Sáblíková heerst op z'n Krameriaans

De Tsjechische schaatsster Martina Sáblíková behaalde in Collalbo haar derde Europese allroundtitel.

Zelfs met een lichte blessure is ze van buitengewone klasse.

Ze strompelde, klaagde, keek moeilijk, schaatste hoofdschuddend langs haar coach. Een heel weekeinde leek het erop dat Martina Sáblíková elk moment per helikopter kon worden afgevoerd uit Collalbo, zoveel last had ze van haar lies. Maar toen in de avondschemering de prijzen werden verdeeld, had de frêle Tsjechische ‘gewoon’ weer het goud om de nek hangen. Net als in 2007, toen ze op hetzelfde baantje in de Dolomieten uit het niets het Tsjechische schaatsen op de kaart had gezet.

En net als toen was ook gisteren Ireen Wüst de beste van de verliezers, gevolgd door de rest van de Nederlandse ploeg: Marrit Leenstra (derde), Diane Valkenburg (vierde) en Jorien Voorhuis (vijfde). „Sáblíková is hier de grote kampioen. Alle lof voor haar”, sprak Wüst.

Zo spannend als het vorige EK in Collalbo was geweest, zo voorspelbaar was de editie van 2011. Vier jaar geleden verloor Wüst op de slotafstand ruim veertien seconde en verspeelde daarmee haar titel aan dezelfde Tsjechische rijdster, toen nog onbekend. Dit jaar waren de prijzen feitelijk al verdeeld na de eerste afstand, de 500 meter, waarop Wüst een onbegrijpelijke nederlaag leed ten opzichte van Sáblíková, toch niet bepaald een sprintster. Nadat Wüst, nota bene geplaatst voor het WK sprint, die rit zonder aanwijsbare reden had „verprutst”, maakte alleen de vraag of Sáblíková de volgende race zou overleven het vrouwentoernooi nog enigszins spannend.

Hoewel de concurrentie vermoedt dat Sáblíková een spel speelt om onder haar favorietenrol uit te komen, houden de rijdster en haar coach Petr Novak bij hoog en bij laag vol dat de tweevoudig olympisch kampioen van Vancouver last had van een blessure. „Ze was niet helemaal fit”, zei Novak. „Nee, ze heeft hier niet op 100 procent van haar vermogen gereden. Dat was niet nodig.” De blessure ontstond volgens Novak enkele weken geleden, maar was niet ernstig genoeg om rust voor te schrijven.

„Ik ben het gewend van haar, ze heeft altijd wat”, schamperde Wüst. „Ik heb nog nooit gehoord dat Sáblíková een toernooi reed waarop ze zich goed voelde. Misschien is dat haar manier van voorbereiden.”

Novak is er alles aan gelegen zijn oogappel op het ijs te houden. Dat heeft alles te maken met haar imposante zegetocht door Vancouver, waar Sáblíková bij de Winterspelen vorig jaar met twee gouden en een bronzen medaille een plaats veroverde tussen de grootste schaatssters uit de geschiedenis. Om zijn ploeg te kunnen uitbreiden en een overdekte ijsbaan in zijn vaderland te kunnen bouwen is het voor de ambitieuze Tsjech van groot belang dat zij het olympische succes snel te gelde maakt.

Dat Sáblíková, die onlangs voor de tweede keer werd gekroond tot sportvrouw van het jaar in Tsjechië, zelfs met een lichte blessure eenvoudig overeind bleef onder de plaagstootjes van de concurrentie, is veelzeggend voor de status die zij inmiddels heeft, ook al is ze pas 23. De rijdster vormt een eenzame uitzondering op de breed gedragen conclusie dat het vrouwenschaatsen de laatste jaren niet of nauwelijks vooruit is gegaan.

Op de lange afstanden zette Sáblíková een nieuwe standaard waaraan vrijwel niemand kan tippen. Zeker sinds een gouden generatie Duitse schaatssters is afgehaakt, onder wie Anni Friesinger, Claudia Pechstein en Daniela Anschütz, heerst Sáblíková bij de vrouwen op Krameriaanse wijze.

Maar ondanks Sáblíková’s suprematie gaf het voorspelbare buitentoernooi de Nederlandse ploeg voldoende aanknopingspunten voor de toekomst. Wüst liet op de langere afstanden zien dat ze haar crisis van twee jaar geleden heeft overwonnen, al had ze de 500 meter van zaterdag graag overgereden. „De uitslag was niet anders geweest als ik een betere sprint had gereden, maar dan had er wel meer strijd gezeten in het toernooi.”

De olympisch kampioen van Vancouver (1.500 meter) en Turijn (3.000 meter) won in Collalbo overtuigend de 1.500 meter en reed een van de beste 3.000 meters uit haar carrière. Op de 5.000 meter werd ze opnieuw tweede achter Sáblíková, al was de kloof met elf seconden enorm. „Dit geeft veel vertrouwen voor het rijden op glij-ijs”, zei Wüst, doelend op het WK allround in Calgary, volgende maand. Maar genoeg voor het buiten-ijs van de Arena Ritten was het niet. „Collalbo is niet echt mijn ding”, constateerde ze.

Nationaal allroundkampioene Leenstra bevestigde met haar eerste medaille op een internationaal titeltoernooi dat haar coach Jan van Veen haar weer terug op het ijs heeft gekregen. Waar de Friezin de afgelopen twee jaar het schaatsen leek te zijn verleerd bij TVM, pikte ze de draad bij Hofmeier weer snel op. Alleen op de vijf kilometer miste ze het podium. „Ik heb een heel goed toernooi gereden”, zei ze tegenover de NOS. „Ik reed bij het NK allround beter dan hier. En toch ben ik derde. Daar ben ik heel blij mee.”