Antilichamen tegen meer soorten griep

Patiënten die een infectie met Mexicaanse griep (H1N1) hebben doorgemaakt, hebben relatief veel ‘universele antilichamen’ in hun bloed. Dat zijn antilichamen die tegen verschillende griepvirussen werken.

Dat schrijven Amerikaanse wetenschappers vandaag in het Journal of Experimental Medicine. De onderzoekers ontdekten dat na een Mexicaanse griep 10 procent van alle griepantilichamen niet alleen werkten tegen de Mexicaanse griep, maar in principe ook tegen andere H1N1-griepvirussen, inclusief de beruchte Spaanse griep van 1918. Ook bleken ze actief tegen de vogelgriep (H5N1). De onderzoekers identificeerden uiteindelijk vijf verschillende van die ‘universele’ antilichamen.

Het griepvirus is verraderlijk variabel. Elk jaar gaan er weer nieuwe stammen rond, waardoor mensen uit kwetsbare groepen jaarlijks een nieuwe griepprik moeten halen. Zo’n prik bevat verzwakte virusstammen, of brokstukken, van recent voorgekomen virussen. Het afweersysteem van de gevaccineerden maakt daar dan antilichamen tegen.

Die antilichamen richten zich doorgaans op de kop van het zogeheten hemagglutinine-eiwit, spijkervormige uitsteeksels op de buitenkant van het virus. Die kop is het meest variabele deel van het griepvirus en daardoor ontsnapt het griepvirus keer op keer aan het afweersysteem. Maar de antilichamen die de Amerikaanse onderzoekers bij negen patiënten vonden, zijn gericht tegen de steel van hemagglutinine. Dat deel van het viruseiwit is veel minder variabel.

De ‘universele’ antilichamen werken goed, bleek bij muizen: ze overleefden een dodelijke dosis Mexicaanse griepvirus als ze daarna ook een dosis van de gevonden menselijke antilichamen kregen. Een universeel vaccin tegen griep lijkt daardoor mogelijk. Het Nederlandse bedrijf Crucell ontdekte een paar jaar geleden zo’n universeel antilichaam en werkt op grond daarvan aan zo’n vaccin.

De onderzoekers zeggen nu in een begeleidend persbericht dat ‘de heilige graal van het griepvaccinonderzoek” is gevonden. Maar viroloog Joep Galama van de Radboud Universiteit reageert terughoudend. „We blijken vaak niet in staat om de natuur te overtreffen en influenza bestaat bij de gratie van terugkerende infecties.”