Kijk, zo snel verandert China vandaag de dag

Huang Qingjun en Ma Hongjie willen met hun project Family Stuff laten zien hoezeer China in beweging is.

Communistisch China verzamelt steeds meer spullen.

De schoenen netjes op een rij, de teiltjes gegroepeerd en blauwe meubelen behorend bij een blauwe iglotent. En overal heeft de lucht dezelfde kleur. De foto’s van Huang Qingjun en Ma Hongjie ogen als stillevens. De evenwichtige compositie, de overeenkomstige kleuren, de rust die ze uitstralen. Alsof er even niets anders bestaat dan dat huis met die inwoners. Alsof het heel gebruikelijk is in China om je inrichting buiten neer te zetten. Net zo makkelijk als je zou doen bij een poppenhuis.

In werkelijkheid reizen de twee fotografen al sinds 2005 door China, en duurt het soms maanden voor ze de bewoners zover hebben gekregen om ze te mogen fotograferen. Qingjun ‘doet’ het noorden, Hongjie het zuiden. Alles wat naar buiten kan wordt naar buiten gedragen. Eind 2011 willen ze hun project Family Stuff afronden en de vijftig foto’s samenvoegen in een boek.

Met hun werk willen de fotografen laten zien hoe snel China verandert. En niet per se in de grote steden maar juist in de rest van het land, waar de sociale gevolgen van de economische groei ook zichtbaar zijn. Want waar ze ook wonen, Chinezen bezitten inmiddels bijna allemaal een telefoon en televisie (vrijwel altijd hetzelfde type, dat dan weer wel). Dat maakt het bijna meer een geschiedkundig project dan een kunstproject.

Nieuw is het idee niet, om de inboedel van mensen naar buiten te halen. Dat deed de fotograaf Peter Menzel al in 1994. In het boek Material World zijn foto’s verzameld uit dertig landen, gemaakt door Menzel en vijftien andere fotografen. Inwoners uit de VS tonen ongelooflijk veel huisraad, een familie uit Koeweit heeft vooral heel veel zitmeubelen en auto’s, en het voornaamste bezit van een man in Mali zijn zijn twee vrouwen en kinderen.

Het meubilair en de huishoudelijke apparaten zijn losgemaakt uit hun vertrouwde omgeving en worden zo onderdeel van iets groters. Ze zeggen iets over de rijkdom van de verschillende families, hun gebruiken en hun cultuur. In het geval van Material World kun je de families met elkaar vergelijken en conclusies trekken over welvaartsverschillen op de wereld. Je vraagt je al kijkende af: hoe zou mijn eigen inrichting er eigenlijk uitzien als je de boel op straat zou uitstallen?

Die vraag dringt zich minder snel op bij Family Stuff. Hier gaat het duidelijk over de welvaartsverschillen in een ander land: China. Zo heeft de familie linksonder duidelijk minder te besteden dan de familie rechtsonder. Dat zie je aan de hoeveelheid spullen (twee televisies!), het bakstenen huis en de opgeruimde omgeving. Naar hoe de mensen zelf over hun inboedel denken kun je enkel gissen. Van hun gezichten is nauwelijks tot geen uitdrukking af te lezen. Dat leidt af. Want het gaat niet over het geluk of ongeluk van deze mensen, of over hun gemoedstoestand, nee, hun inboedel vertelt ons dat China de motor is van de wereldeconomie. Dat China een wereldmacht in opkomst is.

Op de foto’s van Menzel staan juist uitzonderlijk veel lachende mensen. Ze zijn ook groter dan op de foto’s van Huang Qingjun en Ma Hongjie. En dus wordt je aandacht al snel naar de mensen getrokken, minder naar de spullen. Dat maakt zijn foto’s, in combinatie met interviews met de gezinnen, persoonlijker dan die van de twee Chinese fotografen.

Peter Menzel paste het idee – fotografeer hoe mensen zijn door hun bezittingen uit te stallen – ook op andere manieren toe. Eerst in Hungry Planet, over het wekelijkse eetpatroon van dertig families uit de hele wereld, en daarna in What I Eat, waarin hij vastlegt wat tachtig verschillende mensen gedurende een dag eten.

In 1994 schreef NRC-redacteur Bas Heijne over Menzels project Material World: ‘Deze foto’s onderkennen de fundamentele behoefte die ten grondslag ligt aan het oudste geloof ter wereld: het materialisme. Bijna iedereen op deze wereld begeert mooie, goede of dure dingen, en doorsneemensen zijn trots op doorsneespullen. De wens naar meer en beter gaat hand in hand met de hoop voor de toekomst.’

Toch typisch, dat Huang Qingjun en Ma Hongjie hetzelfde, haast kapitalistische idee hebben gekozen om de veranderingen in het communistische China te laten zien. Al zeggen twee televisies wellicht nog niet zoveel over burgerrechten of persvrijheid, bijvoorbeeld. Dat hangt af van wát er op die tv’s te zien is.

De foto’s van het Family Stuff-project worden eind dit jaar gebundeld. Een deel van de foto's is alvast te zien op nrcnext.nl.

Hoe vraag je aan Chinese fotografen die geen Engels kunnen wat er op hun foto’s is te zien? Voor dat dilemma stond redacteur Marleen Luijt bij het schrijven van dit stuk. De oplossing? Google Translate. Over een snel veranderende wereld gesproken.

Lees meer over de correspondentie met China op nrc.next.nl