tot drie landen. Meer niet. Dat is de boodschap die de Europese politieke leiders moeten uitdragen, met de kanttekening erbij dat ze de zaak in de hand hebben en dat ze de moeilijkheden, zonder die te onderschatten, kunnen oplossen.”

Waarom ligt de uitgifte van euro-obligaties (‘eurobonds’) als potentieel hulpmiddel voor schuldenlanden zo gevoelig, met name in Duitsland?

„We leven in Europa in een gemeenschap met, zoals ik het noem, ‘beperkte aansprakelijkheid’. Als één ding door de eurocrisis duidelijk is geworden, is het dat wel. Als het ene land de stabiliteit van de euro in gevaar brengt, moet het andere land helpen. Maar niet onbegrensd. Het uitgeven van eurobonds is democratisch niet gelegitimeerd. Het zou betekenen dat de belastingbetaler in Duitsland of Nederland directe verantwoordelijkheid krijgt voor de financiële problemen van een ander land. Voor zoiets verregaands heeft de politiek van de kiezer geen mandaat gekregen. De burger beslist over het financiële optreden van de staat. ‘No taxation without representation’. Aan de uitslagen van de referenda in 2005 over de Europese grondwet in Frankrijk en Nederland, kun je zien hoe sceptisch de mensen zijn. De Duitse regering houdt terecht afstand van het verschijnsel Eurobonds. Ze kent de bezwaren bij de bevolking. En ze voorziet juridische problemen.”

Kan Europa zonder de euro?

„Ik acht het niet alleen onrealistisch om een einde aan de euro te maken, maar ook extreem gevaarlijk. De kosten zouden enorm zijn – niet alleen economisch, maar vooral politiek. Vergeet niet dat de euro, in weerwil tot wat wel wordt gedacht, in de eerste plaats een politiek project is. De eenheidsmunt is de kroon op het werk: Europa dat in vrede en veiligheid leeft. Anderzijds is het de vraag of we overhaast politiek moeten integreren onder druk van de eurocrisis. Een politieke unie op korte termijn is net zo onrealistisch als het afschaffen van de euro.”

Wat vindt u van de koers van bondskanselier Merkel en haar minister van Financiën Wolfgang Schäuble in de Europese schulden- en eurocrisis?

„Ik heb bedenkingen bij een paar belangrijke details, maar de aanpak als geheel vind ik juist. De mede door Duitsland gesuggereerde hulpacties als het opzetten van een Europees noodfonds zijn goed geweest.”

Wat voor bedenkingen heeft u?

„Je kunt discussiëren over de vraag of de bondskanselier erin is geslaagd om steeds de grote lijn over te brengen. Mijns inziens heeft het daaraan lange tijd ontbroken. Het was steeds beetje voor beetje, zonder dat uit de door haar voorgestelde maatregelen, die op zichzelf de juiste waren, een duidelijk beeld naar voren kwam. Ze had haar beleid beter moeten verkopen.”

Duitsland heeft zich er sterk voor gemaakt om de particuliere sector – banken, verzekeraars – mede te laten opdraaien voor de schuldencrisis. Wat vindt u daarvan?

„Ik begrijp het en ik billijk het ook nog. Maar er is wel een probleem. Er wordt steeds gesproken over toekomstige schuldsaneringen. Maar als ik nu obligaties koop, krijg ik dan in mei 2013, als het tijdelijke crisismechanisme voor de euro in een vast wordt omgezet, te maken met schuldsanering? Niemand weet dat op dit moment. Als minister Schäuble had gezegd: we garanderen alle oude schulden, had hij voor de markt helderheid geschapen. Maar dat is niet gebeurd. Het zou me overigens hebben verbaasd als hij de oude schulden had gegarandeerd.”

Wat moeten we ons bij schuldsanering voorstellen?

„Schuldsanering betekent dat crediteuren hun vorderingen deels opgeven of afzien van hun rente-eisen. Schuldsanering op grote schaal is eerder voorgekomen na de schuldencrisis van Latijns-Amerika in de jaren tachtig.”