Van Amsterdam naar Jeruzalem en van Addis Abeba naar Brussel

Journalistieke reisprogramma’s – het zijn er veel de laatste tijd – krijgen meer zin als de route cultureel-historische betekenis heeft. Dat is duidelijk het geval in Dwars door de diaspora, gistermiddag begonnen bij de Joodse Omroep.

Twee groepjes van drie Joodse jongeren (van orthodox tot agnostisch) gaan op weg van Amsterdam naar Jeruzalem. De ene groep volgt een Asjkenazische route, via Oost-Europa en Turkije, de andere de Sefardische, door Spanje en de Maghreb.

Onderweg hebben ze de opdracht met minimaal budget en twee kleine cameraatjes aspecten van hedendaagse en verdwenen Joodse cultuur vast te leggen.

Het idee is uitstekend, de uitvoering roept vragen op. Bijvoorbeeld of de fragmentarische montage dient om het programma hip te laten lijken of om de geringe cameravaardigheden van de reizigers te maskeren.

Ook rijzen er vraagtekens over spontaniteit en authenticiteit van hun ontmoetingen. Het is in principe mogelijk dat op weg naar Berlijn de eerste lift wordt gekregen van een man die net naar de koosjere slager is geweest, maar als de rest van de reis naar Duitsland moet worden afgelegd in een paardentrailer, een veewagen dus, dan lijkt cynisch toeval uitgesloten.

De Belgische televisiemaker Jan Leyers reist al een tijdje thematisch. Zijn kruistocht op de motorfiets De schaduw van het Kruis en islamitische pelgrimage De weg naar Mekka bereikten de Nederlandse publieke omroep niet of pas heel laat. De VPRO was wel coproducent van De weg naar het Avondland, waarvan Canvas vrijdag en Nederland 2 zondag de eerste aflevering vertoonde.

Wederom is het idee uitstekend: een reis van Addis Abeba naar Brussel, van „de wieg van de mensheid” naar het oude centrum van de westerse beschaving. Het omdraaien van de eurocentrische marsroute moet de ogen openen voor de manier waarop mensen uit andere continenten naar fort Europa kijken. Ooit moeten de eerste mensen te voet die weg zijn gegaan, al blijken de meeste Ethiopiërs die Leyers tegenkomt bij de resten van oermens Lucy in het nationale museum creationisten te zijn, die dus niet geloven in een mens van drie miljoen jaar geleden. Creatief oppert een van hen dat God best ook Lucy kan hebben geschapen.

Leyers ontmoet ook orthodoxe christenen van een oudere snit, want het westen van Ethiopië werd al in de vierde eeuw gekerstend. Hij praat makkelijk en met een open houding met de mensen die hij onderweg tegenkomt. Een zekere naïviteit brengt voor- en nadelen met zich mee.

Ja, de hardlopers uit het stadje van Haile Gebrselassie willen allemaal wel naar Europa. De Afar laten de Tigre voor zich werken in de zoutwinning. Allemaal heel gek, maar in het slotcommentaar valt Leyers door de mand als romantisch dweper met natuurvolken: „De gemiddelde westerling weet niet welke prijs hij voor zijn comfort en vooruitgang heeft betaald.”