'Drystubble', makelaar in koffie

Neerlandici willen dat hun onderzoek bekender wordt in het buitenland. Daarom brengen ze nu een eigen Engelstalig tijdschrift uit.

Een kleine revolutie in de neerlandistiek: morgen wordt in Leiden het eerste nummer ten doop gehouden van een nieuw wetenschappelijk tijdschrift. Haast klassieke bladen als Nederlandse letterkunde en Spiegel der letteren krijgen gezelschap van het nieuwe Journal of Dutch Literature dat, de titel verraadt het al, geheel is geschreven in het Engels. Een van de oprichters is de Amsterdamse hoogleraar Thomas Vaessens (UvA).

Om met de eenvoudigste vraag te beginnen: Why?

„Het blad moet neerlandici in staat stellen een rol te spelen in het internationale debat. En er is sprake van een brede beweging. Wij willen en moeten internationaliseren. Publicaties in Nederlandstalige tijdschriften staan minder hoog aangeschreven, terwijl we door de verzakelijking van de universiteit wel in de belangrijkste bladen moeten publiceren. Bovendien willen we aansluiting houden bij het internationale onderzoek.”

Is dit het einde van Nederlands als wetenschapstaal?

„Zeker niet. We voeren een tweesporenbeleid: we vechten voor het Nederlands als taal voor wetenschappelijke publicaties, maar het zou onverstandig zijn het daarbij te laten. Iedere wetenschapper moet bij NWO zijn eigen fondsen voor onderzoekstijd binnenhalen. Als je alleen in het Nederlands publiceert dan houdt dat op. Zeker voor jonge onderzoekers is die druk heel groot.”

Voelt het niet onnatuurlijk om je citaten van Hermans en Lucebert in het Engels te vertalen?

„Dat hangt van het soort artikel af. Een uitgebreide tekstuele analyse van het werk van een auteur moet je natuurlijk gewoon in het Nederlands schrijven. In het Journal of Dutch Literature komen andere stukken.”

Zoals?

„Artikelen die niet beginnen bij het werk van een bepaalde auteur, maar bij een bepaald onderzoeksthema. Zo staat er in het eerste nummer een artikel van mijn collega Gaston Franssen over celebrity authorship, hoe schrijverschap en faam op elkaar inwerken. Het gaat over Menno ter Braak en Jan Cremer, maar dat is eigenlijk secundair. Het had in theorie over Henry Miller kunnen gaan. Andere thema’s zijn bijvoorbeeld globalisering en postkolonialisme.”

In de bestaande internationale tijdschriften is geen plaats?

„Niet genoeg. Dat heeft trouwens niet zozeer te maken met de kwaliteit van ons onderzoek, maar met het feit dat we nog met een cultuuromslag bezig zijn; we moeten ons nog een plaats verwerven. Hopelijk kan het Journal of Dutch Literature als opstapje dienen.”

Ik kan me voorstellen dat er ook neerlandici zijn die liever over de poëtica van Marsman schrijven.

„Iemand die vlak voor zijn pensioen zit hoeft zich natuurlijk niet het hele nieuwe discours eigen te maken, maar voor de langere termijn moeten we aansluiting zoeken. De studie van de Nederlandse letterkunde is de afgelopen decennia door voortdurende specialisatie een beetje in zichzelf gekeerd geraakt. De ramen moeten weer open. In Nederland zijn we als neerlandici heel groot, maar als we één stap over de grens zetten, is dat voorbij. Onze eigen identiteit moet geen gevangenis worden. Er valt zeer veel te winnen, overal ter wereld zijn mensen bezig met dezelfde thema’s. Dat internationale contact verrijkt ons enorm.”

Het Journal of Dutch Literature verschijnt vier maal per jaar bij Amsterdam University Press.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

De Japanse omslag bij het artikel ‘Drystubble’, makelaar in koffie (11 januari, pagina 10) is geen vertaling van Max Havelaar van Multatuli. Het is een vertaling van de legende De Japansche Steenhouwer, die deel uitmaakt van de Max Havelaar.