Zijn viool maakte alles lichtvoetiger

Alles kon hij spelen, alles dat het publiek wilde horen. Swingviolist Frans Poptie was in elke muzieksoort thuis.

Frans Poptie was de violist met het vederlichte raffinement. Hij stond vooral bekend als de meester van de swingviool, in de traditie van Stéphane Grappelli en Stuff Smith. Maar daarnaast bestreek hij als anoniem studiomuzikant het complete amusementsterrein. Poptie, die op oudejaarsdag op 92-jarige leeftijd is overleden, kon alles aan.

In Leiden kreeg Frans Poptie al op jeugdige leeftijd vioollessen, maar voor een studie aan het conservatorium was thuis geen geld. Eind jaren dertig begon hij als beroepsviolist bij een salonorkestje, waar hij alles moest kunnen spelen wat het publiek vroeg. „En zo is het voor mij gebleven”, zei hij later.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte Frans Poptie vertrouwd met de swingimprovisatie, die de Duitse foxtrotjes uit die tijd iets minder stijf maakte. Hij begon ermee in de radio-uitzendingen van het orkest van Frans Wouters, waar hij in 1942 ook voor het eerst samenwerkte met de populaire vocalist en gitarist Eddy Christiani. Hoewel ze nooit een vast duo vormden, is Poptie te horen op alle platen die Eddy Christiani in de navolgende decennia heeft gemaakt. „Als ik geen adem meer had”, zei de zanger, „vulde Frans dat op de viool aan met zijn loopjes”. Ieder liedje werd er lichtvoetiger van als Poptie met zijn korte streekjes om de melodie heen cirkelde.

Die fijnzinnige figuurtjes heeft hij in duizenden radio-uitzendingen gespeeld, en op honderden platen – of ze nu van BZN of de Spelbrekers waren, van Wieteke van Dort of van Malando’s tango-orkest. „Het enige waar ik wel eens een hekel aan heb gehad,", zei Poptie, „was het spelen van carnavalsmuziek.”

Frans Popties eigen favoriete plaat was het album Borrelnootjes met pianist Tonny Eyk, omdat daar van alles op stond: van swing tot Hongaars tot een tango. Maar hij was ook invalviolist bij de Hoofdstad Operette en met een eigen orkestje speelde hij cocktail-jazz voor werkelijk iedere gelegenheid.

Allengs kwam Frans Poptie vaker zelf in de schijnwerpers te staan, als een van de laatste hotviolisten van zijn generatie. Tot op hoge leeftijd bleef hij doorspelen. Zittend op een demontabel drumkrukje, omdat hij door een adervernauwing niet meer lang op zijn benen kon staan, en toch nog altijd excellerend in de listige loopjes die zijn handelsmerk waren geworden. De laatste jaren lukte ook dat niet meer, maar er zijn nog honderden platen in omloop waarop zijn viool onmiddellijk herkenbaar is.