Gros agenten loopt niet over naar de Talibaan

De Kamer moet snel akkoord gaan met de politiemissie naar Afghanistan, want de veiligheid en stabiliteit zullen in de toekomst vooral afhangen van een effectief politieapparaat, betoogt Jorrit Kamminga.

Het voorstel van het kabinet-Rutte om een politietrainingsmissie naar Afghanistan te sturen, verdient een Kamermeerderheid. Het liefst zo snel mogelijk.

In het verleden is er in Afghanistan al kostbare tijd verloren gegaan met nutteloze politieke discussies over zowel de aard als het doel van de internationale militaire missie. In het begin ging het politieke debat over het onderscheid tussen de door de NAVO geleide ISAF-missie en de door de Amerikanen geleide Operation Enduring Freedom.

Dat kwam vooral doordat laatstgenoemde missie vaak letterlijk en figuurlijk in een schemergebied opereerde, maar in het debat werden beide missies ook vaak door elkaar gehaald door een gebrek aan kennis en informatie.

Daarna ging in Nederland en andere NAVO-landen veel tijd verloren met de discussie over de vraag of de ISAF-missie nu een opbouw- of toch een vechtmissie was. Deze discussie hield lang stand, maar het vraagstuk werd vooral opgehelderd vanuit militaire hoek zelf. De Nederlandse soldaten vochten de afgelopen vier jaar vaak en kwamen mede daardoor niet altijd aan opbouwen toe. Uit dit ingewikkelde scenario ontstond het Nederlandse motto: ‘vechten als het moet, opbouwen als het kan’; pragmatisme aan het front.

Nu dreigt wederom kostbare tijd verloren te gaan met een politieke discussie over de aard van de voorgestelde politietrainingsmissie. Wordt het inderdaad alleen opleiden of toch af en toe weer vechten? Gezien het feit dat de situatie in Afghanistan de afgelopen jaren aanzienlijk is verslechterd, zou deze discussie met een nieuw motto sneller kunnen worden beslecht: ‘opleiden als het kan, vechten als het moet’.

Dat is de werkelijkheid in Afghanistan, ongeacht de vraag welke soldaten het vechten voor hun rekening zullen nemen en waar de opleiding precies plaats zal vinden.

Opleiden in Afghanistan is niet gemakkelijk, maar zeer noodzakelijk, vooral omdat we sinds de NAVO-top in Lissabon van eind vorig jaar weten dat in de komende vier jaar vooruitgang moet worden geboekt, opdat de Afghaanse overheid de belangrijkste veiligheidstaken volledig op zich kan nemen. Het trainen van de Afghaanse politie is daarbij cruciaal, omdat de veiligheid en stabiliteit in de toekomst meer en meer zullen afhangen van een effectief politieapparaat. Dat de opgeleide politieagenten op de korte termijn ook legertaken op zich nemen, en dat een aantal zich misschien wel aansluit bij de Talibaan, is minder erg, omdat dit langzamerhand minder wordt, zeker als het Afghaanse leger in de toekomst effectiever kan opereren.

Nu laat de situatie nog veel te wensen over. In het meest recente opinieonderzoek van de International Council on Security and Development (ICOS) in Zuid-Afghanistan denkt 56 procent van de ondervraagden dat de Afghaanse politie de Talibaan helpt. 54 procent beschrijft de politie als inefficiënt en 61 procent denkt dat de Afghaanse veiligheidstroepen niet in staat zijn om op eigen benen te staan als de buitenlandse troepen worden teruggetrokken. Bij onze compound in Lashkar Gah melden zich af en toe groepjes Afghaanse politieagenten in uniform die vragen of ze misschien parttime voor ons kunnen werken, naast hun reguliere politiebaan. Ondanks het feit dat ze bij ons nul op het rekest krijgen, is het goed mogelijk dat zij elders wel een bijbaantje vinden en ongetwijfeld ook af en toe bij de Talibaan.

Juist daarom moet de Nederlandse politietrainingsmissie er snel komen, opdat de effectieve opleidingscapaciteit in Afghanistan toeneemt en er langzamerhand een effectief politieapparaat kan ontstaan waarin ook de Afghaanse burger vertrouwen heeft.

Wel is het jammer dat nu gekozen is voor Kunduz. Een Nederlandse politietrainingsmissie in Uruzgan zou namelijk twee vliegen in een klap slaan. Dan laat je zien dat Nederland internationaal meetelt en meedoet in een van de strategisch belangrijkste gebieden van Afghanistan en profiteer je tegelijkertijd van de reeds opgebouwde kennis en netwerken in het gebied.

Jorrit Kamminga is beleidsmedewerker van The International Council on Security and Development (ICOS), voorheen de Senlis Council, werkzaam in de Afghaanse provincies Helmand, Kabul en Kandahar en is promovendus aan de Universiteit van Valencia.