Taal en politiek geweld

Het is riskant om een politieke moord meteen te politiseren. Terughoudendheid is geboden zolang onbekend is hoe de man ertoe is gekomen om in Tucson (Arizona) het vuur te open op een bijeenkomst van afgevaardigde Gabrielle Giffords.

Maar één politicus heeft kennelijk een kwaad geweten: Sarah Palin. Na de moordpartij in Arizona verwijderde ze op Facebook de pagina waarop ze haar tegenstanders met een schietschijf had geïllustreerd. Zou ze bang zijn dat ze met dit pictogram had bijgedragen aan een klimaat waarin de moordenaar kon gedijen? Een woordvoerder ontkende dat en draaide het om. Het leggen van zo’n verband is „afzichtelijk”, zei hij namens Palin.

Die correlatie staat inderdaad niet vast. Maar Giffords zelf heeft de demagogie voor de aanslag wel serieus genomen. „Mensen die dat doen, moeten beseffen dat zoiets consequenties heeft”, zei ze vorig jaar al. En de sheriff in Tucson ging na de moord nog verder in zijn oordeel over de „giftige retoriek” die de politiek gijzelt. „We zijn het mekka voor vooroordeel en onverdraagzaamheid geworden”, zei Clarence Dupnik over de sfeer in Arizona. In deze deelstaat is de jacht op illegale immigranten uit Latijns-Amerika intussen zo geïdeologiseerd dat zelfs sommige lessen in Spaanse taal en letterkunde er zijn verboden.

In strikt justitiële zin was de sheriff te vroeg, maar als maatschappelijke diagnose sloeg hij de spijker op zijn kop. Het taalgebruik in de Amerikaanse politiek is sinds het begin van de ‘culture wars’ in de jaren negentig al ongeremd. Maar nu Barack Obama president is, escaleert het taalgebruik verder.

Zakelijke meningsverschillen over beleid, bijvoorbeeld het zorgstelsel, ontaarden in conflicten over al dan niet vermeend landverraad. Zelfs het geboortecertificaat van Obama, en dus diens legimiteit als staatshoofd, is onderwerp van politieke strijd.

En dat in een land waar het vuurwapenbezit een dogma is. Zo heilig dat politici die dat aan banden willen leggen, op voorhand hun verkiezingen verliezen, hoewel het aantal doden door vuurwapengeweld nergens in de democratische wereld zo groot is.

Het is dus niet opzienbarend dat in een land waar statistisch gezien in elk gezin een vuurwapen rondslingert, een of andere burger de trekker overhaalt. Zeker als hij denkt dat het politiek gerechtvaardigd is of door een politieke stroming wordt gedekt.

In brede kring wordt in de VS nu gepleit voor bezinning op dit klimaat. In het Huis van Afgevaardigden zijn de stemmingen, onder meer over het terugdraaien van het nieuwe zorgstelsel, deze week uitgesteld. Maar dat lijkt niet genoeg. Vergelijkbare reacties waren er na de bomaanslag op een regeringsgebouw in Oklahoma in 1995. Die beklijfden toen niet.

Behalve bezinning is ook een ouderwets democratisch politiek vocabulaire, dat niet ophitst maar deëscaleert, dringend nodig.