Van stoker tot kopstuk van de Tsjechische revolutie

Necrologie

Jirí Dienstbier begon als communist en eindigde samen met Václav Havel als een van de belangrijkste Tsjechische dissidenten.

FILE - In this Jan. 29, 1996 file photo former Czech foreign minister Jiri Dienstbier adjusts his glases during a pres conference in Prague. Jiri Dienstbier, a journalist, anti-communist dissident and the first foreign minister of Czechoslovakia after the collapse of communism, has died. He was 73. The Czech public television and his Senate assistant said Dienstbier died Saturday Jan. 8, 2011 in a Prague hospital. They did not specify the cause of death. (AP Photo/Michal Dolezal, CTK, File) AP

Toen de zaterdag overleden Jirí Dienstbier in 1989 werd benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken, de eerste na de val van het communisme in Tsjechoslowakije, moest hij eerst in bad. Tot dan toe had hij als stoker of metaalarbeider de kost moeten verdienen, de typische straf voor dissidenten destijds.

Zijn misschien wel bekendste wapenfeit volgde al snel, in december 1989. Samen met zijn toenmalige West-Duitse collega, Hans-Dietrich Genscher, knipte Dienstbier symbolisch, met een grote tang, het prikkeldraad van het IJzeren Gordijn door. Foto’s hiervan gingen de hele wereld rond. Twee jaar later speelde hij een belangrijke rol bij de opheffing van het Warschaupact.

Zoals zoveel dissidenten in Centraal-Europa was Dienstbier aanvankelijk een aanhanger van dat later zo verfoeide communisme. Hij werd lid van de Tsjechoslowaakse Communistische Partij in 1958, toen hij studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Praag. Die stap zou hem later worden nagedragen. Geregeld doken beschuldigingen op dat Dienstbier, die in de jaren zestig als journalist werkte, zelfs zou hebben gecollaboreerd met de geheime politie, de StB. Hoe kon zijn succesvolle carrière voor de Tsjechoslowaakse radio, onder meer als correspondent in de Verenigde Staten, anders worden verklaard?

Dienstbier heeft de aantijgingen altijd ontkend. In een interview in 2007, toen hij een – mislukte – gooi deed naar het presidentschap, verklaarde hij dat de StB indertijd twee pogingen had gedaan hem te rekruteren. „Maar ik heb ze in absolute, niet mis te verstane woorden gezegd dat ik journalist was en dat ik niets anders wilde doen.”

Hoe dan ook, tijdens de Praagse Lente in 1968, wierp Dienstbier zijn communistische veren definitief af. Hij was samen met Václav Havel een van de eerste ondertekenaars van het mensenrechtenmanifest Charta77 en trad vaak op als woordvoerder van de dissidentenbeweging. In 1979 werd hij tot drie jaar celstraf veroordeeld voor zijn activiteiten binnen VONS, een comité dat juridische en morele bijstand verleende aan veroordeelde dissidenten. „Zelfs in de moeilijkste tijden wist hij ons altijd op te beuren met zijn goede humeur”, zei Havel zaterdag.

In de jaren negentig geraakte Dienstbier in politiek opzicht enigszins in de vergetelheid maar in 1998 keerde hij terug in de schijnwerpers als VN-gezant voor de mensenrechten op de Balkan, een functie die hij tot 2001 zou vervullen. Hij raakte snel omstreden, onder meer door zijn felle kritiek op het NAVO-bombardement in 1999. Volgens hem was dat geen reactie op mensenrechtenschendingen maar de oorzaak ervan. Later zou hij zich ook uitspreken tegen de unilaterale onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Dienstbier, die in 2008 nog tot senator werd gekozen, is 73 jaar geworden.