Lokale vormen

Twee jaar geleden deelde ik een taxi van London Heathrow Airport naar London City Airport met een paar wildvreemden. Net als ik waren ze op zoek naar een ander vliegtuig en tijdens de lange taxirit telefoneerden ze naarstig naar secretaresses, zaakgelastigden en businesspartners die elders in Europa de klappen van de vertraging moesten opvangen.

Omdat ik niet houd van telefoneren, en omdat er thuis geen aandelen op en neer schoten, voorraden aangroeiden of geld verloren ging, belde ik niemand op, maar keek gebiologeerd naar de paniek die door de zwarte taxi golfde. Tot de deftige jurist op het bankje tegenover me voldaan zijn telefoon dichtklapte, me aankeek en vroeg: ‘Are you a buddhist?’

Niet telefoneren heeft zo z’n voordelen: je hoort nog eens wat. De rest van de reis hoorde ik van de deftige jurist dat hij een verzoek ging indienen bij het Internationale Strafhof in Den Haag om geen vervolging in te stellen tegen, onder anderen, president Omar al-Bashir van Soedan. De aanklager van het Strafhof wilde de zittende president vervolgen wegens moord, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, en de deftige jurist vertegenwoordigde twee maatschappelijke organisaties uit Soedan die dat liever niet hadden.

Nu kun je algemene uitspraken doen over het vervolgen van presidenten, maar losgezongen van het afzonderlijke geval hebben die weinig inhoud. Principes hebben geen betekenis buiten hun toepassing om. Toen ik thuis, nieuwsgierig geworden, de casus van de Soedanese president opzocht, zag ik dat de deftige jurist een paar jaar eerder zelf aanklager was geweest in het proces tegen president Miloševic. Later las ik nog eens dat hij de internationale gemeenschap opriep in te grijpen in Myanmar. Waarom wel ingrijpen in Joegoslavië en Myanmar, en niet in Soedan? Was hij in de war, of zat er enige logica achter deze posities?

Nu het referendum over de afscheiding van Zuid-Soedan is begonnen, zette ook staatsecretaris Ben Knapen vorige week vraagtekens bij de vervolging van al-Bashir. Nederland, zei hij, staat pal achter het Internationaal Strafhof en het recht moet uiteraard zijn loop hebben. Maar een paar jaar na de burgeroorlog zou arrestatie van de regering het geteisterde land opnieuw kunnen destabiliseren, en „chaos is in niemands belang”.

Het kwam Knapen op veel verontwaardigde reacties te staan. Vooral in Trouw, waar hij onder het kopje commentaar hardhandig werd uitgemaakt voor opportunist, „en dan ook nog een met denkfouten”. Stabiliteit van een land is natuurlijk prettig voor investeerders, hoonde het commentaar, maar stabiliteit is geen goed criterium voor het berechten van een dictator. Er is nu eenmaal „de principiële kant”.

Commentaar leveren is net zoiets als telefoneren in een taxi: het maakt veel lawaai en het oogt heel daadkrachtig, maar in de haast en het rumoer mis je soms de spannendste details. Want natuurlijk maken niet alleen investeerders zich zorgen over chaos; alle waarnemers zijn bezorgd. Vakbonden, vertegenwoordigers van de Soedanese bevrijdingsbewegingen en zelfs slachtoffers van de genocide willen vervolging van de president voorkomen omwille van ‘interests of justice’.

Hoe langer je naar zo’n geval kijkt, hoe onzekerder je wordt. Want is het tegenwoordig echt rustiger in Soedan? George Clooney zegt van niet en noemt zijn inzet voor Darfur de grootste mislukking van zijn leven. Blijft de situatie stabiel als de president blijft zitten? Frans Timmermans zegt van niet en roept op tot vervolging. Is de Soedanese bevolking inderdaad tegen de arrestatie van de president? De correspondent van de BBC zegt van niet. Moet de Nederlandse staatssecretaris zich met bemoeien met beslissingen van het Strafhof? Ik denk persoonlijk van niet.

Maar los van deze feitelijke vragen bleef er boven alles de principiële vraag of het recht rekening moet houden met politieke omstandigheden en vredesprocessen. Moet je iemand voor het gerecht brengen als ten gevolge daarvan ontelbare anderen zullen sterven? Sommige commentatoren hoopten dat die nieuwe chaos en ellende Soedan dan eindelijk op de kaart zouden zetten, maar dat klonk ook niet als een helemaal gelukkig argument.

Terug naar de deftige jurist in de taxi. Sir Geoffrey Nice. Twee jaar geleden, tijdens een conferentie in Londen over het vervolgen van presidenten, was hij volgens de verslagen nogal kritisch over de gebrekkige belangstelling van internationale rechters en aanklagers voor de geschiedenis en cultuur van verdachten. Rechtszaken, zei hij, zouden moeten worden opgenomen in een uitgebreid verzoeningsproces.

Anderen sloten daarbij aan, want waarom zou je geen gebruik maken van lokale vormen van rechtspraak? Verzoeningscommissies of lokale vormen van conflictoplossing zouden wel eens beter kunnen werken dan de gang naar internationale hoven. Geef Afrika een kans, zeiden de juristen. En zo bleek staatssecretaris Ben Knapen dan ook geen opportunistische onzin te verkopen, zoals Nederlandse commentatoren beweerden; hij ging gewoon in op de wereldwijde verschuiving in het denken over internationaal recht, van straffen naar probleemoplossing.

En dat had ik dus allemaal nooit geweten als ik in die taxi had zitten bellen.