'Mijn muziek mag niet te mooi zijn'

De Deense zangeres Agnes Obel maakt huivering-wekkende liedjes met kale begeleiding. „Ik wil niet gemakkelijk zijn of soepel. De ruis van een kamer is essentieel. ”

Denen houden van dogma’s. Na de door Lars von Trier opgestelde richtlijnen voor het maken van films, is er nu ook een Deense zangeres die, zoals ze het zelf zegt, voor musiceren een ‘dogma’ heeft opgesteld. Bij Agnes Obel houdt dat in: de opnamen maak je in je eentje, met uitsluitend piano en een enkel strijkinstrument. Zo ontstond haar debuut-cd Philharmonics en het resultaat is indrukwekkend. Obels heldere, statige stem wordt omringd door de verlaten klank van spookachtige pianoloopjes, in nummers als het prachtige ‘Riverside’ en ‘Brother Sparrow’.

Agnes Obel (Kopenhagen, 1981) heeft een klassiek voorkomen, met strak weggestoken haar en symmetrische trekken. Haar bijna doorschijnende teint geeft het idee dat ze door een Hollandse meester geschilderd had kunnen zijn. Maar ze praat op besliste toon over wat wel en niet past in haar muzikale wereld: geen algemeenheden, geen massieve pianoakkoorden, wel verstilling en akoestische bijgeluiden.

Obel werkte haar ideeën uit in Berlijn, waar ze twee jaar geleden vanuit Kopenhagen naartoe verhuisde. In Denemarken had ze in verschillende bands gespeeld. Maar hoewel ze het samenspelen fijn vond, besloot ze het opnemen van haar eerste plaat alleen te doen. „Anders moest ik de muzikanten steeds weer zeggen dat ze niets te spelen hadden. Dat is niet bevorderlijk voor de sfeer”, zegt ze lachend. Want helaas is onder muzikanten, de muzikale rolverdeling inmiddels ‘vastgeroest’. „Muzikanten behandelen een compositie altijd op dezelfde manier. Dat lijkt een stilzwijgende afspraak die moeilijk te doorbreken is: de drummer doet hier een roffel, daar een break; de gitarist speelt een solo na het tweede couplet... Op die manier wordt zelfs de uitzonderlijkste melodie om zeep geholpen.”

Haar grootste angst is de muzikale dreiging van muzak, zegt ze. „Muziek kan te mooi zijn. Bij mijn liedjes past piano omdat dat instrument een serieuze sfeer om zich heen heeft. Ik wil niet makkelijk zijn of soepel, ik wil een zekere spanning. Als ik met andere instrumenten werk, dreigt die spanning te verdwijnen.” Die spanning in Obels liedjes zou je kunnen omschrijven als ‘spookachtig’ of ‘eenzaam’. Ze noemt de manier van opnemen, in haar eentje in haar kamer, als een van de verklaringen van haar specifieke geluid. Het opnemen gebeurt met een computer, maar het musiceren niet. „Ik ben niet geïnteresseerd in moderne digitale technieken om geluid voort te brengen. Bij het spelen op een akoestisch instrument hoor je allerlei extra’s, zoals het verplaatsen van de vingers op de gitaarhals, het zuchten van de toetsen. Muziek is niet alleen muziek, het bestaat voor een deel ook uit atmosferische bijvangst: van de microfoon, van de kamer, daar ontstaat ruis, gesuis. Die is essentieel.”

Wie afgelopen jaar de film Submarino van Thomas Vinterberg heeft gezien, zullen de liedjes ‘Riverside’ en ‘Beast’ niet ontgaan zijn bij enkele dialoogloze scenes, waarin twee verslaafde broers rondzwerven door een landschap van nat asfalt en grijze flats; huiveringwekkend.

Obel speelt piano sinds haar vierde, en daarvoor zat ze altijd al onder de piano te luisteren naar haar moeders spel. Zelf speelde ze vroeger graag Chopin en Bartók. Ze zegt dat in haar liedjes vooral de stijl van Bartóks korte kinderliedjes terug te horen is. „Die speelde mijn moeder voor me: korte stukken van één a twee minuten, waarin je de kinderen bijna kunt hóren. Zij hebben me gevormd. Daardoor hou ik van een lichte stijl, en niet van de zware piano-akkoorden die je in de popmuziek vaak hoort.”

Een piano neemt ondanks Obels ‘lichte’ stijl, toch veel ruimte in. Hoe past haar stem daarbij? „Piano is snel dominant, daarom kiezen de meeste popmuzikanten voor gitaar. Daar heb ik oplossingen voor, zoals ‘meezingen’ met de rechterhand aan het toetsenbord. En ik gebruik een harp erbij, voor de verluchtiging.’’

Obel neemt een laatste slok van haar thee en pakt haar jas. Over een uur zal ze haar Nederlandse live-debuut maken; in haar eentje achter een keyboard, in een Amsterdamse platenwinkel. De aanwezige klanten, die op een gure maandag gingen winkelen, kunnen achteraf tevreden zijn. Ze waren getuige van het onopvallende debuut van een zangeres die nog geen twee maanden later de grote zaal van Paradiso zal uitverkopen.

‘Philharmonics’ verscheen bij PIAS. Agnes Obel treedt op: 12/1, 13/1 Eurosonic, Groningen; 15/1 Doornroosje, Nijmegen; 16/1 Mezz, Breda; 30/1 Paradiso, Amsterdam.