Tranen van vreugde in het stembureau in Malakal

Gisteren begon het referendum dat moet bepalen of Zuid-Soedan onafhankelijk wordt. De stemming was feestelijk.

Peter Adwok Nyaba (66) doet zijn been aan en knoopt zijn das met de kleuren van de Zuid-Soedanese vlag om. Vrouwen op zijn erf jubelen. Met zijn echtgenote Abuk loopt hij in Malakal moeizaam naar het stemlokaal om zijn stem uit te brengen in het referendum over afscheiding van Noord-Soedan.

Adwok verloor een been in de oorlog met het noorden. Uit het vredesverdrag van 2005 vloeit dit referendum voort. „Dit is een historische dag voor mij. Meer dan een halve eeuw geleden vroegen wij om onafhankelijkheid. Hadden de Arabieren toen maar naar ons geluisterd. Nu is eindelijk het moment aangebroken.”

Een kleine vier miljoen zuiderlingen begonnen gisteren in een feestelijke stemming aan het referendum, dat een week duurt. Algemeen wordt verwacht dat de zuiderlingen in overgrote meerderheid voor onafhankelijkheid zullen stemmen. Alleen in de omstreden grensstreek rond Abyei werden gevechten gemeld, waarbij 23 doden zouden zijn gevallen.

Bij het stembureau krijgt Adwok voorrang; hij is minister. Een functionaris roept zijn naam af. Adwok drukt zijn wijsvinger op een stempelkussen en verdwijnt in het lage stemhokje. Zijn lange lichaam past er nauwelijks in. Hij kijkt naar de twee symbolen: een opgehouden hand voor afscheiding, een handdruk voor eenheid. Adwok zet zijn vinger bij de hand die het noorden vaarwel zegt.

Adwok houdt zijn hartstochten beteugeld, hij is een intellectueel, een minister. Wel frummelt hij zenuwachtig aan zijn das. Een heel speciale das, alleen voor vandaag. „Stem voor onafhankelijkheid op deze dag van het referendum”, staat erop geschreven. „Die kan ik nu afdoen.” Hij zucht en draait zijn hoofd weg.

Huilend komt een vrouw uit het stemlokaal. „Ik verloor mijn zoon in de strijd, mijn vrienden in de oorlog. Maar nu is de dag gekomen waarop ik kan stemmen.” Ze valt bij Adwoks vrouw Abuk in de armen en samen huilen ze. Tranen van vreugde. „Ken je me nog, we verbleven samen in het vluchtelingenkamp, bij het begin van de oorlog in 1983.”

De emoties krijgen soms de vrije loop op de eerste dag van het referendum. Bewoners brengen geiten en varkentjes naar de slachtplaats, de euforie vraagt om een goede maaltijd. Met glazige oogjes staan sommige mannen in de lange rijen in Malakal. Aan de vooravond van het referendum hadden ze al postgevat bij de stemlokalen. En feest gevierd, gedanst en gedronken. „Maandenlang verzorgde ik mijn man toen hij zijn been verloor, bijna al mijn kinderen werden in vluchtelingenkampen geboren. Vandaag is de beloning voor ons lijden, een dag om feest te vieren”, zegt Abuk.

Over de vergeelde vlaktes rond Malakal lopen rijen mannen en vrouwen met kinderen op de rug of aan hun handen. Sommigen moeten veertig kilometer lopen om te gaan stemmen. De bussen vol met zuiderlingen uit het noorden blijven arriveren. Ze komen niet stemmen, want ze hebben zich niet in het zuiden geregistreerd. Ze zijn de afgelopen dagen angstig geworden over hun toekomst, toen president Bashir in de noordelijke hoofdstad Khartoum vorige week verklaarde dat zuiderlingen in het noorden geen dubbele nationaliteit zullen krijgen.

In de tussen Noord- en Zuid-Soedan betwiste regio Abyei zou een afzonderlijk referendum plaatshebben over de vraag of de bewoners bij het noorden of het zuiden wilden horen, maar dat werd al eerder uitgesteld. Maar er werd gisteren wel gevochten.

Een vertegenwoordiger van de zuidelijke regeringspartij sprak gisteren van „een invasie van met de noordelijke regering verbonden Arabische milities”. Een waarnemer van een buitenlandse militaire waarnemersmissie achtte deze beschuldiging „overdreven” maar volgens hem vormden de gevechten wel „een gecoördineerde poging om een confrontatie uit te lokken”.