Afgemeten, eenduidig, weinig frivool

Hoe smaakt Nederland? Voor een Belg, die van huis uit een bourgondiër is, valt dat haast altijd tegen. Het Nederlandse eten lijkt afgemeten, eenduidig, weinig frivool. Een zuinigheid die jammer is. Koetjesreep. Dunner kan een reep chocola niet zijn zonder een schilfer te worden.

Ooit werd ik na een lezing uitgenodigd voor een drink. Die bleef beperkt tot overigens lekkere rode wijn, maar geen nootje, geen stukje kaas, geen ansjovisje, een olijfje of welk hapje ook erbij. In België wordt het drinken vergezeld van wat eten, zodat niet louter de alcohol op je maag valt, en het feesten langer door kan gaan. De ontdekking van de zemel.

Water lijkt een tweede natuur voor de Nederlander. En dat proef je. Het meest gekende Nederlandse voedingsproduct, de Hollandse kaas, de Gouda, kun je bezwaarlijk romig of smeuïg noemen. Je proeft het waterachtige, dat weinig karaktervolle, de nulgraad van het kazige. Voedzaam, ongetwijfeld, maar alleen voor op de dagelijkse boterham, niet voor een feestmaal. Alsof dit eten alleen bedoeld is om de buik te vullen, en niet om ervan te genieten.

Pindakaas, nog zo’n typisch Nederlandse smaak. Een weerbarstige, weezoete brij die, droog als hij is, ondanks het oliegehalte, eerder aan de textuur van tenenkaas doet denken dan aan een mengsel van gemalen pindanoten. Hij heeft een kleffe smaak, kleeft aan je tanden en gehemelte, zodat je hem weg moet spoelen met slappe thee. Het is voedsel voor de voeding, niet voor de smaak.

Verder kun je Nederland proeven op de Afsluitdijk, zelfs de wind is er waterachtig.

Elvis Peeters

Vlaming Elvis Peeters schrijft samen met Nicole Van Bael. ‘De ontelbaren’ stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2006.