Dansen als een muppet

Samen met een vriend bezoek ik een lezing over eten. Als die is afgelopen en wij onze jassen pakken om ergens iets te gaan drinken, wordt er aangekondigd dat er nu een workshop begint – gratis voor de mensen die naar de lezing zijn geweest. Hoewel we gewaarschuwd hadden moeten zijn door de spirituele panfluitmuziek

Samen met een vriend bezoek ik een lezing over eten. Als die is afgelopen en wij onze jassen pakken om ergens iets te gaan drinken, wordt er aangekondigd dat er nu een workshop begint – gratis voor de mensen die naar de lezing zijn geweest. Hoewel we gewaarschuwd hadden moeten zijn door de spirituele panfluitmuziek die door het gebouw klinkt, of door onze drankjes (linksdraaiende rauwe chocoladedrank van de Maya’s) – wij horen alleen ‘gratis’. Dus lopen we enthousiast naar de zaal waar de workshop Biodanza begint.

Terwijl iedereen op sokkenvoeten plaatsneemt in een kring, wordt al snel duidelijk dat deze workshop om dansen draait. Dansen op gevoel, zodat je tijdens de bewegingen contact maakt met je medemens en je ziel. Ik kijk de kring rond, langs allemaal glimlachende gezichten en vraag me af of ik echt niet had kunnen aanvoelen dat een workshop Biodanza niet zo’n goed idee zou zijn. Nu ik erover nadenk, schreeuwt het woord Biodanza ‘laten we doen alsof je een ongeboren baby bent die een levensdans uitvoert in zijn vruchtwater’. Ik hóu niet eens echt van dansen, behalve misschien in een aardedonkere club als er happy hardcore wordt opgezet. Niet in een verlichte gymzaal met onbekenden die contact met me willen maken via hun stralende opperwezendans.

De workshop bestaat uit verschillende dansen die alleen of met zijn tweeën gedanst worden. Belangrijk is dat niemand mag praten. Tijdens het dansen doe je wat je hart je ingeeft: huppelen, springen, koprollen, een Argentijnse tango – alles mag. En na twee dansen vind ik het al geweldig. Dit is veel leuker dan nadenken over pasjes en ritme, over heupbewegingen en een nonchalante blik. Dit is dansen als een muppet.

Tot we bij een samendans komen. Een oudere man in Hawaiishirt waar heel veel grijs borsthaar uitkomt pakt mijn hand en we beginnen. Het niet-praten is nu opeens behoorlijk ingrijpend. Het is niet zo dat ik heel graag tegen de man wil zeggen: „Hee, nog Wie is de Mol gezien? Wie denk jij? Hanna?” Het probleem is dat wat er overblijft als je niet praat. Opeens word ik me intens bewust van mijn blik: neutraal kijken lijkt teveel op boos. Wegkijken is onbeleefd. Elkaar aanstaren is maniakaal. Er lijken twee opties over te blijven: verlegen en uitdagend. Aangezien dansen zo met verleiden samenvalt, voelt dat logisch. Behalve dat ik dans met een zestigjarige man in Hawaiishirt, die me blij aankijkt en aan zijn oerdans expressie wil geven door zijn lijf tegen het mijne aan te schuren. Mijn oplossing is: glimlachen naar de grond en tegelijkertijd subtiel van hem weg schuifelen.

Tijdens een laatste chocoladedrank vraag ik me af of mijn oerdans ‘glimlachen naar de grond’ is, en zo ja, wat dat dan over mij zegt. Misschien wel net zoveel als het feit dat ik net zonder enige ironie aan ‘mijn oerdans’ dacht.