Bonden: beëindig misbruik bij inzet flexwerk

De grootste vakcentrale FNV en het christelijke CNV maken zich grote zorgen over de tweedeling die op de arbeidsmarkt ontstaat tussen mensen met een vaste baan en flexwerkers. Deze groeiende groep werknemers zonder vaste werkgever heeft minder sociale rechten.

„Flexwerk is doorgeslagen”, zei FNV-voorzitter Agnes Jongerius gisteren tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst in Amsterdam. CNV-voorzitter Jaap Smit noemde gisteren tijdens de nieuwjaarsreceptie in Utrecht de opmars van „het geweldige leger” van flexwerkers onwenselijk. „Is dit de samenleving die we willen”, vroeg Smit zich af.

Volgens de bonden werkt eenderde van alle werknemers (ruim zeven miljoen) op flexibele basis. De uitkerings- en bemiddelingsorganisatie UWV houdt 34 procent aan. De zogenaamde ‘flexibele schil’ bij veel bedrijven in de maakindustrie schommelt tussen de 30 en 36 procent. Het gaat daarbij om uitzendkrachten, zelfstandigen zonder personeel en werknemers met een tijdelijk contract.

Volgens de FNV „sjoemelen’’ werkgevers met het aannemen van flexwerkers. Uit onderzoek van de vakcentrale blijkt dat werkgevers steeds vaker werknemers met een vast contract ontslaan en ze vervolgens op flexibele basis of via een uitzendbureau inhuren tegen slechtere arbeidsvoorwaarden.

„De helft van alle werknemers ziet in zijn omgeving dat mensen ontslagen worden en vervolgens worden teruggehaald als flexwerker”, zei Jongerius. Zij vindt dat flexwerk zoveel mogelijk moet worden beperkt tot ‘piek en ziek’ wat betekent dat flexwerkers worden ingeschakeld in periodes met productiepieken en bij ziekte.

Flexwerkers bouwen geen WW-rechten op en kunnen ook geen aanspraak maken op scholing. CNV-voorzitter Smit noemde hervormingen op het gebied van de arbeidsmarkt onontkoombaar. Het CNV wil experimenteren met manieren waarbij werkgevers en werknemers samen verantwoordelijk zijn voor het vinden van nieuw werk in geval van ontslag.

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB zeggen zich niet te herkennen in de kritiek van de vakbeweging. „Zonder flexibele schil zou de werkgelegenheid er in ons land aanmerkelijk minder goed hebben voorgestaan. Het Nederlandse banensucces is juist te danken aan de flexibele arbeidsmarkt”, stelt VNO-NCW in een reactie. De werkgeversorganisatie herinnert eraan dat het werkgelegenheidsaspect ook voor vakbonden doorslaggevend was bij het afsluiten van het flex-akkoord in 1996. „Door niet met werkgevers te spreken over de aanpassing van het ontslagrecht, promoot de FNV zelf de groei van flexwerk”, aldus de werkgeversorganisatie.