Dodental protesten Tunesië stijgt na sluiting universiteiten

Beeld van één van de vele plaatsen waar jongeren en oproerpolitie gisteren met elkaar in aanvaring kwamen in Tunis. Foto Reuters.

Het aantal dodelijke slachtoffers bij de protesten in Tunesië is gestegen tot twintig. Dat meldde het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken rond drie uur in een verklaring. Het dodental is ten opzichte van dit weekend met zes gestegen. De zes laatste slachtoffers zijn volgens het ministerie gisteren gevallen.

De slachtoffers namen gisteren deel aan nieuwe protesten tegen de regering van president Ben Ali in het stadje Gassrine, dat ten zuidwesten van de Tunesische hoofdstad Tunis ligt. Volgens de autoriteiten gooiden de gedode jongeren met molotovcocktails en moest de oproerpolitie handelen uit zelfverdediging.

Tunesische jongeren demonstreren al drie weken tegen de hoge werkloosheid, hoge voedselprijzen en het autoritaire bewind. President Ben Ali sloot gisteren in een reactie op de problemen alle universiteiten en hogescholen. Ben Ali hoopt zo de situatie beter onder controle te krijgen, zegt Carolien Roelants, buitenlandredacteur van NRC Handelsblad:

“Door het sluiten van de universiteiten gaat de regering ervanuit dat de jongeren niet snel meer kunnen samenkomen. Ben Ali hoopt het zo het organiseren van nieuwe protesten te bemoeilijken”.

In een televisietoespraak gaf de president gisteren “extremisten”, aangestuurd door “vijandelijke elementen in het buitenland”, de schuld van de protesten, die hij “terroristische acties” noemde. Tegelijkertijd kondigde hij een plan aan om in de komende twee jaar 300.000 banen te scheppen.

Het laatste plan is volgens Roelants onderdeel van het “tweesporenbeleid” dat Ben Ali nu voert:

“Hij combineert het introduceren van werkgelegenheidsprogramma’s met een verbaal en fysiek keihard optreden tegen de protesten.”