Is de snelheidsdeken oud of nieuw?

Er was de afgelopen weken nog iets blijven liggen, namelijk de plotselinge en razendsnelle opkomst van het woord snelheidsdeken. Zó moet je gewoon wat zachter rijden als het glad is op de weg, zó wordt over heel Nederland een snelheidsdeken uitgespreid. Geen snelheidslimiet of snelheidsbeperking, geen dynamische maximumsnelheid – ook al een vondst van Rijkswaterstaat – maar een deken.

Waar komt die deken opeens vandaan? En was dit wel de eerste keer dat we met zo’n deken te maken kregen?

Om met het laatste te beginnen: ja, dit was voor het eerst dat Rijkswaterstaat voor héél Nederland een snelheidsdeken instelde – een preventieve snelheidsdeken zelfs. Een en ander werd groot gebracht op radio en tv en daarom maakten talloze mensen – onder wie ikzelf – voor het eerst kennis met dit woord.

Maar is het werkelijk een kakelvers woord, zoals velen dachten? Nee, want lokaal blijken er al eerder snelheidsdekens te zijn ingesteld.

Zo meldde het ANP op 4 januari 2004, toen het ’s nachts lelijk had gevroren in het noordwesten van Nederland: „In gevaarlijke bochten of knooppunten legt het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) in samenwerking met Rijkswaterstaat een ‘snelheidsdeken’.”

Vervolgens vinden we nog sporadische vermeldingen van snelheidsdekens in 2006 en 2008, telkens lokaal. Is het dus zo dat snelheidsdeken in 2004 is ontstaan, maar pas de afgelopen weken algemeen bekend is geworden?

Nee, want volgens Rijkswaterstaat bestaat dit woord al zo’n 25 jaar. Het is bedacht door de toenmalige verkeerscentrale van Rijkswaterstaat in Utrecht, door wie precies viel niet meer te achterhalen. Decennialang is er weinig gebruik van gemaakt, maar de laatste jaren kwam het opeens van pas.

Desgevraagd wil Rijkswaterstaat wel een definitie geven. Die luidt: „Een snelheidsdeken is een snelheidsbeperking die ingesteld wordt bij onzichtbare gladheid om de weggebruiker te waarschuwen om zijn/haar rijstijl aan te passen op de situatie van de weg. Bij een snelheidsdeken is de maximumsnelheid 50 km/u. Deze snelheid is verplicht en hierop wordt door de KLPD gehandhaafd.”

Niet alleen ijzel, ook taalgeschiedenis kan verraderlijk zijn.

Voor je het weet komt snelheidsdeken straks in de woordenboeken terecht met deze definitie plus de mededeling dat Rijkswaterstaat dit woord omstreeks 1985 heeft verzonnen. Dat laatste mag waar zijn, die definitie is toch echt een stuk jonger.

Niet dat het er veel toe doet, maar de snelheidsdeken die in 2008 rond Gouda werd ingesteld, had niks met vorst of onzichtbare gladheid te maken, maar werd midden in de zomer uitgerold.

Ook was er bij die deken geen sprake van een maximumsnelheid van 50 km.

„Er wordt een miljoen euro uitgetrokken”, meldde het Algemeen Dagblad op 25 juni 2008, „voor onder meer een verbreding van de afrit Gouda over een afstand van 75 meter. Ook komt er een ‘snelheidsdeken’, waarbij het verkeer om en nabij de spitsuren 70 - 90 km per uur mag rijden op de A12/A20 richting Rotterdam/Den Haag nabij het aquaduct. Bij een snelheidsdeken, legt Rijkswaterstaat uit, worden de diverse snelheden op een wegvak geharmoniseerd, waardoor er minder kans op filevorming zou zijn.”

Ik houd het erop dat snelheidsdeken in de huidige strikte definitie een neologisme is. Dat van mij overigens net zo snel mag verdwijnen als de dooi doorgaans inzet, want ik vind het een onduidelijk en overbodig woord. De combinatie preventieve snelheidsdeken vind ik zelfs lachwekkend.