Meester van schijnbare eenvoud

De Gouden Ganzenveer is toegekend aan Remco Campert. De auteur hecht waarde aan de prijs, vooral omdat deze niet op het 'puur-literaire is gericht'.

Het Rijksmuseum verwerft het orginele omslagontwerp van het boek " Ik Jan Cremer". De bestseller wordt beschouwd als een icoon in de Nederlandse cultuurgeschiedenis, een ijkpunt in de verandering van mentaliteit van de jaren vijftig naar die van de jaren zestig en bevat een van de meest karakteristieke beelden van de Twintigste Eeuw. Remco Campert en Jan Cremer tijdens de overhandiging van de omslag in het Rijksmuseum. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Amsterdam, 6 september 2010

Dichter, romanschrijver en columnist Remco Campert (1929) heeft de Gouden Ganzenveer 2011 gewonnen. Dat heeft de jury van de prijs gisteren bekendgemaakt. Campert wordt geprezen als veelzijdig auteur en vanwege „de lichtheid van de toon van zijn werk en zijn vermogen om zijn denk- en verhaallijnen bedrieglijk eenvoudig zo vorm te geven, dat ze voor een breed publiek toegankelijk blijven”, zoals het in het rapport luidt.

De prijs, uitgereikt door de Academie De Gouden Ganzenveer, wordt jaarlijks toegekend aan een persoon of instituut met grote betekenis voor het geschreven of gedrukte woord in Nederland. Dit in het bijzonder zorgt ervoor dat Campert erg verheugd reageert op de toekenning. „Het is geen prijs die puur op het literaire is gericht”, aldus Campert. „Eén van de organisaties die bijvoorbeeld aan de wieg van de Gouden Ganzenveer staat is de Koninklijke Uitgeversbond. Die hebben altijd het belang van het boek in het algemeen centraal gesteld. Wat ik maar zeggen wil is dat de Gouden Ganzeveer een breder cultureel belang symboliseert dan een individueel schrijverschap.”

Op 7 april vindt de uitreiking plaats. Campert is van plan om op die dag een rede voor te gaan lezen over de columnistiek. „Ik heb vanaf het begin van mijn carrière altijd voor kranten geschreven, ik ben altijd verbonden geweest met de dagbladwereld. Ik zou graag iets over dat aspect van het vak willen zeggen.”

De prijs bestaat uit een ganzenveer van bladgoud en een jaar lang erelidmaatschap van het instituut. De prijs werd in voorgaande jaren onder andere toegekend aan Jan Blokker, Kees van Kooten, Maria Goos, Adriaan van Dis en aan het Cultureel Supplement van deze krant. Tom Lanoye was in 2007 de eerste buitenlander die geëerd werd met de Gouden Ganzeveer.

Remco Campert kreeg in 1976 reeds de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie. De zoon van de in het verzet gestorven dichter Jan Campert was de toegankelijkste van de experimentele dichters die bekend werden onder de naam De Vijftigers. Hij debuteerde in 1951 met de bundel Vogels vliegen toch. Ook publiceerde Campert vanaf dat debuut -- met een humoristische toets en een melancholieke ondertoon -- verhalen en licht-satirische romans over het moderne (kunstenaars)leven en vooral over het wel en wee van de liefde: Alle dagen feest (1954, verhalen), Het leven is vurrukkulluk (1961), Liefdes schijnbewegingen (1963) en Tjeempie! of Liesje in luiletterland (1968). De laatste decennia is Campert vooral geliefd als columnist van de Volkskrant en als schrijver van prozawerken als Een liefde in Parijs (2004) en Het satijnen hart (2006). Camperts meest recente werk betreft de verhalenbundel Om vijf uur in de middag. Dit jaar zal van zijn hand de Gedichtendagbundel 2011 verschijnen.

Campert beschouwt zich op de eerste plaats als een dichter, daarna pas als romancier. De columnist in hem, de ‘derde’ Campert, heeft een scherp oog voor dagelijkse gebeurtenissen. Ook weet hij als geen ander met bijtende satire de taalverwaarlozing en vervuiling aan de kaak te stellen. Bij het verschijnen van Het satijnen hart zei hij bij een interview met deze krant: „Ik ga bij het schrijven vrij direct uit van mijn eigen ervaringen; de denkwereld van een 20-jarige zou ik niet meer kunnen weergeven, de man van een jaar of vijftig die ik voor mijn volgende boek in gedachten heb, kan ik net behappen.” Deze houding typeert Campert: hij is geen bouwer van ingewikkelde filosofieën maar een schrijver voor wie het nabije, de onmiddellijke wereld van groot belang is.