Bij kunstfondsen weinig te halen

„Kunstinstellingen moeten geen al te hoge verwachtingen hebben van vermogensfondsen als alternatieve geldgevers nu de overheid de subsidies terugschroeft.” Dat zegt Jonne Verburg, die tot augustus 2009 directeur was van het SNS Reaal Fonds. De vermogensfondsen hebben door de economische crisis zo’n 20 miljard euro verloren, ongeveer 30 procent van hun vermogen. De fondsen, ook actief in onder meer sport, onderwijs en wetenschap, hebben in totaal daardoor volgens Verburg nog maar 1 miljard euro te besteden van de 3 miljard die ze in nog 2008 konden verdelen.

Kunsten ’92, de belangenvereniging van de kunstsector, houdt vanmiddag een bijeenkomst voor kunstinstellingen over de mogelijkheden om meer geld ‘uit de markt’ te halen. Verburg is daar een van de sprekers. Het kabinet bezuinigt jaarlijks fors op de kunstsubsidies, oplopend tot 200 miljoen euro in 2014, bijna een kwart van het huidige totale kunstbudget. De oud-directeur van het SNS Reaal Fonds vreest dat ‘de markt’ dit gat niet zal dichten. „De langlopende beleggingen van de fondsen brachten voorheen zo’n 6 tot 9 procent op. Dat rendement is teruggelopen tot 2 à 3 procent. Sommige fondsen proberen hun investeringen in de kunst op peil te houden, maar dat betekent dat ze interen op hun vermogen.”

Bij de fondsen komen nog evenveel aanvragen binnen voor bijdragen als voor de crisis. Verburg hekelt de manier waarop instellingen hun aanvragen indienen. „Men pakt heel makkelijk het fondsenboek erbij en begint uit de losse pols met het versturen van aanvragen. Vaak is dat een kwestie van een formulier invullen op de website van het fonds. Bij het SNS Reaal Fonds kregen wij regelmatig verzoeken die in het geheel niet aansloten bij onze doelstellingen. Twee jaar terug streek je dan nog wel eens met de hand over het hart. Maar die tijd is voorbij.”

De fondsen zullen aanvragen strenger beoordelen. Zo zal de hoeveelheid publiek een bepalende factor zijn. Ook zal eerst worden gekeken hoeveel eigen vermogen de aanvrager heeft. Kunstinstellingen moeten meer aan marketing en communicatie doen, vindt Verburg. Het zou ook goed zijn als ze gezamenlijk optreden bij het indienen van aanvragen. „De grotere instellingen moeten de kleinere op sleeptouw nemen.”

Dat vindt ook Julienne Straatman van Straatman Strategisch Advies. Zij heeft veel ervaring met het adviseren van kunstinstellingen over hun marketing, communicatie en positionering. Tegelijkertijd is zij zelf sponsor van een aantal kunstinstellingen.

„De kunstsector heeft een reputatieprobleem”, stelt Straatman. „De culturele instellingen hebben een grote psychologische afstand tot burgers die niet tot de ‘inner circle’ van de cultuursector behoren. Die afstand hebben ze te groot laten worden.”

Een van de manieren waarop de kunstsector deze ‘vertrouwenscrisis’ kan oplossen is het tonen van bereidheid om samen te werken. Daarnaast moet het systeem van ‘peer review’, waarbij de instellingen elkaar beoordelen bij het toekennen van subsidies, worden afgeschaft. Het moet worden ingeruild voor een systeem waarbij ook burgers, ‘leken’, hun oordeel mogen geven, vindt Straatman. „Er heerst nu het beeld van incestueuze relaties in de kunstsector. Dat schaadt de reputatie zeer.”

De kunstsector zal pas meer geld krijgen van uit de particuliere sector als burgers zich meer betrokken gaan voelen bij de kunstinstellingen, stelt Straatman. „De instellingen zullen beter duidelijk moeten maken wat hun waarde is voor burgers.”